Flap ik eruit

Donderdagmiddag 15.00 uur. Ik sta op de bushalte en voel een stralende zon op mijn gezicht. De ochtend heb ik thuis gewerkt aan een intensieve klus. Manlief ligt ziek op bed, ook daar heb ik tussendoor telkens even bij gezeten. En opeens was er de ingeving om er een uurtje tussenuit te gaan. Tien minuten met de bus, naar het strand, wandelen.

Naast mij op de bushalte staat een jonge vrouw, een jaar of 20. Bruin, opgestoken haar, grote zonnebril op en een mobiel tegen haar rechteroor. Of ik wil of niet, ik ben deelgenoot van alles wat ze haar gesprekspartner toevertrouwd.

“Nee, die viel tegen!”, hoor ik. Ik krijg de wildste fantasieen over wat ze met deze uitspraak bedoelt. Ik glimlach.

“Daar ga ik echt nooit meer heen!”. Ik laat mijn gedachten op hun beloop en focus me op het zonnetje en een ander tafereel in mijn omgeving.

Ze zegt: “Dan moet je de trap af, aan de linkerkant eruit en dan schuin oversteken”.

Even later steekt ze haar linkerarm op en zwaait fanatiek. In de verte zie ik een andere jonge vrouw ook met de hand in de lucht zwaaien. Ze komt snel dichterbij. Ongeveer even oud, zwarte jas, grote witte sjaal om zich heen geslagen en ook een zonnebril op en mobiel tegen haar rechteroor.

Wanneer ze vlakbij elkaar zijn, zie ik twee jonge vrouwen met allebei een fantastische glimlach op hun gezicht. Ze kussen elkaar en in een vloeiende beweging volgt een omhelzing. Ze houden elkaar vast en de vrouw wiens gezicht ik kan zien, sluit haar ogen en is helemaal stil. Ook de andere vrouw is nu stil.

Opeens ben ik me bewust van een bijzonder hugmoment in mijn omgeving. Nu speel ik hier geen rol in, maar het is er wel. Opgemerkt door mij.

Het contrast is groot. Eerst het drukke gepraat en nu zie ik twee vrouwen elkaar omarmen, in stilte. Op het gezicht dat ik kan zien, zijn de ogen gesloten en is er een glimlach. En ik voel de aandacht die ze nu hebben voor elkaar. Ik krijg de gedachte alsof ik naar mijzelf kijk wanneer ik een hug aan het uitwisselen ben.

De vrouwen laten elkaar weer los, de ogen gaan open en ze praten meteen weer energiek.

“Wat leuk je weer te zien!”, zegt de ene.

“Ja, en wat kunnen we fijn kletsen, he”, zegt de andere.

“En ook fijn huggen!”, flap ik eruit.

Ego-dingetjes

Ik zie haar lopen met een fiets aan de hand. Een vrouw van een jaar of zestig, krullende haren tot op haar schouders en een bril op haar neus. Ze komt dichterbij, kijkt naar me en glimlacht. Nu stuurt ze haar fiets recht op me af.

“Ja, hoor”, zegt ze, “hoe zullen we het doen? Ik kan één arm voor je vrijmaken”.

Ze strekt haar linkerarm en houdt met haar rechterarm en -hand haar fiets overeind.

Ik open beide armen en loop drie passen naar haar toe.

“Gaat prima zo, toch?!”, antwoord ik.

We staan stil en omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en mijn aandacht is helemaal in mijn lijf. Ik ervaar een prettige rust en ontspanning. En ik voel nu een glimlach op mijn mond.

Ik laat haar langzaam los. En kijk haar aan. “Volgens mij ben je vertrouwd met knuffels uitdelen”, zeg ik.

In het gesprek dat volgt blijkt dat ik een ontmoeting heb met een vrouw die al dertig jaar werkt als lichaamsgericht therapeut. Bewustwording van fysieke signalen is voor haar de focus waar ze zich in haar gesprekken met haar klanten op richt. We blijken veel overeenkomsten te herkennen bij elkaar. Free Hugs als verschijnsel had ze van gehoord en filmpjes van gezien. Ze was het nog niet eerder tegen gekomen op straat.

“Heb je zin een keer mee te doen met me, knuffels uitdelen?”, vraag ik haar.

“Nee, daar haper ik toch een beetje”, zegt ze, “Hoe vertrouwd ik ook ben met mijn lijf en met omarmen, daar haper ik”.

“Wat zit er in de weg dan?”, vraag ik.

Ze zegt: “Een aantal ego-dingetjes”.

Vuurrood

Vrijdagmiddag en ik sta op de Botermarkt in Haarlem. Na dagen met een gevoelstemperatuur van ver onder het vriespunt is het kwik flink omhoog gesprongen. Mijn winterjas is nu vervangen door een blauwe, lichte regenjas en de rits is open. Mijn bordje Free Hugs houd ik met mijn rechterarm hoog in de lucht. Ik voel me heerlijk en vertrouwd op deze plek.

In de verte zie ik een jongeman en jonge vrouw hand in hand tussen de marktkramen lopen. Ze komen mijn richting uit. Ze praten en lijken zich na iedere drie passen steeds dichter naar elkaar toe te bewegen. Ik schat ze beiden 16 of 17 jaar oud.

Nu ze dichter bij me lopen, kijkt de jongeman me aan en er komt een glimlach op zijn gezicht. Hij laat het meisje los en opent zijn armen. De rits van zijn regenjas is ook open zie ik nu. Hij komt met vlotte, energieke bewegingen naar me toe.

Ik glimlach. En denk: wow, wat een eer! Dat hij loskomt uit de verbinding met dat meisje en ingaat op mijn uitnodiging!

“Je bent van harte welkom, jongen!”, zeg ik.

Hij komt tegen mij aan staan en omarmt me met zijn hele lichaam. De omhelzing is stevig, ik voel zijn hele torso en hij oefent daarbij een stevige druk uit. Ik voel me prettig, helemaal omgeven door deze onbekende knul.

We laten elkaar los. Ik zie nu de jonge vrouw vlak voor me staan.

“Jij ook een knuffel?”, vraag ik haar.

“Ja, hoor, graag!”, zegt ze.

We doen een stap naar elkaar toe en omarmen elkaar. Ik voel weer een volledige omarming, haar hele bovenlijf maakt contact met het mijne. En we laten elkaar los.

“Wat een fijne knuffels geven jullie, zeg!”, zeg ik.

“Ja, we zijn gek op knuffelen, allebei!”, zegt de jongeman. En direct daarna zegt hij met harde stem en vol energie: “Nog een hele fijne middag, meneer!”.

Ik kijk ze na. Ben nog een beetje verbaasd over de snelheid waarmee hij afscheid nam en ze beiden verder liepen. Ik zie ze nu stilstaan bij de oversteekplaats en opletten op het verkeer. De jongen draait zich daarbij een beetje om naar links. En opeens zie ik zijn huidskleur. Opmerkelijk rood nu. Zijn wangen en daar beneden zijn hele hals: vuurrood.

Vuurrood, denk ik, die zijn hartstikke verliefd!

Een hug, is mijn gedachte

Ik kijk vanuit mijn praktijkruimte naar buiten en zie een laagje sneeuw liggen. Ik sluit mijn ogen.

In mijn herinnering komt het beeld omhoog van een weerman die de term ‘gevoelstemperatuur’ uitlegt. Ik houd mijn ogen gesloten, hoor hem zeggen “koud op de huid”. En denk: ‘ik blijf lekker binnen, nu lekker warm van binnen!’.

De zinsnede ‘warm van binnen’ brengt me terug naar afgelopen dinsdag. Ik ben in Diemen in de lobby van een groot cultureel centrum. Zo’n vijftig medewerkers van een grote zorgorganisatie zijn hier vandaag bijeen voor een inspiratiedag. Anja, medewerkster uit één van de teams, had me uitgenodigd om twee workshops te verzorgen. Met als titel “Wil je gelijk of wil je geluk?” laat ik ze in twee uur kennismaken met NLP. En ik vertel hoe ik dit inzet bij de intervisie, waarin ik hen ga begeleiden. Met twee van de zes teams ben ik hier al mee gestart.

Ik sta naast Anja en een paar collega’s met een kopje thee in mijn handen. Anja vertelt dat ze erg blij met me is. Een week eerder was ik bij haar op de locatie en begeleidde daar een eerste intervisiebijeenkomst. Ze vertelt me dat dit na één bijeenkomst al direct resultaat heeft gehad. In plaats van af te wachten had ze initiatief genomen om een evaluatie al eerder uit te roepen dan de datum waarop ie gepland stond. De vragen die ik had gesteld hadden haar doen voelen en beseffen hoe dit proces haar al had verlamd. En hadden haar doen inzien dat ze hier zelf actief een verandering in aan kon brengen.

Ik kijk Anja aan. En voel me warm van binnen. Ik voel warmte en een tinteling in mijn hartstreek, herken het als ontroering en voel mijn ogen een beetje waterig worden.

“O, wat vind ik dit fijn om te horen van je, Anja”, zeg ik tegen haar, “Het ontroert me, merk ik”.

Nu kijkt Anja mij recht aan in de ogen. Ik zie hoe haar gezicht ontspant, haar ogen worden zachter en worden iets vochtig. We blijven zo staan. In stilte. Elkaar met de ogen vasthouden.

Ik heb opeens het gevoel en gedachte alsof ik naast mijn oudere zuster sta. Een vrouw die proactief handelt vanuit haar intuitie, liefde voor haar professie en betrokken bij groot en klein.

En terwijl we zo bij elkaar staan en er innig oogcontact is, voel ik me verbonden. Zoals in een vreugdevolle Hug op het plein. Op dit moment past dit heel mooi hier, in deze omgeving temidden van al deze mensen op deze manier. Anja en ik, zacht en verbonden met onze ogen, warm van binnen. ‘Net zoals een hug’, is mijn gedachte.