About loss (over verlies)

Ik sta op de Grote Markt in Haarlem met mijn bordje Free Hugs. Vijf mensen met wie ik net in gesprek ben geweest lopen bij me vandaan. Tussen hun ruggen zie ik een vrouw verschijnen. Ze is ongeveer zestig en komt naar me toe. Ze heeft een vragende uitdrukking op haar gezicht.

Ze staat nu voor me en kijkt me recht aan. Ik zie dat de spieren en rimpels in haar gezicht aangespannen zijn.

“Free Hugs, yes!”, zegt ze.

Ik open mijn armen. Zij opent haar armen. We komen tegen elkaar aan staan en omarmen elkaar. Ik richt mijn aandacht naar mijn lichaam en voel op veel plaatsen contact met haar. Warm. Aanwezig. Dan zijn er wat schokjes rondom haar buikstreek. Ik denk: hey, wat bijzonder! Ik laat haar langzaam los en doe een stapje naar achteren.

Ik zeg: “Hey, ik voelde een trilling bij je buik, wat was dat?”

Ze kijkt me aan en schudt langzaam haar hoofd.

“Spreek je Nederlands?”, vraag ik, “do you speak Dutch?”.

“No, better English”, antwoordt ze.

“Where are you from?”, vraag ik.

“I’m from Mannheim, Germany. Thank you for your hug, I really needed this”. Haar stem is zacht en er klinkt een trilling in door.

Ik vraag: “What happened to you?”

Haar gezicht betrekt. “I lost my husband two weeks ago. I’m alone now”, zegt ze, “and I can really need this hug”.

Ik hoor wat ze zegt. Ik laat de woorden tot me doordringen: lost my husband, alone. Er resoneert iets beneden in mijn lichaam. Ik haal bewust adem. Ik ontspan en breng mijn hoofd een klein beetje meer naar achteren. Ik maak mijn gezicht zacht en kijk haar aan. Ik open mijn armen opnieuw.

“Can I give you another hug?”, vraag ik.

Ze komt tegen me aan staan. Ik breng mijn aandacht in mijn lijf en ervaar de stevigheid van een rots. Ik voel nu constante schokjes en trillingen door haar lichaam trekken.

“It’s okay, I know about loss”.

Lombok (2) – het is bizar, ik ben verbonden

Ik ben op vakantie op Gili Meno, een klein eiland voor de westkust van Lombok. Het is de nacht van 5 op 6 augustus. Een paar uur geleden heeft de aarde onder mijn voeten gebeefd met een kracht van 6,9 op de schaal van Richter.

Mijn lief Sander en ik hebben heelhuids onze weg in het donker teruggevonden naar ons vakantiehuisje. Onderweg passeerden we de lunchroom waar we die middag nog wat gedronken hadden. De zijmuur was helemaal ingestort en lag geruineerd over het pad.

Bij ons huisje treffen we Samy, de eigenaar. Hij was op zoek naar ons en onze vriendinnen. Met rustige, zelfverzekerde stem vraagt hij ons hoe het met ons is. We zeggen dat we enorm geschrokken zijn. Hij toont alle begrip. Hij vraagt waar onze vriendinnen zijn. We leggen uit dat ze vanavond ergens anders zijn gaan eten, we weten niet waar. We vragen hem waar Ria en zijn familie is. Hij legt uit dat zij op het voetbalveldje zijn honderd meter verderop. En zegt dat wij daar ook naartoe moeten lopen, dat Ria daar op ons wacht. Hij zegt dat hij iedere vijf minuten zal kijken of de dames al bij het huisje zijn gekomen.

Op het veldje is het donker. Er staan tientallen mensen onrustig te wachten. Er wordt druk en luid gepraat. We vinden Ria al snel. Ze vraagt of we okay zijn en waar onze vriendinnen zijn.

Via onze mobiels krijgen we geen contact met Debbie en Marijke. Wonderbaarlijk genoeg ontstaat dit contact wel via een vriendin in Utrecht. Binnen een half uur vinden we elkaar weer op het voetbalveldje. We omarmen en kussen elkaar. En wisselen uit wat we hebben meegemaakt. Debbie is door de eerste aardschok ook gelanceerd en op een stuk rots terecht gekomen. Ze heeft schrammen op handen en knie.

We gaan zitten op het voetbalveldje. De aarde schokt. We horen de eilandbewoners hardop bidden met elkaar: Allah!

Er komt een generator en een deel van het veldje is verlicht. We kunnen elkaar nu goed zien. Er is opeens een grondzeil en de kleden worden daarop gedrapeerd. Er komen dekens en kussens. En de meeste mensen gaan liggen op de grond.

De aarde schokt opnieuw. Ik voel me angstig. Het is zo intens echt en tegelijkertijd onwerkelijk. Ik denk: deze was heftiger, ojee…. maar hij duurde korter. En shit, als het maar snel rustiger wordt met die schokken.

Ik heb een kussen welke ik deel met Sander. Ik leg mijn hoofd op de rand ervan en ondersteun het aan de andere kant met mijn rugzakje. Ik sla mijn linkerarm om Sander heen en laat hem zijn hoofd rusten op mijn schouder. Het lukt hem later om een paar uurtjes te slapen.

De dames hebben hun kussens tegen mijn rechterzij en -bovenbeen gelegd. Zo fungeer ik aan twee kanten als steun. En met een deken over mij heen, heb ik het zelf tegelijkertijd behaaglijk warm.

Ik ga met mijn aandacht naar mijn buikademhaling. Hier in mijn buik is kalmte en rust. Wel lekker vertrouwd eigenlijk, beken ik mezelf. Ik kijk voor me uit en zie boven ons een sterrenhemel. Ik voel me klein en nietig. Ik denk: ik heb niets te willen, ik ben overgeleverd…..en dit is ook wel prachtig wat ik hier nu zie.

In gedachten visualiseer ik een lijntje tussen mijn buik die rustig ademt en de aarde onmeetbaar diep onder me. Ik kijk naar de sterren en bewonder wat ik zie. Ik voel links en rechts tegen mijn lijf een aantal dierbare mensen leunen: Sander, Debbie, Marijke. En iets verderop zitten en liggen Samy, Ria, hun zoontje, zijn moeder en nog meer familieleden.

De omstandigheden zijn bizar, een aarde die schokt en beweegt. Tegelijkertijd weet ik me ook verbonden met al deze lieve, dierbare mensen om me heen. Het is bizar allemaal én ik ben verbonden.

Lombok (1) – ik denk: omarm die boom en mijn lief!

Zondag 5 augustus, de laatste week van mijn vakantie in Indonesie is aangebroken. Gisteren ben ik gearriveerd op Gili Meno, een klein eiland voor de kust van Lombok.

Het is ongeveer kwart voor acht ‘s avonds. Mijn lief Sander en ik hebben heerlijk gegeten en lopen langs het strand naar onze bungalow, een wandeling van tien minuten.

We lopen over een platgetreden zandpad. Mijn zaklampje verlicht het pad op de stukken waar het te donker is. Rechts van me is nu een woonhuis annex winkeltje.

Ik zie opeens een metersgrote flits en hoor een keiharde klap. Electriciteitsdraden springen en de flits zet de hele omgeving in een oogverblindend licht. En dan het is pikkedonker.

Nu een oorverdovende dreun, de aarde zakt onder mij weg en ik wordt gelanceerd. In slowmotion zweef ik door de lucht een paar meter naar links.

Ik kom neer op beide benen. Sander landt bij me in de buurt op zijn benen. Een paar meter links van me zie ik een boom.

Ik hoor Sander zeggen: “Een aardbeving!”.

Ik denk: o mijn god, dit is echt!

Ik zie nu schimmen van een aantal mensen, die uit de woning komen en het zandpad oprennen. De posturen van vier volwassenen en twee jonge kinderen. Ik hoor iemand gillen, hoor een man schreeuwen, hoor een vrouw en kinderen huilen. En de grond onder onze voeten beweegt en schokt opnieuw.

Ik denk: omarm die boom en mijn lief!

Ik beweeg me naar de boom, reik mijn linkerarm uit naar Sander. Met mijn rechterarm houd ik de boom vast en trek mijn lief dichter tegen me aan. Ook hij omarmt mij en de boom.

Blauwe badmuts

Ik sta op het Klokhuisplein en met mijn bordje Free Hugs boven mijn hoofd gestoken, ben ik op afstand al duidelijk zichtbaar.

In de verte zie ik een groep jonge vrouwen aankomen lopen. Ik kijk en tel. Drie, vijf, zes, zeven, acht, negen, negen jonge vrouwen. Allemaal schat ik ze halverwege de twintig. Zo op het eerste oog degelijk gekleed en verzorgd uiterlijk. Behalve eentje. Eén vrouw loopt in het midden, wordt omringd en meegevoerd door de rest. Ze heeft een keukenschort voorgebonden, draagt een felgekleurde plumeau in haar linkerhand, een Hawaiiaanse bloemenketting om haar nek en een blauwe badmuts op haar hoofd.

Ik denk: ‘een vrijgezellenfeestje, ben benieuwd of ze gaan reageren op mij’

Ze staan nu tegenover me op de andere hoek van de kruising. Ik zie een aantal vrouwen mij aankijken en hoor: “O, Free Hugs! Zullen we hem meenemen? Wat vinden jullie, deze doen?”

Verschillende stemmen zeggen: “Ja!”. En er wordt druk door elkaar heen gepraat. Ik versta er niets van en blijf ze rustig aankijken.

De jonge, uitgedoste vrouw komt naar me toe lopen. Ze spreidt haar armen en komt voor me staan. Ik open mijn armen en zeg: “Ja, hoor, zo ben je ook welkom!”. We glimlachen allebei en omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en voel een gespannen lichaam tegen mijn lijf en in mijn armen. Ze trilt en duwt haar lichaam lichtjes van me af. Ik laat haar langzaam los en zoek oogcontact.

“Wat mag ik van je uittrekken?”, vraagt ze.

“Voor me uittrekken?”, vraag ik verbaasd. Ik voel mijn voorhoofd fronsen. Blijf haar nu aankijken.

“Ja, ik heb weer een opdracht uitgevoerd. Nu mag ik één van deze attributen afdoen. U mag kiezen welke”.

“Och, gosh…. “, uit ik spontaan.

“Dan mag mijn badmuts af!”, zegt ze. En op hetzelfde moment trekt ze de badmuts in een vlotte beweging van haar hoofd af. De vrouw draait haar hoofd van me weg en loopt snel naar de anderen toe. Met een plumeau in haar ene hand en de blauwe badmuts in de andere.

Niet laten liggen

Het is een drukke zaterdagmiddag in het centrum van Haarlem. Veel winkelende voetgangers, fietsers die passeren en de terassen zijn vol. Ik sta op het Klokhuisplein en langs de Grote Bavo-kerk zie ik vijf fietsers mijn kant opkomen. In een oogopslag zie ik dat het allemaal tieners zijn.

Als ze vlakbij de kruising zijn waar ik sta, remmen de eerste twee fietsers af. En de hele groep komt nu tot stilstand. Ze staan midden op de kruising van twee wegen, waar veel mensen over lopen en fietsen.

Eén van de fietsers is een jonge, forse vrouw. Ze kijkt me aan, zet beide benen nu op de grond en komt van haar zadel af. In gehaaste, half springende bewegingen tilt ze haar rechterbeen over het frame heen. Ze maakt nog een sprongetje en zet haar fiets op de standaard. Midden op het kruispunt van de weg.

Ze rent nu op me af, spreid haar armen en roept: “Ja, natuurlijk!”

We omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en breng mijn aandacht iin mijn lichaam. Het lichaam van deze jonge vrouw trilt lichtjes. De trilling blijft.

We laten elkaar los. Ze kijkt me aan en glimlacht. Haar harde stem klinkt nu over het Klokhuisplein: “Zo’n knuffel kan ik toch niet zomaar laten liggen?!”