Woordkeus 2

Het is avond. De bijeenkomst van een groep bewuste ondernemers is net afgerond. Ik help mee met opruimen en droog af. Links van mij een vrouw die afwast, rechts van mij een vrouw die ook een theedoek in handen heeft.

Achter mij verschijnt een vrouw die afscheid komt nemen. Tien minuten eerder was ik nog met haar in gesprek over onze ervaringen met lichaamswerk. Ze spreid haar armen en we wisselen een knuffel uit.

Terwijl ik haar omarm, focus ik mijn aandacht op mijn lichaam en voel ontspanning en stevigheid. Ik ervaar warmte in mijn buikstreek en merk hoe veel meer plekken in mijn lichaam zich ontspannen; mijn bovenarmen, schouders, flanken, rug, bovenbenen, kuiten. Ik herken deze fysieke sensaties en geniet van even tijdloos zijn.

“O, wat bijzonder”, zegt ze, “Ik voel de zonnetjes in onze buiken samensmelten en één worden”.

Dan begint mijn buik te schudden. Ik ben aan het lachen. Ik maak me rustig van haar los en zeg: “Soms hebben woorden het effect op me dat ik moet lachen”.

Ze neemt ook wat meer afstand, glimlacht en richt zich rustig op de volgende persoon. Terwijl mijn buik nog steeds een beetje schud, draai ik me weer naar mijn mede-afwassers.

“Ik ben thuis samen met iemand”, zeg ik, “en die is heel nuchter. Ik hoor mezelf al thuiskomen straks en tegen hem zeggen: “Ik heb staan knuffelen met een vrouw en die zei: “ik voel de zonnetjes in onze buiken samensmelten en één worden”…. hij ziet me aankomen!”.

Ik schater het uit. Mijn hele bovenlijf schud nu heftig op en neer, En ook links en rechts van me klinken lachsalvo’s. Samensmeltend tot één.

Woordkeus 1

Bevrijdingsdag en ik sta op het Stationsplein. Ik zie vier politiebusjes geparkeerd staan met daaromheen een stuk of tien politieagenten. Ze kijken naar voorbijlopende mensen.

Vandaag is er een popfestival in de stad. Veel groepen jongeren lopen vanaf het station naar het centrum en de sfeer is uitbundig en jolig.

Ik sta hier om hugs uit te delen. En ik heb met mezelf afgesproken: dit is ook een test. Een test om te ervaren of het zinvol is om bij een gelegenheid als deze hier te staan.

In de mensenstroom dienen de pareltjes zich vanzelf aan. Drie jonge vrouwen zien me staan en krijgen een grote glimlach. Ze komen naar me toe gelopen en omhelzen me één voor één. Alledrie noemen ze daarbij herhaaldelijk hoe goed ze het vinden dat ik dit doe. En zeggen dat ze het zo’n positieve actie vinden.

“Dit is zo nodig!”, zegt één van hen.

Ik richt mijn aandacht op haar en vraag: “Wat bedoel je met ‘nodig?”.

“De wereld staat in brand”, zegt ze, “Er is een ommekeer nodig. Een focus op positieve dingen. En aandacht voor elkaar.”

Ze vertelt dat zij zelf actief is voor goede doelen. En dat zij dat belangrijk vind, om zich daar voor in te zetten en mensen bewust te maken.

“Dit is exact de reden waarom ik hier sta”, zeg ik.

You charge my battery!

Een zaterdagmiddag, ik sta met een bordje Free Hugs in het centrum van Haarlem. Een man van rond de 60, een vrouw van rond de 40 en meisje van jaar of 15 lopen bij me in de buurt.

“O look, free hugs!”, zegt de vrouw. De man ziet me nu ook, glimlacht breed, opent zijn armen en geeft me een hug.

“O, this is so nice.” zegt hij, “This is really nice. Do you know where I’m from? I’m from Syria. Do you know there’s a war going on in Syria?”

Ik vertel hem dat we hier iedere dag in het nieuws de verschrikkingen uit Syrie kunnen volgen.

“Actually,” gaat hij verder, “there’s two wars going on in Syria. One is with IS and the other is with Bashir al-Assad.”

Ik voel me overweldigd door het verschijnen van deze mensen hier. En door wat hij vertelt. Er gaan op dit moment zoveel gedachten en gevoelens door me heen. Ik vertel hem dat ik me niet kan voorstellen hoe het is om daar nu te leven, maar dat mijn hart uit gaat naar mensen daar. En hun families.

“She is my cousin”, legt de man uit, “I’m here only three days. Are you from Haarlem? It’s such a beautiful city. And there’s a beautiful sun here today. It’s really lovely”.

“And this is so nice”, valt zij haar oom bij, “Can I hug you too? You spread so much positive energy!”

Haar oom maakt aanstalte om door te lopen en zegt: “Thank you for being here. You charge my battery!”

Een knuffel nu!

Ik stap uit de bus en ben op Station Sloterdijk in Amsterdam West. Het is einde van de middag en ben op weg naar huis in Heemstede. Mijn gedachten worden nog in beslag genomen door gesprekken en indrukken van de afgelopen uren.

Daar waar ik de trap op wil lopen, komt een vrouw de trap af. Een jaar of 60, kort, bruin, krullend haar. Ze houdt haar ogen op mij gericht. Als vanzelf blijven mijn ogen ook wat langer naar die van haar kijken. Ik zie dat er opeens een glimlach op haar gezicht verschijnt. Ik voel dat ik haar moet kennen, maar kan niet zo snel thuisbrengen wie zij is of waar ik haar van ken.

Opeens spreid ze haar armen en zegt: “Ik heb zo’n behoefte aan een knuffel nu!”.

Als in een reflex gaan ook mijn armen open en is er een omhelzing. Ik merk dat ik dit heel prettig vind. Een moment later springen mijn gedachten weer naar de voorgrond: wie is dit toch ook weer die ik nu zo fijn in mijn armen heb?

Misschien maakt het allemaal ook helemaal niets uit. Huggen kan overal, met iedereen, mits het intuitief goed voelt en afgestemd is.

Als we de hug afronden, weet ik het opeens. Met drie vriendinnen deed zij mee aan een korte workshop vier maanden terug.

In de trein ben ik er nog even beduusd van. Niet van de spontane hug, zomaar op een druk station in Amsterdam West. Ook niet van dat ik plotseling wist wie ze was.

Ik ben beduusd van het feit dat ik herkend ben op een plek, 25 kilometer afstand van waar ik eerder met haar in contact gekomen was. Via een hug.

Helemaal gehad

Een zaterdagmiddag, hartje Haarlem, hetzelfde plein. Het is zonnig weer en 16 graden Celsius.

Vanuit de verte komt een man mijn richting opgelopen. Een vijftiger. Hij heeft beide handen in zijn broekzakken en loopt rustig. Terwijl hij zijn omgeving in ogenschouw neemt, is er continu een glimlach op zijn gezicht.

“Wilt U een gratis knuffel, meneer?”, vraag ik.

“Ach, hou op, man! Ik heb een vrouw en vier dochters thuis, ik heb het helemaal gehad met al die knuffels!”

Geen knuffel

Eén van mijn favoriete plekken om met mijn bordje Free Hugs te staan is het Klokhuisplein in Haarlem. Het is een plein waar vier autoloze straten samen komen. Vanuit het noorden lopen mensen het winkelgebied van het centrum in, ten oosten ervan ligt een grote ondergrondse parkeergarage en richting zuiden en westen bevinden zich gezellige winkelstraten met volop horecagelegenheden.

Vanaf de hoek heb ik zicht op twee lunchrooms en twee restaurants. En wanneer het warmer wordt, verschijnen op de trottoirs een aaneenschakeling van terrasjes. Mensen die daar zitten hebben dus volop zicht op: mijn bordje!

Ik kan me voorstellen dat het het kijken naar zo’n Free Hugs evenement ook bijzonder is. Ik zie veel blikken mijn kant uit gaan, mensen wijzen wat en ook op de terrasjes verschijnen glimlachen.

Er zijn mensen die speciaal opstaan en me een hug komen geven. En ook de tijd nemen om een gesprek aan te knopen. Het gebeurd vaker dat mensen bij me komen op het moment dat ze vertrekken.

Zo ook het Hindoestaanse koppel dat op me af kwam lopen. Zij voorop, met haar hand vooruit gestoken.

“Ik hoef geen knuffel, hoor, ik hoef geen knuffel”, riep ze me al van verre toe, “ik hoef geen knuffel, hoor!”

Toen ze bij me was, stak ze haar rechterhand nog verder uit en schudde me de hand.

“Ik hoef geen knuffel, hoor, maar ik vind het zo mooi wat u doet!”

Vrij

Ik schat hem op een jaar of 8. Deze zaterdagmiddag in zijn schoolvakantie en zijn broertje is jarig. Zijn moeder heeft haar vriendin meegevraagd en hier loopt hij tussen twee volwassenen en zes kinderen, die allemaal jonger zijn dan hij.

Hij bruist van energie en is enthousiast. Dus lopen heeft hij het geduld niet voor. Hij rent vooruit, ziet iets interessants en rent dan weer terug naar de groep. Roept hardop wat hem opgevallen is. Andere kinderen geven hem aandacht en raken ook enthousiast. Hij voelt zich als een vis in het water: ouder, wijzer, de stoere, energieke leider van deze groep.

Zijn moeder ziet me, leest hardop: “Free Hugs! O, daar kun je een knuffel krijgen als je wilt! Wil jij een knuffel, Remco?”

Haar oudste zoon wendt zijn hoofd naar links en kijkt me aan. Hij verlegt zijn route en komt op me af. Hij geeft me een Hug en zijn hoofd reikt tot mijn middenrif.

“Dankjewel en alsjeblieft”, zeg ik tegen hem, “en heb een fijne dag, Remco!”.

Hij glimlacht en is al weer op weg naar zijn groep. Deze staan op het kruispunt, kijken naar de meneer met wie Remco net een knuffel uitgewisseld heeft. De moeder vraagt of iemand anders ook een knuffel wil. Het groepje staat stil, twijfelt, spannend, besluiteloos.

Remco kan niet wachten. Als geboren leider laat hij zien dat het zo eng niet is. Als hij merkt dat het groepje nog niet vooruit komt en de aandacht op die meneer met dat bordje gevestigd blijft, komt hij voor een tweede keer aangerend. Nu met veel meer vaart. En met zijn armen wijd open. Vrij als een vogel.