Tot volgende week

Zondagmiddag 21 januari. Het is Internationale Knuffeldag en ik sta op De Grote Markt in Haarlem. Een waterig zonnetje schijnt boven ons. In mijn directe omgeving tussen het winkelende publiek staan twaalf mensen verspreid over het plein, die ook uitnodigen om een hug uit te wisselen.

Eén van de mede-hugsters roept mijn naam. Ik zie een man en vrouw naast haar staan, die met elkaar in gesprek zijn. Ik loop naar ze toe.

Nu ik bij hen ben, keert mijn mede-hugster zich een beetje van het tweetal af en zegt zacht: “Deze mevrouw wil je wat vragen. Ze is erg ontroerd. Wacht maar even tot je haar alleen spreekt”.

Ik blijf staan, wacht. En dan sta ik met haar apart.

“Hai, hoe is ‘t voor jou?”, vraag ik haar.

Ze kijkt me aan. Haar waterige ogen vallen me direct op. Er gebeurd veel in haar gezicht, spiertjes trekken zich samen en laten los, vooral op haar wangen en rondom haar ogen. En nu zie ik een traan over haar linkerwang naar beneden glijden.

“Ik vind het zo bijzonder om dit allemaal te zien”, zegt ze. “Ik vind het zo te gek dat jullie dit hier doen. Als ik al kijk raak ik er helemaal van in tranen”.

“O, wat bijzonder”, zeg ik. “Ja, mooi he, wat hier gebeurd”.

“Dit is zo liefdevol”, zegt ze.

“Heb je het wel eens eerder gezien?”, vraag ik.

“Ja, filmpjes op You Tube. En nu ik dit hier zie, raak ik zo ontroerd”.

“Is dat okay voor je?”, vraag ik. “Weet je wat er gebeurd met je?”

“Nee, ik snap het niet”.

“Je bent geraakt. Kennelijk diep van binnen, misschien in je hart. Misschien is het heel overweldigend voor je om te zien. En misschien snap je het niet met je verstand, maar van binnen ben je overweldigd en ben je geraakt. Is dat okay voor je?’.

We praten verder. Ze stelt zichzelf uitgebreider aan me voor en vertelt over haar verlangen om ook haar vreugde op deze manier met anderen te kunnen delen. En dat ze het gevoel heeft daar nu nog niet toe in staat te zijn.

Ik vertel haar over de lezing die zondag geef, waarin ik meer uitleg over mijn drijfveer en motivatie om dit te doen. En dat ik iets meer ga uitleggen wat dit mogelijk maakt. Dat dit alles met een krachtige energie te maken heeft. En hoe dit werkt. Ze informeert naar tijdstip en locatie en ik reik haar een flyertje aan. Met een glimlach neemt ze het aan.

“Nou, tot volgende week”, zegt ze.

Op De Stip

Vrijdagmiddag en ik sta op De Stip. Het is erg fris en ik heb mijn winterjas uitgetrokken. Sinds ik 25 kilo overgewicht kwijt ben, ben ik rustig begonnen met het aanschaffen van nieuwe, passende kleding. De winterjas is van het formaat waar ik nu in verzuip. Ik wil dat mijn lichaam voor de camera goed zichtbaar is en daarmee dus ook de knuffels die ik aanbied en uitwissel.

Nog niet eerder ben ik zo het middelpunt van een TV-opname geweest. Onder leiding van een strakke regie, blijken er veel technische details net zo belangrijk als de inhoud van wat ik hier doe.

Ik wordt geinterviewd recht voor de camera en ik beantwoord een reeks vragen. Omdat de kijkers na de montage de gestelde vragen niet zullen horen, is het de bedoeling dat ik in het begin van mijn antwoord een deel van de vraag herhaal. Ik moet er wat moeite voor doen en het gaat goed. Er hoeft maar één keer een vraag opnieuw te worden gesteld.

Ondanks dat het deze koude vrijdagmiddag rustig is in het centrum, ontmoet ik veel andere knuffelaars. Eén van hen is een vrouw uit Sliedrecht, die hier met een vriendin een dagje aan het winkelen is. Na een lange, intense omhelzing vertelt ze over het werk wat ze doet en de narigheid die ze daarin tegenkomt. Hierdoor beseft ze zo goed hoe kostbaar ieder gezondheid is en de tijd die je hebt om van het leven te genieten. Wanneer ze even later ook met de regisseuse praat, ontstaat spontaan het idee om zelf ook op De Stip plaats te nemen en een oproep te doen. Ze zoekt namelijk een leuke man!

En hier staat ze. Die krachtige, sensitieve, levenslustige, sprankelende vrouw. In twee takes is de opname klaar. Ik gun haar alle geluk op de wereld.

Ombrassa

Ik sta op de Botermarkt en zie een vrouw naast haar fiets lopen. Aan het stuur van de fiets is een zitje bevestigd, waar een jonge peuter in zit. De kleine man is ingepakt in dikke, lichtblauwe jas, groene handschoenen en een witte muts. De vrouw maakt oogcontact met me en ik zie een glimlach op haar gezicht verschijnen. En dan loopt ze aan me voorbij.

Later zie ik diezelfde vrouw van de andere kant op me af komen lopen. Weer met haar fiets in de handen, de kleine jongen nog steeds in het zitje aan het stuur.

“Nu geef ik je wel een hug, hoor!”, zegt ze.

De vrouw blijft stilstaan. Haar linkerarm komt los van het stuur en ze richt de aandacht op de fiets en brengt deze in balans. Haar bovenlichaam komt nu een stukje mijn richting op. Ik open mijn armen en loop snel naar haar toe. “Ik kom naar je toe!”, zeg ik.

Ik sta in een omhelzing. Ik ervaar rust en warmte. En de vrouw verslapt haar omarming.

Ze doet een stapje naar achteren en kijkt me aan. “Ik ben Braziliaans en bij Capoeira is het de gewoonte om na een gevecht elkaar te omhelzen. Dat noemen we ‘ombrassa’! Hier zijn de mensen koud, daar veel warmer. Of hier zijn ze heel hardhandig…”

Ze omhelst me nog een keer en begint met haar linkerhand stevig op mijn rug te slaan. Dan laat ze me weer los, doet een stapje naar achter en met samengetrokken lippen schud ze kort maar krachtig haar hoofd heen en weer.

“Ik vind het maar niks, zo hardhandig. Goed dat U hier staat en dit de Nederlanders gaat leren. Nou, succes, hoor!”