Oogcontact en knuffels

Het is zondag en ik loop in het centrum van Haarlem. Met in mijn rechterhand een grote tas, waarin twee meditatiekussentjes zitten. Onder mijn linkeroksel draag ik een oranje yogamatje.

Ik sla de hoek om en zie dat er op De Grote Markt een stuk of dertig kraampjes staan. Er is ook boekenmarkt, zie ik nu. Ik heb hier afgesproken met mijn knuffelmaatje Monique, die een Oogcontact Evenement organiseert. Ik doe voor de eerste keer mee aan zo’n evenement.

Het idee klonk mij uitdagend in de oren en riep een lichte spanning bij me op. Van jongs af aan heb ik een lui linkeroog. Dit maakt dat ik je enkel met het andere oog recht kan aankijken. Een beperking waar ik al bijna 55 jaar prima mee heb leren leven, maar wat op sommige momenten ook weer spannend en beladen voor me is. Met name bij gebeurtenissen waarin dat oogcontact een centrale rol inneemt. Zoals nu. Een nieuwe uitdaging dus op deze zondagmiddag.

Ik begroet de andere deelnemers. Behalve Monique, ken ik nog niemand. Ik installeer mijn yogamatje en twee meditatiekussentjes op het plein. We komen bijeen, staan in een kring en houden elkaars handen vast. Ik sluit mijn ogen, en wordt stil. Ik voel nu de verbinding, met deze groep, deze omgeving, dit hier nu.

Ik trek mijn schoenen uit en ga met de rug naar de anderen zitten. Ik voel hoe de zon op mijn gezicht en lijf valt, heerlijk. En er is een windje. Ik voel de warmte, de rust. Ik kom in een meditatieve, ontspannen modus terecht. Ik besluit me te focussen op een straattegel in de verte. En temidden van alle beweging, stemmen, geuren om me heen, ervaar ik een serene rust en kalmte.

Dan komt er iemand tegenover me zitten. We zijn stil en er is oogcontact. Minutenlang, enkel oogcontact.

Er is stilte, aandacht, gedachten, geluid, overgave, warmte, verdriet, blijdschap, herkenning, plezier. Alles komt in het oog voorbij.

Vanmiddag verbind ik me op deze manier met vier mensen. Ik merk dat het proces van een ‘oogknuffel’ vertrouwd voor me is. Mijn aandacht gaat eerst naar binnen, ik ontspan en maak contact met wat er hier nu is. Het proces is deels vergelijkbaar met hoe een fysieke knuffel werkt.

Bij de afronding van de middag begroet ik mijn maatjes één voor één een liefdevolle fysieke hug. Stuk voor stuk van hoge kwaliteit. Een serene stilte, aandacht, ademhaling en verbondenheid vallen samen in een vreugdevolle tijdloosheid

Ik groet en zeg: “tot de volgende keer!”

 

Met het oog op mannen

Zaterdagmiddag rond lunchtijd en ik sta in het centrum van Haarlem. Boven mijn hoofd houd ik twee bordjes vast, zowel mensen die mij naderen van achteren als van voren kunnen nu lezen: Free Hugs.

Ik denk: ‘morgen is het vaderdag, ik ga nu es wat meer op mannen letten’

Twee mannen van rond de zestig komen mijn kant op gelopen. De huidskleur van beiden is bruin, maar oogt dof. De ene draagt een zwarte bril, de andere een beige pet. Mijn intuitie zegt: deze twee mannen zijn gay.

De man met de pet heeft lang, donkerblond haar, dat bijna op zijn schouders valt. Hij loopt met een opvallend gelijkmatig, schreidende pas. Ik houd mijn aandacht op hem gericht. Als hij dichterbij is, zie ik dat hij vanuit zijn ooghoeken naar mij kijkt. Hij is nu vlakbij en met een ruk beweegt hij zijn gezicht naar mij toe. Hij kijkt me recht in het gezicht aan, tuit zijn lippen en geeft op twee meter afstand een ploppende kus in de lucht.

Ik schiet in de lach en zeg: “Dat is iets heel anders!”

De man lacht hardop en vervolgt zijn weg.

Nu is er achter me gelach en consternatie. Ik draai me om en zie vijf mannen van rond de veertig bij elkaar lopen. Tussen ieder van hen is minstens twee armlengtes ruimte. Ze maken levendige bewegingen met hun armen en hun lichamen bewegen actief mee. Alle vijf dragen een spijkerbroek en een polo of overhemd met lichte trui daarboven.

Ik vang een paar woorden op: ‘hugs’, ‘nou, doe jij maar’, ‘met een kerel zeker!’.

Ze slaan de hoek om en lopen bij mij vandaan. De twee achterste mannen lachen luidkeels en botsen met hun schouders tegen elkaar aan. De rechterman brengt zijn linkerschouder opnieuw naar zijn buurman en geeft hem daarmee een zet tegen het lijf. De linkerman legt zijn hand op de schouder van zijn buurman en duwt het lijf met een krachtige beweging weg. De rechterman maakt nu een vuist en geeft een tik tegen de schouder van de ander. De ander maakt nu een vuist en geeft twee stompen tegen de schouder van zijn buurman. Die vervolgens drie stompen teruggeeft. Dan is het klaar en lopen ze verder.

Ik denk: ‘mannen!’

Beetje autistisch

Ik sta op het Klokhuisplein. Mijn bordje Free Hugs heb ik in mijn linkerhand boven mijn hoofd gestoken. Rechts van me hoor ik opeens een harde stem. Ik kijk waar het geluid vandaan komt en zie twee mannen en een vrouw. Ik schat ze alledrie rond de dertig.

De vrouw loopt tussen de mannen in. Ik zie dat ze naar mij kijkt. Ze houdt nu haar pas wat in en laat de man links van haar een stapje doorlopen. Ze beweegt nu achter hem langs, houdt haar ogen strak op mij gericht en loopt rechtstreeks in snel tempo op me af.

“Ja, dat ga ik doen, hoor!”, hoor ik haar roepen.

Ze nadert mij snel en opent haar armen. Nu open ik ook mijn armen.

“Hai”, zeg ik, “Je bent zo welkom!”.

We staan nu bij elkaar en slaan rustig de armen om elkaar heen. En staan stil. Ik sluit mijn ogen en richt de aandacht naar mijn lijf. Ik voel … zacht, en op sommige plekken harde beenderen. Dit andere lichaam staat op zichzelf en er is wat ruimte tussen ons in. Dan veranderd de spierspanning en laten we elkaar weer los.

“Ik ben een beetje autistisch,” zegt de jonge vrouw, “maar ik vind van mezelf dat ik dit wel moet doen!”

“Hoe kom je erbij dat je autistisch bent?”, vraag ik.

“Nou, ik ben een beetje typisch in contact met andere mensen. En zo knuffelen is niet echt mijn ding”.

“Dat was het tien jaar geleden van mij ook niet. Maar ik heb veel geoefend, gewoon veel gedaan. Ik sta hier zowat iedere week. Weet je wat ik altijd doe? Ik sluit mijn ogen en dan ga ik met mijn aandacht naar mijn lichaam. En dan kijk ik wat ik daar voel. En weet je wat mij net opviel bij die knuffel met jou? Jouw lichaam was heerlijk ontspannen en zacht.”

“O, dank je wel”, zegt ze. Haar gezicht ontspant nu, wordt ook zacht. Ze kijkt me aan, en glimlacht. En haar hoofd trekt zich een beetje terug tussen haar schouders.

“Dus ik weet niet waarom je dat steeds tegen jezelf zegt, over autistisch zijn,”, ga ik verder, “maar eh.. met die knuffel merkte ik er niets van!”

Ze kijkt nu energiek en krachtig uit haar ogen. “O, wat fijn om te horen!”

Geen woord

Ik kijk omhoog en zie een grijs wolkendek hangen boven het centrum van Haarlem. Het is koel en ik draag een lichte regenjas. Om me heen zie ik veel regenjassen nu, een enkeling loopt in t-shirt of overhemd met korte mouwen.

Ik zie ze aan komen lopen vanuit de verte, een man met hond. De man heeft een polo aan met witte en bruine horizontale strepen. Hij heeft een stevig postuur en ik schat hem ruim in de zestig. Hij draagt een bril en op zijn verder kale hoofd liggen een paar strengen wit haar naar achteren toe.

Nu komen ze dichterbij. Ze lopen in een strak tempo en de ogen van de  man blijven op mij gericht. Zijn gezicht heeft een onbewegelijke, gespannen uitdrukking.

Iets triggert mijn nieuwsgierigheid en ik houd mijn focus gericht op deze man met hond.

Ik kijk hem aan, observeer en glimlach. Hij kijkt mij aan in de ogen. Dan kijkt hij omhoog naar het bordje Free Hugs, dat ik boven mijn hoofd gestoken heb. Zijn blik daalt weer af naar mijn ogen en hij glimlacht. De glimlach ziet er ook strak en gespannen uit.

De man en hond lopen in hetzelfde tempo en zijn nu op vijf meter afstand van me.

Langzaam strek ik mijn armen uit en bekrachtig mijn gebaar met woorden: “Wilt U een knuffel, meneer?”

Er gaat een kleine schok door zijn hele lichaam heen. De glilmlach blijft exact hetzelfde: strak en gespannen.

De man loopt in hetzelfde tempo tot hij vlak voor me is en me aan kan raken. In een vlotte beweging strekt hij zijn linkerarm en terwijl hij door blijft lopen tikt hij in het voorbijgaan met zijn hand drie keer op mijn linkerschouder…… (tap tap tap).

En weg zijn ze.

Geen woord uitgewisseld, geen hug. Ik sta hier alleen. En voel een grote, zachte glimlach op mijn gezicht.

De eerste hug van mij

Ik ben in Amsterdam en sta op het pontje dat me vanaf de NDSM-werf in Noord weer terugbrengt naar het Centraal Station. De zon straalt en maakt mijn gezicht warm. Ik voel hoe de wind door mijn haren waait.

Naast mij staat Clara, een slanke, flamboyante vrouw. We hebben elkaar twee uur eerder leren kennen op het regiokantoor van een grote zorginstelling. Speciaal voor 55+-ers was er een lunch georganiseerd, om elkaar te leren kennen, ervaringen te delen en inspiratie op te doen.

We kwamen elkaar weer tegen op de afvaartsteiger. Terwijl we wachtten op het pontje, hebben we meer persoonlijk kennis gemaakt met elkaar. Tweeenzestig is ze nu. Bijna veertig jaar werkzaam geweest in de zorg en zou eigenlijk wel eerder met pensioen willen. Maar voor het geld moet ze nog twee jaar doorwerken. En daarna zou ze graag willen verhuizen naar Tilburg, waar ze eerder heeft gewoond en nog veel familie is. “Weet je, ik merk dat ik een soort van zorgmoe ben en eigenlijk iets anders zou willen. Maar ik weet nog niet wat. Ik vind het altijd zo boeiend om mensen te helpen ontdekken wat hun sterke punten zijn, maar ik kan niks in die richting. Ik heb daar geen papieren voor”, zegt ze.

Ik vertel haar meer over mijn ondernemerschap binnen deze zorginstelling. Hoe me anderhalf jaar geleden gevraagd werd een workshop te verzorgen over Neuro Linguistisch Programmeren en deze enthousiast ontvangen werd. De workshop is een paar keer herhaald en werd gevolgd door de vraag of ik intervisie wilde helpen vormgeven. Het balletje is gaan rollen en inmiddels begeleid ik medewerkers uit negen teams. Na de zomer start ik met nog twee teams. “Ik ga je iets verklappen”, zegt ik, “Ik heb in augustus een gesprek in Amersfoort, met twee medewerkers van de afdeling opleidingen. Ik wil namelijk een interne opleiding tot intervisiebegeleider neerzetten. En misschien is dit wel iets voor jou! Dus ik wil graag een lijntje met je houden.”

Ik geef haar mijn visitekaartje van The Hug Connection. En leg uit dat ze ook mijn site maar eens moet bekijken.

“The Hug Connection”, leest ze hardop. “O, ik heb zoveel gehugd, weet je dat. Ik ben een jaar overspannen geweest en toen naar India gegaan, naar Poona. Ik ben eigenlijk sanyasin.”

De woorden ‘Poona’ en ‘sanyasin’ brengen herinneringen in mijn gedachten omhoog. Ik denk aan de Baghwan-disco, en de avonden in de jaren ’80, dat ik die bezocht. En ik voel een glimlach op mijn gezicht.

Clara draait het visitekaartje om, leest de tekst en vraagt: “Hoezo die acht knuffels?”.

“Onderzoek heeft uitgewezen dat met minimaal acht knuffels op een dag er een bepaald stofje in de hersenen meer vrijkomt”, leg ik uit. “Ooit van oxytocine gehoord?”

“Ja, dat is het gelukshormoon”, zegt ze.

“Precies!”. We naderen nu de aanlegsteiger. Ik zeg: “We hebben veel om over door te kletsen de volgende keer”.

Ze kijkt me aan, glimlacht, opent haar armen en zegt: “Nou, kom op, dan krijg je nu vast de eerste hug van mij!”