Hugs voor Kerst

Er zijn meer mensen in Nederland, die Free Hugs evenementen initieren.

Het is zaterdagmiddag 23 december en ik arriveer in Den Haag. Op het Lange Voorhout is een grote Kerstmarkt. Ik loop tientalle stalletjes voorbij en zie mijn medehuggers al volop in actie. Ik spreid mijn armen en begroet de eerste: ik sta stil in een omarming, mijn aandacht is binnen en ik ervaar een zalig, afgestemde harmonie. De tijd valt weg.

We pauzeren en drinken koffie. Tegen één van de initiatiefneemsters, zeg ik: “Weet je, ik heb gezien hoe jij overzicht over de groep bewaard en aandacht hebt voor iedereen individueel. Mooi vind ik dat om te zien. Mooi dat je je dienstbaar opstelt voor de groep huggers en die verantwoordelijkheid ziet en pakt.”

“Dankjewel dat je dit zegt”, antwoord ze.

Zondagmiddag 24 december arriveer ik in Amsterdam. De Dam is vol mensen en reuring. Ik blijf staan, kijk om me heen. Ik loop langzaam rond een grote kerstboom en kijk nog meer om me heen. Op 15 meter afstand staan zo’n dertig mensen met Palestijnse vlaggen te schreeuwen om aandacht: “Free Palestine!”. Ik vraag mezelf af of ik hier nu wil zijn in deze hoeveelheid van mensen in deze sfeer.

Ik ben nu aan de andere kant van de kerstboom en zie mijn medehuggers. Ik begroet ze één voor één met een hug. En ik pak mijn bordje en doe mee. Veel hugs voelen vluchtig en oppervlakkig. In een paar hugs voel ik rust en aandacht.

Ik sta voor de kerstboom temidden van de groep huggers en als de groepsfoto gemaakt is, besluit ik te stoppen. Ik loop naar een medehugger toe om afscheid te nemen. Hij omarmt me en ik voel hoe zijn armen me steeds strakker vastpakken. Dan zet hij zoveel kracht, dat het opeens onprettig voelt.

“Ho, stop, rustig!”, zeg ik. Hij laat meteen los.

Er ontstaat een gesprek over verschillen in huggen. Ik leg hem uit hoe ik dit afstem, hoe ik rustig en zacht begin en hier de tijd voor neem. Ik laat het hem voelen.

“Dit is inderdaad anders”, zegt hij.

Ik zeg hem gedag en loop naar de volgende medehugger.

Nu staat hij opeens weer voor me. “Weet je, ik ben een kritische denker. Wat je net zei over dat het beter is om zacht te huggen, ik geloof dat mensen het prettig vinden om je te voelen als je hugt. Dat jijzelf het initiatief neemt om wat energie en kracht erin te brengen, zodat je mensen een voorbeeld geeft. Want voor heel veel mensen is het onbekend en spannend.”

Ik hoor hierin hoe hij op zoek is naar zijn ‘gelijk’. En heb meer de behoefte om gelijkwaardig en respectvol met elkaars intentie om te gaan.

“Ik nodig je uit om eens naar Haarlem te komen en mee te doen in een workshop van me”, zeg ik. “Daar nemen we de tijd om te onderzoeken wat er bij een knuffel komt kijken. En hoe je dit afstemt”.

En deze uitnodiging geldt nu voor iedereen. Ik kijk er naar uit om iedereen te ontvangen. Met open armen!

Compassie voor Kerst met familie

Ik sta in Hillegom voor een groep dames en één meneer en presenteer een lezing over compassie. Ik vertel dat ik de avond niet compleet vind zonder ze er een eigen ervaring in aan te bieden. Om mijn toehoorders tegelijkertijd inzicht te geven in de structuur van compassie heb ik twee oefeningen gekozen: een klassieker uit het NLP reportoire en een ander uit de Mindfulness traditie.

Na de korte pauze halverwege de avond vraag ik een vrijwilliger voor een demonstratie. Eén van de vrouwen knikt en komt naast mij staan. Ze volgt me in een oefening, waarbij ze een onprettige ervaring met een familielid tijdens een Kerst herbeleeft en vanuit verschillende perspectieven de dieptestructuur onderzoekt. Herhaaldelijk maakt ze contact met de beleving in dat moment. In haar gezicht wisselen verschillende uitdrukkingen zich af. Ik begeleid haar in alle rust en met een kalme precisie laten we het proces zich ontvouwen. Ik geniet nu van ieder moment. In de nabespreking is het bruggetje van compassie naar ‘omarmen’ makkelijk gelegd.

Tijdens de meditatieoefening die hierop volgt ben ik me gewaar van een enorm helder licht. Wat een opmerkelijk avond is dit toch.

De volgende middag tref ik één van de andere vrouwen.

“Wat een mooie presentatie”, zegt ze, “Je hebt een prachtige opbouw van de avond, je brengt de informatie duidelijk stap voor stap en zorgvuldig over, en je maakt het erg inzichtelijk. Ik heb er echt wat van opgestoken”.

Mijn besluit staat nu vast. Ook volgend jaar is er in december weer een Kerst. Dan krijg jij ook de gelegenheid om meer te snappen en ervaren over de structuur van compassie. Ik ontvang je graag, met open armen.

Hug je suf

Ik neem mijn plek in op de Botermarkt, zwaai naar het echtpaar van de oliebollenkraam en roep: “Hier ben ik weer!”

Dan zie ik hem op een paar meter afstand van me. Hij is achter in de 50, draagt twee tassen vol boodschappen en hangt ze aan het stuur van een fiets. Hij maakt het slot open en gaat op het zadel zitten. Met zijn voeten op de grond houdt hij de fiets in balans. Nu ziet hij me en kijkt me recht in de ogen aan. Hij kijkt naar mijn bordje en weer terug naar mij.

“Wilt u een knuffel, meneer?”, vraag ik.

Er komt een brede lach op zijn gezicht. Hij schud zijn hoofd.

“Waarom is dit, waarom doe je dit?”, vraagt hij rustig. “Gaat het je om mensen te ontmoeten, om meer verbinding te krijgen?”. vraagt hij verder.

Ik knik en glimlach naar hem.

“Ik ben sowieso al iemand die met iedereen overal een gesprekje heeft. Bijvoorbeeld net, in de rij van de supermarkt. Een gesprekje zorgt ervoor dat mensen wat positiever zijn. Als ik bijvoorbeeld mijn portemonnee of mijn tas vergeten ben en ik heb net een gesprekje met iemand gehad in de supermarkt, dan zullen ze veel sneller zeggen ‘meneer u heeft uw portemonnee vergeten’ in plaats van het te jatten”.

“Precies,”, zeg ik, “het gaat me om die verbinding met elkaar. Dat we elkaar meer zien.”

“Nou”, gaat hij verder, terwijl hij zijn lichaam rustig naar voren leunt en zijn fiets in beweging brengt, “huggen is mijn manier niet, maar Ik zou zeggen hug je suf, jongen!”

Ik mis dit zo

Het is vrijdagavond half negen. Ik sta in een buitenwijk van Haarlem in mijn joggingbroek en T-shirt. Binnen in deze yogazaal klinkt luide, ritmisch meeslepende muziek. Om mij heen zie ik zo’n vijftien mensen dansen, net als ik zijn ze op blote voeten. Er wordt niet gesproken en er is geen alcohol: ik ga helemaal op in een twee-uur durende dansmeditatie.

Na het afronden van mijn dans sta ik bezweet bij de kapstok.

“Hai, jij bent Rick, van de Free Hugs!”, zegt een vrouw met duidelijke stem tegen me. Ze is achter in de vijftig, zwart, kort krullend haar. “Ik ken jou! We hebben staan huggen bij het Station. Dat was zo bijzonder! Je zei het ook, dat onze aanraking zo volledig met aandacht was. Herken je me niet meer?”.

“Nee, sorry, ik ontmoet zoveel mensen, soms zo vluchtig.” zeg ik. Ik merk een beetje ongemak, terwijl ik dit eerlijke antwoord geef. Het is wat het is.

“Dit is Sander, mijn man”, stel ik haar voor.

“O, ik wist niet dat je homo was!”, zegt ze verrast en enthousiast. Haar stem klinkt spontaan veel harder. Mijn oog valt op een vrouw die achter haar langs loopt, ze kijkt me aan en krijgt een glimlach op haar gezicht.

“Jouw dansen deed me denken aan Toppop van vroeger, die danseres. Peggy, of hoe heette ze ook weer?”, zegt Sander.

“Penny! Penny de Jager”, vul ik aan. “Ja, je danst heerlijk, je kunt zien dat je zo lekker in je lijf zit!”.

“O, dit raakt me.” Haar gezicht wordt roder en zachter. Ze slikt en haar ogen worden vochtig.

Ze kijkt me aan en zegt: “Ik wil je nog even huggen”. Ze zet haar glas water neer en opent haar armen. We omarmen elkaar en ik blijf met gesloten ogen tegen haar aan staan. Ik voel haar ademhaling, ik voel haar spieren een beetje naar beneden zakken. Er is rust, aandacht, verbinding en warmte. Ik ervaar een intens contact. Dan laten we elkaar weer los.

Ze kijkt Sander aan. “En jou wil ik ook een knuffel geven”, zegt ze, “O, ik mis dit zo.”