Zien wat je wilt zien

Het is vrijdagmiddag en ik sta net met mijn bordjes Free Hugs op de Botermarkt. Vanaf hier kan ik precies in de etalage van een lunchroom kijken en zie een aantal vrouwen aan een tafeltje zitten. Ik schat ze rond de dertig, één van hen draagt een witte jas en één een zwarte. Ik registreer wat ik zie. 

(…)

Tien minuten later en ik zie vier vrouwen vanuit de lunchroom naar buiten lopen. Een vrouw in een witte jas komt rechtstreeks op me af. De andere vrouwen volgen haar en staan nu om ons heen.

“Waarom doet u dit eigenlijk, meneer?”. Het volume van haar stem is nogal luid en de intonatie klinkt afgeknepen en vlak.

Ik denk: o, doe ik iets verkeerd dan? Ik ga jou aan het werk zetten.

“Waar denk je dat het mij om gaat?”, beantwoord ik haar vraag. Ik praat bewust wat langzamer. Ik breng mijn hoofd een tikje meer naar achteren, kijk nu alle vrouwen aan en zeg: “Of jullie, waar denken jullie dat het mij om gaat?”. 

“Dat kunnen twee dingen zijn”, zegt de vrouw in een zwarte jas. “Of u bent iemand die heel eenzaam is en knuffels wilt hebben. Of u bent iemand die vindt dat anderen eenzaam zijn en knuffels aan ze uitdeelt.”

“Zou kunnen”, zeg ik. “In de eerste herken ik mezelf niet. En de tweede is het ook niet helemaal. Maar zaten jullie niet net in die lunchroom, hebben jullie beetje kunnen kijken? Wat heb je gezien dat hier gebeurd?”

“Ja, we zaten daarbinnen”, zegt een van de andere vrouwen. 

“Er gebeurde helemaal niets!”, zegt de vrouw in de witte jas. 

“Helemaal niets?!”, zeg ik verbaasd. Ik denk: hè, ik sta hier nu tien minuten, heb zeker al vijf hugs uitgewisseld en twee bijzondere gesprekken gevoerd, waar heb je gekeken?

“Nou”, zeg ik rustig, “dat is niet wat ik heb meegemaakt. Ik sta hier pas tien minuten, heb al een paar bijzondere knuffels uitgewisseld en heb vandaag het bijzonderste meegemaakt wat me ooit is overkomen. Zojuist kwam een jongeman die ik had gehugd naar me teruggelopen, heeft me een doosje met hartige snoepjes gegeven en die heb ik nu in mijn rugzakje op mijn rug. Zomaar, omdat ie het bijzonder vindt dat ik dit doe.” En ik denk: wat jammer dat je niet hebt gezien wat ik heb gezien. En meegemaakt. Wat jammer. 

Dit is voor u, meneer!

Vrijdagmiddag op de Botermarkt. Een jongeman, begin twintig schat ik hem, loopt me vanuit de verte tegemoet. Hij heeft kort, zwart haar, een baardje en bril met stevig, zwart montuur. Hij kijkt enigzins naar beneden en is bezig twee oordopjes in zijn oren te doen. Wanneer hij dichterbij is, hebben we oogcontact. Zijn ogen zijn wijd geopend en hij heeft een ontspannen gezichtsuitdrukking. Hij ziet mijn bordjes Free Hugs en is er een grote glimlach. 

“Hey, wat gaaf dat u dit doet, meneer!”

Hij vertraagt zijn looppas en komt bij me staan. Hij haalt zijn oordopjes uit zijn oren en stopt ze met een vloeiende beweging in zijn jaszak. Hij opent nu zijn armen en omarmt me. Ik breng de aandacht naar binnen, in mijn lichaam en voel een liefdevolle, zorgvuldige aanwezigheid. En hij laat zijn armen weer los. 

“Zooo gaaf dat u dit doet!”, zegt hij. Zijn stem klinkt oprecht verbaasd, warm en enthousiast. 

“Wat leuk dat je zo enthousiast reageert,”, zeg ik, “hoe heet je?” 

“Ik heet Salim”, antwoord hij. We praten even door en nemen afscheid. 

(….)

Een minuut of vijf later zie ik hem van de andere kant weer op me af lopen. Hij heeft een donker, plastic tasje in zijn hand. Als hij voor me staat, opent hij het tasje en pakt er een langwerpig doosje uit. 

“Dit is voor u, meneer. Omdat ik het zo te gek vind wat u doet!”

Compleet verrast. Ik ben stil en kijk hem aan.

“Tjeempie, jongen, wat lief! Echt waar?! Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Wat aardig!” 

Pilletjes

Vrijdagmiddag en ik sta met mijn bordjes Free Hugs op de Botermarkt. Een waterig zonnetje kleurt de markt hier een beetje helderder. Ik voel een glimlach van binnen en op mijn gezicht.

Een vrouw met blond haar loopt op me af. Ik schat haar achter in de vijftig. Ik herken haar gezicht. Er komt een herinnering omhoog, dat we elkaar hier eerder hebben gehugd. Haar naam weet ik niet meer zeker.

“Jaaah, daar ben je weer!”, zegt ze met een glimlach. Haar stem klinkt spontaan en hartelijk.

Ze komt nu voor me staan. We spreiden onze armen gelijktijdig en omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen. Het is stil. Er is rust. Verbinding. En we laten los.

“Hoe is het met je?”, vraagt ze.

“Beetje koude neus”, zeg ik.

Met haar handen raakt ze mijn neus aan en wrijft er een beetje over. Wrijft over mijn wangen.

“En hoe is het met jou?”, vraag ik.

“Lekker!”, zegt ze, “Mijn visite zit daar, ik dacht toch even opstaan en een hug halen. En geven!”

“Hoe heet je ook weer?”, vraagt ze mij. En ik vertel haar mijn voornaam.

“En jouw naam ook weer?”, vraag ik.

“Marga”.

We praten door en maken een paar minuten contact met woorden.

Ze zegt: “Fijn om je weer te zien! Leuk om met je te babbelen, maar ik moet zo naar huis. Weer wat pilletjes verkopen.”

Ik snap niet wat ze bedoelt en frons mijn voorhoofd.

“Legaal, hoor! Homeopatische spullen.”

Gracias!

Het is nu vrijdagmiddag, lunchtijd en ik sta naast mijn fiets bij de Botermarkt in Haarlem. Na vele dagen grijze lucht en kou, is er zonlicht zichtbaar. Ik sluit mijn ogen en maak binnen mijzelf contact met ‘verbinding’, de reden dat ik er ben. Ik merk dat ik nieuwsgierig wordt naar hoe ik dit hier vanmiddag terug ga zien. 

Nadat ik mijn fiets heb neergezet en twee bordjes Free Hugs uit mijn rugzak heb gepakt, neem ik mijn plek in op de kop van het plein. Ik kijk naar rechts, zie de man en vrouw in de oliebollenkraam en zwaai naar ze. Ze glimlachen en zij zwaait terug.

Ik draai me om en kijk de andere kant op.

“Daar is ‘t ie weer!”, roep ik naar de vrouw van de viskraam. 

“Alles goed?”, roept ze terug. 

“Ja, hoor, heerlijk! Was mij te koud de laatste week, maar nu ben ik er weer!”

Ik richt mijn blik op de voetgangers tussen de marktkramen. In de verte zie ik twee vrouwen arm in arm lopen. Langzaam komen ze dichterbij. Rechts zie ik een oudere vrouw, ze draagt een bruine jas en heeft een wandelstok in haar hand. Links van haar een jongere vrouw, rode jas en steil, zwart haar. De eerste vrouw schat ik rond de zeventig, de andere rond de dertig. 

Ik blijf stil staan en observeer ze. In een kalme en gelijkmatige tred komen ze rustig dichterbij. Bij iedere stap leunt de oudere vrouw op haar stok en maakt haar bovenlichaam grote bewegingen van links naar rechts. En weer terug. De harmonieuze bewegingen van dit koppel wekt sympathie bij me op. Er is nu een brede glimlach op mijn gezicht. 

De jongere vrouw ziet mij nu staan en glimlacht naar me. De oudere vrouw praat tegen haar metgezel en kijkt wat naar beneden.

Er is tien meter afstand nu, ze komen tot stilstand. De jongere vrouw zegt iets tegen de ander, maakt zich rustig los van de ingehaakte arm en draait zich nu volledig naar mij toe. Haar glimlach wordt breder, ze spreid haar armen en komt in een vlot tempo op me af lopen. De oudere vrouw blijft staan en volgt met de ogen wat er voor haar gebeurd. 

Ik spreid mijn armen, doe een stapje naar voren. “Hai”, zeg ik met warme stem.

De vrouw staat voor me. We omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen. Er is stilte. Aandacht. Ik voel onze ademhaling. Gelijk. Samen. En nu worden haar armen weer slapper. We laten elkaar los. 

“Thank you!”, zegt ze, “gracias!”. 

“You’re welcome”, antwoord ik.

Opeens zie ik een blonde vrouw naast me staan. Ze vraagt een knuffel en ik geef haar mijn aandacht. 

(…)

Vijf minuten later zie ik vanuit mijn linkerooghoek iets bewegen. Ik kijk en zie de twee Spaans sprekende vrouwen weer naast me staan. De jongere vrouw heeft haar mobiel in haar handen voor zich.

“Can I take a picture?”, vraagt ze.

“Ofcourse!”, zeg ik.

De vrouw doet een paar pasjes naar achteren. De oudere vrouw blijft naast me staan en leunt op haar stok. De vrouw met de mobiel in haar hand maakt een beweging in de lucht en wijst naar mij en de oudere vrouw. 

Ik draai me nu volledig in de richting van de vrouw naast me en buig me een beetje voorover. Ik omarm haar en houd mijn bordjes Free Hugs achter haar rug gericht naar de camera. Ik sluit mijn ogen en breng mijn aandacht naar binnen in mijn lijf. Ik voel een ander lichaam, klein en fragiel. En ik ervaar verbinding. Kwetsbaar. En ben dankbaar.

Met mijn mond vlak bij haar oor zeg ik zacht: “Gracias!”