Geen hofje

Het is een stralende zomerdag in april en ik sta op de Botermarkt. Voor het eerst dit jaar sta ik hier met enkel T-shirt aan. Ik draag een petje en een zonnebril.

Ik zie in de verte een man met vijf kinderen staan De kinderen schat ik een jaar of 10. Allemaal dragen ze een geel, fluoriserend hesje. Ze staan in een kring om de man heen en in zijn handen heeft hij een papier en een pen.

Ze steken nu over en komen dichterbij. De man kijkt op en zegt: “En deze meneer deelt knuffels uit. Wie durft?”

Ik kijk ze nu aan, doe een stapje dichterbij, buig een beetje naar voren om de aandacht te trekken en met een iets luidere stem zeg ik: “Nee, het gaat niet om wie durft, de vraag is: wie wil?”.

Drie meisjes steken hun hand op. Ze komen één voor één een knuffel met me uitwisselen. Het groepje wacht geduldig.

Een vierde meisje stapt nu ook naar voren en omarmt me. Ze laat me vrijwel direct los en terwijl ze mij met haar linkerarm vastthoudt, doet ze een stapje naar achter en maakt met haar rechterarm ruimte voor het laatste kind. Ik zie nu dat dit een jongen is.

“En nu jij!”, zegt ze.

“Kom op!”, zegt de man.

De jongen blijft staan, in zijn gezicht spannen spieren zich samen. Hij blijft staan op zijn plek.

“Alleen als je zelf wilt,”, zeg ik tegen de jongen, “mag, hoor, hoeft niet”.

Dan zegt de man: “Of we doen een groepshug!”.

De jongen kijkt me aan, glimlacht nu, loopt op me af en geeft me een knuffel.

Dan komen de man en alle meisjes om ons heen staan en staan we even met ons allen stil.

Nadat we elkaar weer hebben losgelaten, vraag ik wat ze aan het doen zijn. “We doen een hofjes speurtocht”, zegt de man tegen me. En hij laat me de stencils zien. “We hebben vraag zeven net gehad en gaan nu naar vraag acht. En jij stond niet op de lijst”

Ik zeg: “Maar ik ben ook geen hofje”.

Doel

Het is prachtig weer vandaag op De Grote Markt. Er lopen veel mensen in deze hoek van het plein. Ik trek veel blikken van de mensen die op het terrasje en paar bankjes zitten.

Als ik afscheid neem van een Schotse meneer en me omdraai, staat ze voor me. Een vrouw van in de 50, bruin lang golvend haar.

“Ja, hoor”, zegt ze “dat wil ik wel”.

We omarmen elkaar en staan stil in een omhelzing. Mijn aandacht is in mijn lichaam en ik voel rust en contact met haar lichaam. Ze spant de spieren van haar lichaam weer aan, laat haar armen los en doet een stapje achteruit.

“Als ie toch gratis is”, zegt ze. Ik zie nu een grote glimlach op haar gezicht.

“En als ik er nou geld voor vraag?”, zeg ik.

“Nou, dan ligt het er aan hoeveel. En voor welk doel”.

Ik sta nu met een joekel van een glimlach op mijn gezicht en een mond vol tanden.

Waar zijn ze?

Het is vrijdagmiddag, de zon straalt uitbundig. Er staat een stevige wind en de temperatuur is fris. Ik sta op de Botermarkt in Haarlem en het zonlicht kleurt alles zomers.

Ik zie ze aan komen lopen over de straat. Een kleine vrouw van rond de 40, kort blond haar. Ze draagt een zonnebril en heeft een hoge damesfiets aan de hand. De vrouw praat luid, terwijl ze haar fiets manoevreert tussen twee stilstaande bestelbusjes, de vuilcontainers en de zijkant van de viskraam.

Dan zie ik achter haar een meisje van een jaar of 3 op een fietsje zitten. Met beide benen op de grond zet ze zichzelf af en stuwt zich vooruit. En achter haar zie ik een jnogen van een jaar of 5 op een iets hogere fiets.

De vrouw praat luid. Nu ze dichterbij komen kan ik horen dat ze een taal spreken, die voor mij vreemd is. Het klinkt als een Slavische taal, ik gok Pools.

De vrouw blijft met een flink tempo voorop lopen. Ze kijkt strak langs mij heen naar de straat die ze inloopt. Nu passeert ze me. Ik zou haar zo kunnen aanraken. Ik blijf staan in stilte, kijk naar dit opvallende tafereel. De kinderen hoor ik iets zeggen, ik versta ze niet.

De vrouw loopt in hetzelfde tempo aan me voorbij. Ze komt op haar weg een groep van zes volwassen mannen tegen, die in twee rijen van drie naast elkaar lopen. Nu ze elkaar willen passeren, bewegen ze allemaal verschillende kanten op. In één oogopslag: een onoverzichtelijke groep volwassenen bij elkaar.

Het meisje en de jongen houden even halt en kijken snel omhoog naar mijn bordje. Het meisje kijkt dan weer naar beneden en naar voren. Ik kijk naar de groep volwassenen en zie alleen nog het achterwiel van haar fiets.

Ik denk: straks raken deze kinderen die vrouw kwijt!

De jongen passeert me nu en roept: “Wat staat daar?”

“Gratis Knuffels”, zeg ik bijna automatisch en tegelijkertijd wijs ik met mijn rechterhand richting de vrouw.

De jongen draait zijn hoofd met een ruk naar links en kijkt over het plein. Draait dan zijn hoofd met een ruk naar rechts en roept: “Waar zijn ze?”.

Een mooie, zuivere blik

Ik ben ontspannen en sta in de zon met mijn bordje Free Hugs omhoog gestoken in mijn rechterhand. In de verte zie ik een vrouw op de fiets naderen. Ze heeft wit, kort haar en draagt een lichte grijswitte jas. Ik schat haar ergens in de zestig. Ze glimlacht naar me, mindert vaart en met een lichte swier komt ze naast me tot stilstand.

“Kan het ook vanaf de fiets?”, vraagt ze.

“Ja, natuurlijk”, antwoord ik, “Dat heb ik al zoveel verschillende keren gedaan.”

We omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en breng de aandacht naar binnen. Ik voel zacht, aanwezig, verbonden en warm.

We laten elkaar weer los en ik kijk haar rustig aan in haar gezicht. De rest van de omgeving valt weg. Ik weet dat ik haar ergens van ken.
“Vorige keer zag ik je ook hier staan”, zegt ze. “Toen was ik met mijn kleinzoon, en je was op dat moment druk bezig met knuffels uitdelen, dus ik ben verder gegaan. Daar had ik achteraf spijt van. Dus toen dacht ik: volgende keer als ik je zie, dan stop ik!”

“Waar kennen we elkaar van?”, vraag ik haar. Ze noemt de naam van een nieuwetijdswinkel in Haarlem. Ik weet het weer, ik heb daar een keer een lezing verzorgd.

“Waar sta je altijd?”, vraagt ze.

Ik leg uit dat ik regelmatig bij haar om de hoek op de Botermarkt sta. En terwijl ik aan het woord ben en levendige gebaren maak, houdt ze haar bovenlichaam en hoofd iets naar achteren en verandert haar manier van kijken. Haar ogen veranderen een paar tellen in een soort van wazige staar. En ik zie een rustige, serene glimlach op haar gezicht komen.

Ze zegt: “Een mooie, zuivere blik”.

Dat is precies wat ik nu denk over die van haar.

De wereld omarmen

Het is de zaterdag voor Pasen. Het krioelt van de mensen op De Grote Markt in Haarlem. Ik loop tweehonderd meter door naar mijn favoriete plek achter de grote kerk: het Klokhuisplein.

Ik hug vanmiddag met: een Mexicaanse meneer, een Mexicaanse mevrouw, een Poolse dame, een Russische jonge vrouw die met een kinderwagen loopt, een Puerto Ricaanse jongen die voor mijn hug zijn vriend alleen liet staan, meerdere Amerikanen, drie keer een groepje Duitsers, een stuk of twintig Nederlanders, waaronder drie Surinaamse vrouwen, een Zweedse jongeman en jonge vrouw met ons drieen, en een peuter waarvan de ouders ook niet tegen me hebben gesproken dus ik kon hun taal niet thuisbrengen…. wow!

Wil je tips over hoe je ontspannen in de wereld kunt staan en omarmen wat er op je pad komt?