Engels praten

Deze woensdagmiddag hebben de scholen hier Herfstvakantie. In het centrum van Haarlem zie ik opmerkelijk veel jongeren. Na een miezerige ochtend is nu de zon doorgebroken en de Grote Markt biedt een zomerse aanblik.

“Enjoy your day!”, zeg ik tegen twee Canadezen met wie ik net knuffels heb uitgewisseld. Ik draai me om en hier staat een magere jongen van een jaar of 15. Een lichtblauwe regenjas, een zware, zwarte bril. Hij vraagt met een opmerkelijk hoog stemgeluid: “What does that mean? What are you…. selling?”

“I don’t sell anything, I offer free hugs to people who like to receive them.”

“But what…. does… that mean? What do… you… do… here?” Ik hoor nu een Hollandse tongval in de uitspraak van zijn Engels. En ik hoor een hapering om vloeiend volledige zinnen uit te spreken.

Ik praat langzamer. “Well, I stand here. Put this sign up in the air. And then I look. At people. And I see people read this sign. And they think. Some people hug me. And, just like you have now, I see a lot of smiles on peoples faces.”

Geinteresseerd stelt hij nog meer vragen. In het Engels. En ik antwoord in het Engels. Ik help wanneer hij het woord voor ‘plein’ niet weet. Dan vraagt hij: “And where are you from?”

“I live in Heemstede”, antwoord ik, “that’s next to Haarlem. Do you know it?”

“Maar dan…. spreekt U ook Nederlands?”, roept hij opeens verbaasd uit.

“Ja, ik ben gewoon Nederlander, hoor”, glimlach ik.

Er verschijnt een brede lach op het gezicht van de jongen, hij proest het uit en houdt beiden handen voor zijn mond. “And I was de hele tijd in het Engels aan het praten met U!”, zegt hij.

Niets meer te leren

Zaterdagmiddag, ik zie zon en wolken, ze wisselen elkaar af. Ik sta in de Hoofdstraat in Hillegom, voel een bries door mijn haren en hoor vanuit de verte de klanken van een draaiorgel.

Ik zie een jonge vrouw met een kinderwagen uit de Hema komen. En achter haar nu een jonge man met een kind in zijn armen. Hij zet de kleine neer, een meisje van nog geen 2 jaar oud.

Vol energie loopt de kleine meid wankele passen naar het midden van de winkelstraat. In het midden van de winkelstraat spreid ze haar armpjes en brengt ze de lucht in. En dan zakt ze met een knikje door haar knieen heen. En nogmaals. En nogmaals. En nogmaals.

“Mooi, he”, roept de jonge vrouw naar het meisje “dat is muziek van de draaiorgel! Ga maar lekker dansen!”.

De jonge man en vrouw blijven op een afstandje van het kind staan en eten iets. Vanuit de verte zien ze mij met mijn bordje in mijn hand.

Terwijl ik dit alles zie, voel ik op mijn gezicht de zon. En een brede glimlach. Ik voel me ook heel rustig en warm van binnen. Ik breng mijn bovenlijf iets naar voren en laat mijn stem wat harder klinken door de winkelstraat. “Genieten hoeven jullie haar niets meer over te leren!”, roep ik.

De jonge man heeft nu ook een grote glilmlach op zijn gezicht. Hij komt op mij af lopen. En spreid zijn armen. Nu spreid ik ook mijn armen. En we omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en voel de warmte op de plekken waar onze bovenlijven elkaar raken. Ik neem de tijd en de omarming blijft. Zijn schouders en armen worden zachter en zwaarder. Ze zakken een beetje naar beneden. Ik ervaar rust en verbondenheid. .

We laten elkaar weer los. “Fijne dag!”, zeg ik.

Je bent een mooie

Ik doe mee aan de eerste editie van De Geluksroute Bollenstreek. Zesentwintig bewuste ondernemers bieden workshops en activiteiten aan, waarin mensen hun momenten van geluk kunnen ervaren.

Op mijn plek in de Hoofdstraat in Hillegom kijk ik omhoog en zie een dicht, grijs wolkendek. Er valt een miezerige regen. Om me heen zie ik een winkelstraat waardoor zich enkele voetgangers bewegen. Ik houd mijn bordje met Free Hugs omhoog en spreek mensen aan met de vraag of ze een knuffel willen.

Een vrouw, eind 40, en een jonge man, begin 20, komen vanuit de verte dichterbij. Allebei dragen een lichtgekleurde regenjas zonder capuchon. Ze kijken naar mijn bordje. Er veranderd niets aan hun vaart.

Van achter haar brilleglazen kijkt de vrouw me langer aan. Ik ondersteun mijn boodschap en spreid mijn armen. “Wil er iemand een knuffel?”, vraag ik.

Ze glimlacht en loopt met dezelfde vaart op me af. “Hahahaha…. Nou, vooruit dan maar, omdat je er zo aardig om vraagt.”

In hetzelfde tempo loopt ze naar me toe, omarmt me snel en geeft me vier flinke kloppen met haar rechterhand op mijn rug. Mijn aandacht is nu in mijn rug. Ik denk: ja, hoor, hier is ‘t ie: de bouwvakker!

Na de laatste rugklop laat ze direct weer los. “Hahaha… Je bent een mooie, jij!”. Ze kijkt de jonge man aan, wend zich van me af en loopt direct weer door.

Weer in beweging

“Flikker toch op, man! Heb je niets beters te doen? Sodemieter op, klootzak!”. Ik schrik en keer mijn gezicht naar waar het geschreeuw vandaan komt.

Een scooter rijdt rakelings langs me en slingert verder tussen andere voetgangers door. Een jonge vrouw van een jaar of 16. Terwijl ze doorrijdt, kijkt ze achterom en richt haar woorden tot mij. Ik denk: ze gaat stoppen en naar me toe komen. Ze rijdt door.

Er gaat nu veel door me heen. Mijn hart bonst, opwinding, gedachten, gevoelens. Ik heb een glimlach op mijn gezicht. Het voelt nu als een masker, niet meer van mij. Ik denk: doorgaan! Ik laat me niet kennen.

Ik nodig voorbijgangers uit voor een knuffel. Ik merk dat ik nog steeds denk aan de vrouw die net voorbij reed en de scheldkannonade die er op me af kwam. Wat ik hier nu doe, voelt niet meer oprecht.

Ik loop 20 meter naar mijn fiets en stop het bordje Free Hugs in mijn rugtas. Ik drink een paar slokken water.

Op de fiets gaan veel gedachten door me heen. De geraakte emoties worden duidelijker voelbaar. Er is een snaar van angst geraakt. Een angst om in elkaar geslagen te worden.

Ik wil niet dat er een angst is die mij overheerst. Ik weet hoe ik er anders mee om kan gaan. In plaats van ‘bevriezen’ wil ik weer voor beweging zorgen. En het initiatief in eigen hand pakken.

Ik miste even het vertrouwen in mijn eigen standvastigheid. Letterlijk, mijn fysieke standvastigheid. Mijn lichaam en systeem kunnen beschermen. Ik besluit mezelf meer te ontwikkelen op dit vlak. En betreed daarvoor een gebied waar ik een geschiedenis in heb en lang uit de weg ben gegaan.

Al lang weet ik van het bestaan van Aikido. Een vorm van zelfverdediging, waarbij het me niet gaat om agressie met agressie te beantwoorden. Nee, ik wil een aanval van agressie kunnen ombuigen. Zodat ik met meer rust en zelfvertrouwen kan blijven staan en zijn wie ik ben.

Als ik thuis ben ontdek ik dat er een vereniging is op 5 minuten fietsen van mijn huis. En ik spreek af een proefles te gaan volgen.

Het initiatief en de actie ligt weer bij mij. Ik voel me nu al prettiger. Geraakt en direct weer in beweging.