Mooie voorstelling

Op driehonderd meter van de plek waar we deze zaterdagmiddag Free Hugs uitdelen is een bioscoop.

In de verte zie ik twee vrouwen rustig wandelend onze kant op komen. Wanneer ze dichterbij zijn, open ik mijn armen en vraag of ze een knuffel willen. Ze houden hun vaart een beetje in en kijken elkaar aan. De oudste vrouw gaat overstag. Ze opent haar armen en we omarmen elkaar rustig en met aandacht.

Dan voel ik haar schouders een paar keer lichtjes schokken. “Is alles goed met u, mevrouw?”.

Opeens heeft ze een zakdoekje in haar linkerhand en dept haar ogen. “Ik kom net met mijn dochter uit de bioscoop”, zegt ze. “We hebben een film gezien en die was zo mooi! Hij was verdrietig, maar zo mooi. En ik ben er nog helemaal ontdaan van”.

Na de omhelzing van haar moeder met mij, wisselt nu ook de dochter een omhelzing uit met mijn mede-hugster.

“Weet je, lieverd”, zegt de vrouw tegen haar dochter, “ik zei net al tegen je dat ik het zo’n prachtige film vond, maar nu merk ik dat ik er nog helemaal ontdaan van ben. Laten we even wat gaan drinken.” We nemen afscheid van ze en wensen elkaar een fijne dag.

Een half uur later zit ik met mijn mede-huggers in een lunchroom. En opeens zie ik ze in de verte bij het raam zitten. Op twee stoelen naast elkaar, jassen over de rugleuning. Ik voel een neiging om even naar ze toe te lopen. Maar ik besluit ze niet te storen. Mijn oog valt op de arm van de dochter, die op de rugleuning van haar moeder rust. Haar open hand ligt losjes tegen diens schouderblad aan.

Bij deze voorstelling krijg ik nu een glimlach.

Risolles en lumpers

Een zonnige woensdagmiddag aan de Binnenweg in Heemstede. Ik sta met mijn bordje Free Hugs in mijn rechterhand omhoog in de lucht.

Achter me is zojuist een auto ingeparkeerd en een oudere vrouw stapt uit. Ze loopt met een portemonnee in haar hand stapje voor stapje naar de parkeerautomaat twintig meter verderop.

‘Wilt u een gratis knuffel, mevrouw?”

“Nee, dankuwel, meneer”, antwoord ze en loopt nog net zo rustig door. Bij het apparaat aangekomen, concentreert ze zich op de knoppen.

Haar tempo en ogenschijnlijke rust intrigeren me. Ik blijf haar observeren en voel een brede glimlach op mijn gezicht.

Wanneer ze weer terugloopt, blijft ze bij me staan. Ze wendt zich helemaal naar me toe en neemt de tijd voor een gesprek.

Nadat ik heb uitgelegd wat ik precies doe en waarom, zegt ze: “Ach, u bent zelf ook Indisch, meneer, u weet hoe belangrijk familie is. Bij ons is zoveel aan de hand. Wat u doet is prima, hoor! Maar de wereld zou zoveel beter zijn, als we alleen maar beter leren omgaan met onze eigen familie, vind u niet?!”.

En dan spant ze haar spieren weer aan en keert zich langzaam van me af.

“Sudah, ik ga nu verder, ja. Mijn nichtjes komen dadelijk. Ik ga nog naar de toko, risolles en lumpers halen.”

Denk in drie-en

Ik kom aan op mijn favoriete plein en er is opvallend veel publiek op de been. Er blijkt een draaiorgelfestival gaande te zijn. Van drie kanten komt er muziek op me af.

Ik spreid mijn armen en richt me op een groep voorbijgangers. In volle vaart rijdt er een vrouw in een electrische rolstoel aan mij en het groepje voorbij. Daarbij valt mij op: ze draagt een rode jas.

Vijftien minuten later rijdt een vrouw in een electrische rolstoel op me af. Met een swierend bochtje komt ze vlak voor me tot stilstand. Een jaar of 70 en …. in een rode jas.

Ik heb nog geen andere vrouw in een electrische rolstoel met een rode jas gezien, dus de kans is groot dat dit diezelfde vrouw is. “Bent u toch teruggekomen voor een knuffel?”, waag ik de gok.

“Nou, graag!”, zegt ze. “Ik vind dit zo bijzonder. Ik heb hier zo behoefte aan.” Ik buig naar beneden en omarm haar. En terwijl ik met haar praat blijf ik gebukt staan, want van drie kanten klinken nog altijd die draaiorgels.

Ze vertelt hoe ze knuffels mist. En deze actie zo bijzonder en hartverwarmend vindt. Ze had een poosje staan kijken en twijfelen. En vond mij er betrouwbaar en veilig uit zien. We nemen afscheid en na een tweede knuffel wens ik haar een fijne dag.

Even later zie ik haar verderop weer staan. En naar me kijken. Ik richt me op de mensen in mijn directe omgeving. En wanneer ik een hug met een jongeman heb afgerond, staat ze opeens weer bij me.

“Dit doet me zo veel,” zegt ze, Ik hoor dat haar stem een beetje overslaat. “Ik blijf er de hele tijd aan denken. Ik ga straks op visite bij mijn broer en ga het hier zeker over hebben.”

Ze vertelt hoe ze last heeft van ‘zoveel moeten’. En meer tijd nodig heeft om alle prikkels en emoties gedurende de dag te verwerken. Dat ze daar gesprekken over heeft en haar de vraag is gesteld of ze misschien overspannen is.

Ik ben aanwezig in alle rust en luister. En wanneer we later opnieuw afscheid nemen, doe ik dit op gepaste wijze: met nog een warme knuffel.

In het voorbijgaan

Op 20 meter meter afstand van mij, komt ze in mijn gezichtsveld. Koptelefoon over de oren, een jaar of 20. Ze loopt in een stevig tempo en haar bewegingen lijken wel mechanisch. Ik zie dat ze vanuit de verte naar mij kijkt. En dan haar blik afwendt.

Terwijl ze nadert, blijf ik in dezelfde houding staan. Het bordje ‘Free Hugs’ heb ik in mijn rechterhand boven mijn hoofd. Mijn linkerarm heb ik naar beneden en schuin naar voren uitgestoken. In een uitreikend gebaar.

Ze loopt door. Bij iedere pas die ze dichterbij komt, scant ze met haar blik mijn omgeving. Ze zoekt geen oogcontact met mij.

Ik blijf haar observeren. Nieuwsgierig. Voel dat ik behoefte heb om stil te blijven staan en enkel rustig te kijken. Ik wil observeren, geen woorden gebruiken.

Ze loopt nu vlak voor me. Haar blik blijft ze richten op de ruimte rechts van mij, de kant waarlangs ze me gaat passeren. En opeens zie ik hoe haar hoofd zich langzaam mijn kant op draait en ze deze met een kleine rukbeweging weer bijtrekt. Het helpt haar de blik van mij afgewend te houden.

Ik denk dan: ze wil me bewust niet zien. Een kort moment voel ik een golf van teleurstelling. Met een vleugje verdriet. En dan voel ik me weer krachtig op eigen benen staan.

Ik weet niet wat dat was. Was dat van mij? Heb ik iets van haar opgepikt? Maakt het uit?

Er flitst een reeks van gedachten door mijn hoofd over wat ik heb waargenomen. Iemand die inspanning moet leveren om aan een ander mens voorbij te gaan. Ik zou zo wensen dat ze zichzelf niet hoefde in te spannen.

Dat ze hier nu ontspannen kon lopen. En vanuit die ontspanning contact kon maken. Met zichzelf. En dan met mij. En in dat contact een glimlach op haar gezicht kon dragen en aangeven: nu heb ik behoefte om langs je te lopen en misschien begroet ik je een andere keer.

Het is wat het is. In gedachten zeg ik: “Fijne dag!”.

Besluit

Rustig lopen ze voor me langs, achter elkaar. Een oudere vrouw en man, allebei eind zestig. Ik zie ze kijken naar mijn gezicht en het bordje dat ik boven mijn hoofd houd. Op hun gezichten zie ik een strakke, gespannen glimlach.

“Wilt U misschien een knuffel?”, vraag ik.

Ze lopen nog een paar passen verder en draaien zich dan om. “Wat is dit precies?”, vraagt de vrouw. “Wat staat daar nou eigenlijk?”.

“Free Hugs”, zeg ik, “dat betekent gratis knuffels, ik deel gratis knuffels uit. Kent U dit niet?”.

Ze kijkt me met grote ogen aan. En dan kijkt ze even vluchtig naar de man. Er ontstaat een gesprek en opeens is daar een reeks aan vragen. Zij en haar man hebben dit nog nooit gezien. En er ook nog nooit van gehoord. Langzaam doen ze allebei een stapje dichterbij. Ze laten zich uitgebreid informeren door me. Over mijn bedoeling en belangeloze intentie.

Ik zie ogen die wat groter worden. Ik zie meer ontspanning en expressie in de gezichten komen. Ik zie glimlachen verschijnen. Af en toe lijkt het of verbazing en ongeloof zich van hen meester maakt.

“Nou, fijne middag, hoor!”, zegt de vrouw. Met een glimlach komt ze weer in beweging. En haar man volgt haar hierin.

Opeens, na twee passen, draait de man zich om, spreidt zijn armen en komt op me af. Hij geeft me een gemeende, stevige knuffel. Ik voel zijn aandacht en intensiteit in de omhelzing. Voor een kort moment ben ik helemaal verbonden met hem.

Nadat we elkaar losgelaten hebben, spreek ik hem aan. “Weet U waar ik nou zo nieuwsgierig naar ben? U was al vier stappen bij me vandaan. En opeens draait U zich om. En U geeft me een fantastische knuffel. Ik ben zo benieuwd, waarom opeens dat besluit?”

“Ach”, zegt de man, “ik dacht gewoon, waarom ook niet?”