Zeg je dat dan ook?

Ik zie een bruinharig meisje van een jaar of tien naast een man van een jaar of veertig. Zijn regenjas valt mij op, is dezelfde kleur blauw als wat ik aan heb.

Ze lopen nu op vijf meter afstand, kijken naar mij en mijn bordje. Ik hoor haar stem luid en duidelijk: “Wat staat daar?”

“Die meneer deelt knuffels uit”, zegt de man.

“Dit zijn twee Engelse woorden”, begin ik op hetzelfde moment. “Het betekent gratis knuffels. Ik deel knuffels uit en degene die het leuk vinden, die krijgen een knuffel van me.”

Het meisje staat stil. En de man nu ook. Ik kijk haar aan. Zij luistert aandachtig en op haar voorhoofd zie ik rimpels verschijnen.

Ik doe een twee kleine stappen naar haar toe en buig mijn hoofd een beetje. “En als ik jou nou vraag ‘wil je een knuffel?’, wil je dat dan?”

Ze is stil en kijkt me aan. Ze opent haar armen en glimlacht. “Ja, hoor!”, zegt ze.

Ze loopt de resterende passen, komt tegen me aan staan en omarmt me. Haar armen omvatten nu mijn heupen en haar hoofd rust tegen mijn middenrif. Ik leg mijn handen op haar rug, kijk naar beneden en zie haar bruine haar. Ik sluit mijn ogen en we blijven staan. Van binnen ervaar ik zachtheid en vertedering.

Dan doe ik mijn ogen open en we laten elkaar los. “Dankjewel”, zeg ik. Ik breng mijn gezicht opnieuw iets dichter bij haar, wijs naar de man en vraag: “Is dit jouw vader?”. Ze knikt.

“Let op”, zeg ik, “ik ga hem nu ook vragen of hij een knuffel wil”. Ik kom overeind, kijk de man aan en vraag: “wilt u ook een knuffel, meneer?”

“Ja, hoor!”, zegt de man. De man en ik omarmen elkaar. En we laten elkaar weer los.

“Thuis knuffelen we ook.”, zegt hij.

“Dat is mooi. Vinden jullie dat fijn?”, vraag ik. Het meisje knikt. “En als dat jullie het niet fijn vinden, zeg je dat dan ook?”

Familie naar mijn hart

Het is zondagmiddag, ik zit in een eethuis in de buurt van Amersfoort. Een familielid is 85 jaar geworden en dat wordt gevierd. Ik ben in gesprek met vrienden van de jarige en opeens zie ik in de verte een vijftiger met zijn vriendin binnenkomen, ook familie.

Een paar maanden geleden waren ze een avond bij ons. We hebben openhartig gesproken over hoe het ze vergaat. Zakelijk zit hij in een benarde situatie. Het is nu nog niet duidelijk hoe dit op korte termijn gaat veranderen.

Ik hoorde hoe hen dit allebei van binnen opvreet. Er wordt continu onmacht ervaren, frustratie, teleurstelling en boosheid. Piekeren en slecht slapen zijn dagelijkse kost.

De openheid en diepgang die avond over de impact van de hele situatie, was voor mij verrassend en nieuw. Ik stelde veel vragen, uitte mijn zorg en werd nauw betrokken. En terwijl ik luisterde en mijn medeleven toonde, ervoer ik een hoeveelheid aan gevoelens en emoties voor alle partijen: sympathie, antipathie, afkeer en verbondenheid.

Ik zou me in die situatie zo anders gedragen, dacht ik. Zaken anders organiseren, wat ik wil zeggen anders verwoorden, op een andere manier handelen en zoveel andere keuzes maken. En….. voor mij is het gemakkelijk praten, want ik ben niet in die positie.

Nu zie ik ze binnenkomen. Zij gaat naar andere aanwezigen, hij loopt op mijn gezelschap af. Een man van weinig woorden. Hij schud mijn twee buurmannen de hand en begroet ze. Als hij voor me staat, zie ik een glimlach op zijn gezicht en opent hij zijn armen. Ik open ook mijn armen en noem zijn naam. We drukken onze borstkassen tegen elkaar. Een korte omarming. Iemand die me dierbaar is breng ik even naar mijn hart. Verder is er geen tekst.

Aan het denken gezet

Zaterdagochtend, ik sta in de Hoofdstraat in Hillegom. Het is fris en de zon schijnt op mijn gezicht. Ik voel me heerlijk en heb zin om hier te staan.

Een stevig gebouwde vrouw komt mijn richting op gelopen. Zwarte krullen tot over de schouders en een bril. Ik zie dat ze vanaf een afstand al heeft gespot. En mijn Free Hugs bordje bekijkt. Als ze vlakbij is spreidt ze haar armen en zegt: “Ja, natuurlijk! Waarom niet?”

Ik spreid mijn armen, sluit mijn ogen en wissel een knuffel met haar uit. En al vlot maakt ze zich weer los uit de omarming. Ze kijkt me aan en vraagt: “Waarom doe je dit als ik vragen mag?”

Ik vertel dat ik Mindfulness trainer ben. Ze knikt en zegt dat ze het kent. Ze zegt dat ze een cursus Mindfulness heeft gevolgd. Er ontstaat een openhartig gesprek.

Ze is aan het herstellen van een burn out. En langzaam gaat het beter. “En dan geef ik dus zomaar iemand op straat een knuffel, wat andere mensen er ook van denken!”, zegt ze.

“En hoe heb je nu besloten om mij nu net een knuffel te geven?”, vraag ik haar.

“Nou dan denk ik, wat kan mij het schelen?!”.

“Was het een besluit alleen op grond van een gedachte?”, vraag ik haar. “En ben je je ook bewust van wat daaraan vooraf is gegaan?”

Er komt een frons op haar voorhoofd. “Ik snap niet zo goed waar je op doelt.”, antwoord ze.

“Wat denk je van je gevoe….”, en nog voordat ik mijn zin af kan maken, knikt ze en verschijnt een glimlach op haar gezicht. “Ja, natuurlijk”, zegt ze direct.

“… gevoel? De signalen van je lijf? Je intuitie?”

Tien minuten later zie ik haar weer. Ze komt aangelopen vanuit de andere richting.

“Hoi!” roept ze, “Ik ben er nog steeds mee bezig. Het heeft me wel aan het denken gezet!”

Drie mannen met een paard

Hij heet Rob, weet ik inmiddels. We hebben elkaar voor het eerst gehugd toen ik op een mooie maandag in juni om 12.00 uur op De Grote Markt stond. Ik zag een oudere, Indische man, die langzaam vooruit liep met een gehandicapte motoriek. Op het eerste gezicht zag hij er ongeschoren en verkreukeld uit. Maar ik bleef gefascineerd staan kijken. En toen hij dichterbij was, sprak ik hem aan.

‘Goedemiddag, wilt u een knuffel?’

‘Een wat?’, vroeg Rob.

Er ontstond een opmerkelijk hartelijk en persoonlijk gesprek. Hij bleek 84 jaar geleden geboren te zijn in Jakarta, Batavia destijds. Was inmiddels weduwnaar en een paar jaar geleden een herseninfarct gehad. In zijn roots zaten behalve Indische, ook Hollandse, Chinese en Friese genen. Vertelde hij me met een grote grijns op zijn gezicht.

Sindsdien heb ik Rob nog drie keer ontmoet en gehugd. Op maandagochtend mediteert hij daar in de buurt. Door zijn opvallende verschijning en onze bijzondere gesprekken, is zijn naam direct paraat wanneer ik hem in een menigte zie.

Mijn acties van Free Hugs vind hij geweldig. En hij deed er een leuke uitspraak over.

‘Wat goed dat je dit doet, Rick. En wat mooi dat je zo met mensen in contact komt. Nee, ik kende het niet. Maar ik kijk nergens meer van op tegenwoordig, twee vrouwen met een kind, drie mannen met een paard…..’.

Ik kijk er naar uit om hem weer te ontmoeten, een hug uit te wisselen. En als hij wil en tijd heeft, misschien even samen wat te drinken. Als twee mannen zonder paard.