Wil niet

Een zwoele, zomerse vrijdag en ik sta op het Klokhuisplein. Het is nu begin van de avond. Ik zie mensen in groepjes stilstaan bij een terras of restaurant en een vrij plekje zoeken.

Vanuit de verte zie ik twee mannen en twee vrouwen rustig mijn kant uit komen lopen. De vrouwen lopen in het midden dicht naast elkaar en praten. Eén van de mannen loopt ernaast, de andere iets daarvoor.

De voorste man kijkt mij aan. Hij draait zich een stukje om en zegt iets tegen de anderen. Dan zie ik ook de anderen mijn richting op kijken.

Als ze op hoorafstand zijn vraag ik: ‘Iemand een knuffel?’.

De voorste man kijkt me aan, haalt zijn schouders een beetje op en zegt: ‘Ik heb mijn best voor je gedaan, maar ze wil niet.’

Zacht van voren

Een warme zaterdagmiddag in Haarlem. Ik ben met acht andere Free Huggers op de Grote Markt. ​De markt staat vol kraampjes en er trekt een continue stroom van voetgangers en fietsers langs.

We staan in een langgerekte rij voor het bordes van het Stadhuis. Aan de lopende band delen we knuffels uit en horen positieve reacties om ons heen.

Sommige mensen raken zo enthousiast, die nemen de tijd en gelegenheid en huggen iedereen in de rij. Anderen maken een duidelijke keuze.

‘Ow, ik wil groag een huk van u, meneer!’, zegt een kleine, stevige, geblondeerde dame van een jaar of 60. Het accent verraad haar Amsterdamse roots.

‘Er is volop keuze, mevrouw’ zeg ik, ‘we zijn hier vandaag met een heel rijtje mannen en vrouwen.’

‘Ik wil liever een huk vannuh man’, antwoord ze resoluut.

‘Groot gelijk, hoor, ik wil het ook liever van een man’, grap ik bijdehand.

‘Vrouwe benne zo zacht van vore met al die borsten’, zegt ze.

Dan opent ze haar korte armen en is er een stevige omhelzing, waarin ik heel veel zachtheid voel.

Een fijn leven

Een zonnige maandagmiddag op de Grote Markt in Haarlem. Er is een continue stroom van mensen om me heen, lopend en op de fiets.

Een man en vrouw van een jaar of 60 komen uit een winkelstraat mijn richting op. Mij valt op dat de man een bijzondere manier van lopen heeft. De rechterkant van zijn lichaam lijkt bij elke stap iets trager mee te bewegen dan de linkerkant. Een stemmetje in mijn hoofd zegt dat hij mogelijk een herseninfarct heeft gehad en dit daar misschien een gevolg van is.

Met mijn bordje Free Hugs boven mijn hoofd, open ik mijn vrije arm en vraag of iemand een gratis knuffel wil. Zowel de man als de vrouw kijken mijn richting op. De man kijkt mij langer aan en houdt zijn blik op mij gericht.

Met zijn hele lijf keert hij zich mijn richting op en loopt op mij af. ‘Ja, hoor, van mij krijgt u wel een hug!’, zegt de man.

‘Wat een leuke, spontane reactie van u, meneer,’ zeg ik, ‘u ook, mevrouw?’ ‘Nee, dank u wel!’, antwoord ze van een afstand. Nadat ik een omarming met de man heb uitgewisseld, steek ik mijn duim naar haar op en het tweetal loopt door.

Vijftien minuten later zie ik ze weer. Dit keer naderen ze mij van de andere kant. En lopen vlak voor mij langs.

‘Van mij heeft u al een hug gehad’, zegt de man in het voorbijgaan.

‘Dat weet ik heel goed, ik herken u,’ antwoord ik. ‘Dat was een fijne knuffel. En ik wens u nog een fijne dag, hoor!’.

‘U ook meneer’ antwoord hij terug. Twee passen verder, draait hij plots zijn hoofd een tikje om: ‘Een fijne dag?’, mompelt hij, “Een fijn leven, een dag is zo kort!’.

Feest van herkenning

Zaterdagmiddag in het centrum van Haarlem. Er lopen veel mensen op en rond het Klokhuisplein. Op honderd meter afstand van mij zingt een koor.

Mijn Engels sprekende vriendin heeft net een bordje ‘Free Hugs’ in haar hand genomen. Ze vraagt me of de taalbarriere een probleem is om mee te doen. Ik zeg dat dit geen probleem is, veel mensen hier spreken uitstekend Engels.

Dan zie ik achter haar twee puberjongens onze kant uit komen fietsen. Eén van beiden ziet ons en stuurt opeens recht op ons af. Vlak achter haar remt hij af en komt tot stilstand. Een knul van een jaar of 16 met blond stekeltjeshaar. Zijn compagnon met zwart, lang haar komt nu naast hem tot stilstand.

Met brede glimlach en een opgewonden stem roept de blonde knul luid: “O, staat u hier weer, meneer?! Nou ik wil wel een hug, hoor! Voor een hug stop ik altijd!”

Ik stop met praten, richt mijn gezicht naar hem en beweeg zijn richting op. Hij is van zijn zadel afgekomen en houdt zijn fiets tussen beiden benen vast. En hij opent zijn armen. Ik glimlach, loop op hem af en open mijn armen. We omarmen elkaar. Ik voel me vrolijk, alsof hij een bekende is en we elkaar lang niet gezien hebben.

Mijn Ierse vriendin heeft zich omgedraaid, overziet snel de situatie en wisselt een hug uit met zwartharige jongen. Dan wisselen we van partner en geven ieder ook de ander een knuffel.

“Ik vind het zo leuk dat u dit doet” zegt de blonde jongen, “vorige keer stond u op die andere hoek daar. Toen ben ik ook een knuffel wezen halen, weet u dat nog?”

Mijn gedachten gaan in rap tempo allerlei herinneringen langs. Er trekt een hoeveelheid aan momenten voorbij en na drie, vier gezichten kan ik het niet meer overzien. Op mijn gezicht verschijnt een frons. Ik wil een aardige verontschuldiging formuleren, omdat ik het niet meer weet.

Voordat ik kan antwoorden, zegt hij met brede grijns: “Maar ja, toen had ik nog lang haar!”.