Verrast

Een zaterdagmiddag, lunchtijd en slechts een paar graden boven het vriespunt. Ik ga Free Hugs aanbieden in het centrum van Haarlem. Voor zo lang ik het prettig vind, heb ik besloten. Ik ben erg nieuwsgierig hoe mensen reageren op zo’n grijze, koude dag als vandaag.

Ik heb mijn fiets neergezet naast de Grote Markt en loop tussen de zaterdagse marktkramen door. Aan de rand van het plein zie ik in de Smedestraat zeven mensen bij elkaar staan. Allemaal dragen ze een fel gekleurde oranje overall. De meesten dragen daar overheen een jas. Ik zie ook handschoenen en een enkele muts. Sommigen dragen een plastic gezichtsmasker, naar boven gedraaid op het voorhoofd. 

Ik denk: vast een vrijgezellenfeestje.

Ik loop verder richting De Philharmonie en zie honderd meter verder een bijna identiek geklede groep mensen staan. Oranje overalls, jassen erover heen en allemaal dragen ze een felgekleurde pruik op het hoofd.

Ik denk: nou zeg, dat is toevallig! 

Ik sla rechtsaf en loop naar het Klokhuisplein. Nu ik op mijn favoriete hoek sta, zie ik in de linker zijstraat op dertig meter afstand weer een groep mensen staan. Ze dragen lichtgroene overalls. Daarbij zie ik een kakafonie aan fel gekleurde attributen en voorwerpen. 

Ik denk: is het een bijzondere dag vandaag, heb ik iets gemist? Bedrijfsuitjes? Nationale opdrachtentochten?

Ik sta stil en observeer de groep. Ik tel negen mannen en vrouwen, ik schat in de leeftijd van twintig tot veertig. Ik zie nu dat één man, schat hem rond de veertig, in het middelpunt van de aandacht staat. Een jonge vrouw houdt een stuk papier in handen, waar zij samen met twee anderen op kijkt. Ik hoor veel gepraat, een enkele schreeuw, nu wordt er luid geschaterd.

Ik zie de man nu een paar passen mijn richting op lopen, de rest van de groep blijft achter. Hij staat stil en richt zich op twee jongemannen die vlak langs hem fietsen.

“Hey, dat is mijn fiets!”, roept hij. Hij blijft staan en kijkt naar de reactie. De fietsers kijken hem aan en rijden door.

De man doet drie passen naar links en richt zich tot twee anderen fietsers die langs komen.

“Hey, dat is mijn fiets!”. De fietsers kijken hem aan en rijden door. 

De man kijkt de groep aan, loopt een paar passen die kant op en roept: “Geef me eens een andere opdracht!”.

Ik besluit mijn bordjes Free Hugs tevoorschijn te halen. Ik ben benieuwd of ze mij gaan betrekken in hun activiteit. 

Terwijl een paar mensen weer op het papier kijken, wordt ik opgemerkt door twee vrouwen. Zij zeggen iets tegen de anderen en nu kijken ook anderen mijn kant op. Ik hoor en zie ze hardop lachen.

De mannen en vrouwen komen langzaam in beweging en lopen mijn richting uit. Een paar kijken daarbij nog steeds op het papier. Er wordt luid gepraat met elkaar en gelachen. Ze lopen door en bewegen zich in de richting van de weg naast mij. Niemand kijkt mij aan.

Nu ze vlak bij me zijn, maakt de man die de fietsers aansprak oogcontact met mij. Ik beantwoord zijn blik en blijf met mijn ogen op hem gefocused. Nu open ik mijn armen en til mijn wenkbrauwen een beetje omhoog. 

“Wil je knuffel?’, vraag ik. 

Hij maakt zich los van de groep, loopt rechtstreeks op me af en opent beide armen.

“Kom hier, man!”

Hij komt tot stilstand, staat voor me en we slaan onze armen om elkaar heen. Ik voel een brede borstkas stevig tegen mij aangedrukt en armen die me krachtig omringen. Ik beantwoord zijn hug met eenzelfde stevigheid en kracht. Ik doe mijn ogen dicht, breng de aandacht in mijn lichaam. Er is nu een glimlach op mijn gezicht. Ik ben verrast, voel me even heel geborgen en warm. 

Hug voor Amnesty International

Een herfstige woensdagmiddag, ik ben aan het winkelen in het centrum van Haarlem. In de Grote Houtstraat valt mijn oog op twee jonge vrouwen, die voorbijgangers aanspreken. Ik schat ze begin twintig. Veel mensen wimpelen ze af of lopen onverstoord door. Nu kijkt één van hen mij recht aan.

“Mag ik u iets vragen, meneer, wat vindt u van homoseksualiteit?”

“Heerlijk!”, antwoord ik.

“Haha!”, roept ze uit en ik hoor haar stem een beetje overslaan. Ze praat direct verder en vertelt haar verhaal met een gejaagd tempo. Ik denk: jammer dat je mijn antwoord niet hebt aangegrepen om contact met me te maken!

Ze staat hier nu voor Amnesty International, om aandacht te vragen voor een homoseksuele jongeman in Iran, die gevangen is gezet vanwege zijn geaardheid. Deze hele week gaan studenten in een paar grote steden de straat op om handtekeningen en geld in te zamelen.

“Ik snap niet dat zoiets kan in Iran”, zegt ze.

“Nee, dat is niet waar”, zeg ik. “We snappen het wel, maar jij en ik zijn het er niet mee eens. Er zijn veel meer landen op de wereld waar wij niet vrijelijk kunnen leven”. Bij de woorden ‘jij en ik’ en ‘wij’ til ik mijn beide handen op en beweeg ze over een onzichtbaar lijntje tussen ons. Ook mijn non-verbale communicatie reageert ze niet op.

Ik leg haar uit dat ik gay ben, inmiddels acht jaar getrouwd met een man en dat ik me vaak realiseer hoe bevoorrecht ik ben met mijn leven hier in dit land. We praten door, wisselen meer informatie en ideeen uit over deze actie en de effectiviteit ervan. Wanneer ik ons gesprek wil afronden, herhaal ik wat ik wel en niet ga doen om haar te steunen.

Ik voel plots een blijdschap en volg mijn impuls. Ik leg mijn hand op haar formulier en heb direct haar volle aandacht.

“Even iets anders”, zeg ik, “jij dankjewel dat je dit doet en dat je jouw tijd en energie hiervoor vrijmaakt” Ik maak het Indiase Namasté-gebaar: breng beide handen ter hoogte van mijn hartstreek bij elkaar, vingers naar boven gericht en buig iets naar voren.

“Dankjewel”, herhaal ik.

Ze kijkt me nu recht in de ogen aan. Er is complete ontspanning in haar gezicht en nu een grote glimlach. Ze brengt haar rechterhand omhoog om me de hand te willen schudden.

“Dankuwel dat u naar me hebt willen lui- ….”

Snel trekt ze haar hand naar beneden, opent beide armen en werpt zichzelf om me heen. In een onverwacht, spontane hug voor Amnesty International.