Haar naam is Carla

“Morgen wordt mijn dochter éénentwintig en we gaan een hele mooie jurk voor haar uitzoeken”, zegt de blonde vrouw tegen me. De bruinharige vrouw naast haar glimlacht. Ik schat ze beiden halverwege de vijftig.

De blonde vrouw kwam zojuist van twintig meter afstand met open armen en een brede grijns op me af lopen. De andere vrouw volgde haar, maar hoefde zelf geen knuffel.

“Het is zo goed dat u dit doet”, zegt de andere vrouw. “Ik vind het zo belangrijk dat we gewoon met elkaar contact kunnen hebben. Mensen zijn helemaal afgestompt en in zichzelf gekeerd tegenwoordig. Bah, ik vind dat verschrikkelijk!”

Zij en haar vriendin komen uit Hoofddorp vertelt ze. En ze werkt iedere week in een buurtproject, waar mensen met een beperking en psychische aandoening meehelpen in de keuken en bediening. Ze vertelt over een incident met een mevrouw, die door een ziekte de spieren in haar gezicht niet kan aanpassen. En daardoor altijd een strakke uitdrukking op haar gezicht heeft. En de keer dat ze hoorde hoe vaste bezoekers hier denigrerend over spraken.

“Dan hadden ze het over ‘hoe lang moeten we tegen dat gezicht aankijken, ze kan niet eens lachen! Blijft ‘ze’ hier nou voortaan komen?’ Nou….”, zegt de bruinharige vrouw, “toen werd ik zo boos! Ik zei: “Haar naam is Carla, en zij kan de spieren in haar gezicht niet bewegen. En als jullie het niet eens kunnen opbrengen om die vijf minuten dat je haar hier ziet gewoon te doen, stel je dan eens voor hoe het voor haar is die haar hele leven met dat gezicht moet rondlopen!””

Ik kijk de vrouw nu aan. Ze staat ontspannen rechtop en de gebaren die ze nu maakt, onderstrepen krachtig de woorden die ze uitspreekt. En nu zie ik in haar ogen ook vocht komen.

“Dankjewel dat je dit doet”, zeg ik tegen haar, “het is zo belangijk om mensen in te sluiten en mee te laten doen. Wat ik hier ook doe, omarmen!”.

“Goh, ik word er helemaal emotioneel van”. zegt ze.

“Dankjewel!”, zeg ik, “Mensen zoals jij zijn ontiegelijk waardevol….”

Max en Luna

Ik zie een vrouw van een jaar of veertig vanuit de verte mijn kant op komen lopen. Ze heeft een klein, wit poedeltje bij zich aan de riem. Het hondje is energiek en maakt telkens kleine sprongetjes. De vrouw ziet het bordje Free Hugs, dat ik boven mijn hoofd gestoken heb. Er is nu een glimlach op haar gezicht en ze loopt recht op me af.

“Ja, natuurlijk! Eindelijk zie ik dit eens in het echt!”, zegt ze. Haar stem klinkt luid over het Klokhuisplein.

Op tien meter afstand van me opent ze haar armen wijd. Het hondje aan de lijn maakt meer sprongen dan de vrouw stappen doet. Nu ze voor me staat, kijken we elkaar aan en allebei glimlachen we breed.

“Alsjeblieft, hoor!”, zegt ze.

We omarmen elkaar. Ik voel haar armen om mijn borstkas en haar linkerhand klopt zachtjes op mijn rug. Mijn aandacht wordt nu naar mijn linkeronderbeen getrokken, waar herhaaldelijk iets tegenaan tikt. Ik laat de vrouw los, kijk naar beneden en zie het hondje springen.

“O, Max!”, roept ze.

Het hondje staat rechtop, heeft beide voorpootjes tegen mijn been gezet en maakt met de achterpootjes kleine sprongen.

Ik lach hardop en zeg: “Max wilt ook omarmd worden, maar dan op zijn manier!”.

“Ja, je bent alleen maar gewend om mensen te huggen”, zegt de vrouw nog steeds met luide stem, “maar hondjes willen ook gehugd, hoor! Dan maak je dat ook eens mee!”.

Ik raak met de vrouw in gesprek over honden die ik tijdens eerdere hugsessies al ben tegengekomen. En de hoeveelheid aan verschillende soorten hugs die ik met ze heb uitgewisseld.

“Look, there’s Max!”, klinkt een andere luide stem achter me.

Ik kijk op, draai me om en zie een Aziatische vrouw dichterbij komen. Met aan een riem een identieke poedel als Max. Dit hondje heeft op de witte vacht ook zwarte vlekken. De twee honden komen bij elkaar, duwen de neuzen tegen elkaar en draaien nu in een speels, wild tempo om elkaar heen. Als een wit-zwarte tornado razen ze om onze benen heen, waarbij de riemen meerdere malen verstrikt raken.

“O hi, it’s really been a long time! How are you?” De Aziatische vrouw heeft een zwaar Amerikaans accent.

“Jullie kennen elkaar, do you know eachother?” vraag ik in een adem, terwijl ik eerst naar de ene en dan naar de andere vrouw kijk.

“Yes, we do! And so do Max and Luna.”

De vrouwen blijken kennissen van elkaar te zijn, die elkaar al een paar maanden niet meer hebben getroffen. Ze noemen de naam van een park waar de honden urenlang met elkaar hebben gespeeld.

Ik wijs naar mijn bordje Free Hugs en zeg: “Kijk mij nou, sta ik hier om verbinding te promoten, werkt het zelfs om Max en Luna weer bij elkaar te brengen!”

Een diamantje

Zaterdag en ik sta op het Klokhuisplein, hartje Haarlem. Er zijn nu veel mensen in de stad, een aantal jaarlijkse evenementen komen vandaag samen: de Open Monumentendag, het Korenlint en het Haarlem Cultuur Festival. En hier sta ik, met mijn Free Hugs bordje omhoog gestoken.

Een jongeman met kort bruin haar loopt mijn richting op. Ik schat hem halverwege de twintig. Op zijn gezicht zie ik een glimlach. Hij loopt rustig met een constante, ontspannen tred. Hij ziet me nu staan en richt zijn glimlach nu naar mij. De glimlach wordt breder.

“Ja, waarom niet?!”, zegt hij en opent zijn armen.

De jongeman loopt naar me toe. Ik open mijn armen en we staan stil tegen elkaar aan. Onze armen omhelzen onze borstkassen. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen. Ik voel in mijn eigen lichaam een stevig, geaarde rust en kalmte. En mijn ademhaling zit prettig in de buikstreek. En ik voel een lichaam dat ontspannen tegen mij aan staat. Aanwezig, rust. Dan zijn er tintelingen in mijn hartstreek, en direct ook in het gebied van mijn buik. Ik ben verrast. Ik geniet terwijl ik met aandacht deze sensatie observeer. De aanraking van de armen wordt lichter. De jongeman laat los. Ik volg.

“Wat een fijne aanraking was dat”, zeg ik.

Ik kijk naar zijn gezicht en zie dat al de spieren ontspannen zijn. Er lijkt een lichte gloed over zijn hele hoofd te hangen en hij kijkt een beetje waterig, wazig uit zijn ogen. Zachtheid staat voor me.

Ik denk: jongen, waar was je dertig jaar geleden, ik wordt helemaal verliefd op je!

Spontaan zeg ik: “En, wat brengt jou vanmiddag hier? Kom je voor het Cultuur Festival?”.

“Nee, ik ga de stad in, beetje shoppen. Mijn vriendin en ik zijn vandaag precies drie jaar samen. En ik ga naar de juwelier om een cadeautje voor haar te kopen. Een steentje, een diamantje waarmee ik haar wil verrassen”.

Ik voel warmte van binnen en zeg: “O, wat lief van je! En gefeliciteerd!”.

Als hij doorloopt, kijk ik hem na. En geniet. Ik denk: die jongen is hartstikke verliefd…. een diamantje!

De zweefhug

Ik sta op de Grote Markt in Haarlem. Het is zondagmiddag en ik zie veel winkelende mensen om me heen. Gezinnen met jonge kinderen, met kinderen in de puberleeftijd.

Een man en vrouw, beiden in de vijftig, lopen mijn kant op. Voor hen uit loopt een jonge vrouw van een jaar of 15. Alledrie kijken mij aan en glimlachen. Ze roepen wat naar elkaar, ik versta het niet. Er wordt gelachen.

De jonge vrouw loopt nu recht op me af. Ik glimlach breed. Ze loopt in een stevig tempo zelfverzekerd naar me toe. Ze opent haar armen. Ik open mijn armen. We omhelzen elkaar. Ik sluit mijn ogen en breng de aandacht naar mijn lichaam. Er is rust. En dan is er beweging in haar lichaam. Ze laat me los.

De man en vrouw zijn inmiddels naast ons komen staan. Er wordt gelachen en naar de man gekeken. En nu ook gewezen.

De man komt naar me toe, heeft een brede glimlach op zijn gezicht en ik zie zijn witte tanden. Hij opent zijn armen en ik open mijn armen. Hij omarmt me.

Zijn armen rond mijn middel en onder mijn borstkas houden me stevig vast. Nu zet hij kracht in zijn armen en de grond onder mijn voeten verdwijnt. Mijn lichaam wordt opgetild en ik hang in de lucht.

Ik denk: wat is dit? O nee, ik ben veel te zwaar! Hij doet het gewoon!

Ik voel mijn benen bungelen in de lucht. Mijn bovenlijf komt een beetje naar voren en met mijn ogen dicht voel ik mijn lichaam een beweging naar links maken…. en een cirkeltje maken!

De man zet me neer, we kijken elkaar aan en ik heb een vette glimlach op mijn gezicht.