Goed werk!

Het is zaterdagmiddag, ik sta voor de trap naar de trouwzaal aan de Grote Markt in Haarlem. Er staat een sterke wind. De twee bordjes Free Hugs, die ik in mijn rechterhand omhoog houd, klappen regelmatig dubbel. Het kost me moeite ze leesbaar te houden. 

Vijftien meter bij me vandaan zie ik een oudere man, die mij aankijkt. Ik schat hem een jaar of vijfenzeventig, gekleed in een beige winterjas, dikke sjaal om zijn nek en een bril met donkere glazen op zijn neus. Hij draait zijn hoofd nu vlot van links naar rechts en weer terug. Er passeren fietsers. Voorzichtig stapt hij de klinkerweg op. En met een serieus gezicht komt hij recht op me af lopen.

Als hij bij me is draait hij zijn lichaam honderdtachtig graden om. Nu staat hij schuin voor me en onze gezichten kijken ongeveer dezelfde richting uit. Ik maak met mijn linkerhand een gebaar naar mijn bordje Free Hugs. 

“Het hoeft niet, hoor!” zeg ik, “Het mag, hoeft niet! Kent u dit? Heeft u dit wel eens eerder gezien?”

Hij schudt zijn hoofd. Zijn gezicht blijft strak en gespannen.

“Wat doet u hier, meneer?” De intonatie van zijn stem is melodieus. 

Ik leg uit wat Free Hugs betekent. En ik vertel hem wat mijn intentie hiermee is. 

“Ik ben zelf actief in de kerk,” zegt hij. “Iedere week ontmoet ik vluchtelingen, drinken we samen koffie en maak ik een praatje mee.”

Ik zeg: “Dus eigenlijk doen we hetzelfde soort werk, maar dan op een andere manier. Ook een soort van positiviteit verspreiden.”

De man gllimlacht breed. Zijn gezicht is nu ontspannen. 

Al;s hij later afscheid neemt, zegt hij: “Blijft u dit vooral doen, meneer. Goed werk!”

Met iedereen knuffelen

Zondagochtend vroeg en ik loop in Bedum, een dorp in Groningen. Naast me loopt Lea, een vrouw met wie ik nu een wandeling maak. Ik ga een workshop bij haar volgen en tijdens deze wandeling maken we kennis met elkaar. 

“Nog een vraag over die digitale handtekening onder jouw mails,” vraagt ze, “daar staat ‘The Hug Connection’, wat is dat precies?” 

“Ken je het verschijnsel Free Hugs?” vraag ik. 

“Ja.”

Ik leg uit dat ik regelmatig op straat sta in Haarlem en daar knuffels aanbied aan voorbijgangers. En ik vertel haar over mijn intentie hiermee. 

Nu zie ik verderop vanuit een zijstraat een jongeman met een hond komen lopen. Het is een magere boxer, die beweeglijk meeloopt en speels rondjes draait om zijn baasje. De boxer en de jongeman kijken naar ons en blijven drentelen op de hoek van de straat. De hond heeft alleen oog voor ons en nu wij naderen springt hij steeds enthousiaster omhoog. 

“Och, hij wil aandacht.” zegt Lea tegen de jongeman. . 

“Ja, het is nog een jong beestje,” antwoord hij, “hij wil met iedereen knuffelen.”

Ik hoor mezelf zeggen: “Ja, dat heb ik ook regelmatig!”

Positiviteit verspreiden

Zaterdagmiddag en ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. Er staat een sterke wind. Het kost me moeite om mijn bordje Free Hugs strak en leesbaar te houden. 

Nadat ik hugs heb uitgewisseld met een Argentijnse man met zijn Nederlandse vriendin, kijk ik ze na. Nu voel ik opeens een herhaaldelijk getik op mijn linkerschouder. Ik draai mijn hoofd naar links en zie het gezicht van een jonge vrouw, ik schat haar een jaar of veertien. Ze staat alleen voor me, blonde haren opgestoken in een knotje boven op haar hoofd. 

“Mag ik een knuffel?” vraagt ze me. 

“Ja, natuurlijk!” zeg ik.

Ik open mijn armen en we doen allebei een stapje naar elkaar toe. Ik omarm haar en sluit mijn ogen. Ik voel een mager, fragiel lichaam en armen om me heen, die een zachte druk uitoefenen op mijn rug. Ik ervaar kwetsbaar. En we laten elkaar los. 

De jonge vrouw wendt zich van me af en neemt een paar stappen. Ze draait haar hoofd opeens naar me toe en zegt: “Positiviteit moet je verspreiden.”

Ze glimlacht en loopt door. Ik kijk haar na. Zie dat ze naar een fiets loopt. En dan dringt het tot me door dat ze alleen is. 

Ik denk: zo jong nog, en dan het initiatief om mij zo te komen omarmen, wow!

Ik voel nu een golf van warmte door mijn lijf. 

“Dankjewel!” roep ik haar na. 

Aaarrrggghhh

Het is zondagmiddag, ik sta op de Grote Markt in Haarlem. Ik heb net een hug uitgewisseld en zie nu vier dertigers op tien meter afstand van me staan. Mijn aandacht wordt direct getrokken naar de stevige jongeman, die in het midden staat. Hij heeft een boek in zijn handen en kijkt daar geconcentreerd in. De anderen staan om hem heen geschaard en kijken amechtig wat rond over het plein. De jongeman draagt een volle baard, een zonnebril voor zijn ogen en is gekleed in een dikke, kleurige trui. En ik zie dat hij een sjaal draagt om zijn nek.

Hij tilt zijn hoofd op van achter het boek, kijkt om zich heen en maakt met zijn rechterarm grote gebaren in de lucht. Ik hoor zijn zware basstem en vang wat Spaanse klanken op. Hij draait zich een kwartslag om en wijst naar de grote kerk aan de andere kant van het plein.

Hij buigt zich opnieuw naar het boek, zwijgt en leest wat er staat. En weer richt hij zich op, maakt grote gebaren en hoor ik zijn basstem resoneren door de lucht. Nu wijst hij naar het gemeentehuis achter mij. Zijn toehoorders draaien leidzaam mee in de richting waarin zijn hand wijst. 

Terwijl hij druk aan het praten is, kijkt hij mijn richting uit. Hij stapt weg van het groepje en loopt mijn kant op. En komt nu recht op me af. Pratend, met een boek in zijn rechterhand nadert hij mij en wenkt me om dichterbij te komen. 

“I’ll hug you.” zegt hij met luide, duidelijke stem. 

Als hij voor me staat opent hij zijn armen en slaat die om me heen. Ik sla mijn armen om zijn borstkas heen.

“You’re welcome,” zeg ik. 

Ik sluit mijn ogen en voel dat hij kracht zet in zijn armen. Ik voel nog meer kracht en nog meer. De kracht houdt aan en hij houdt me zeer stevig vast. Ik beantwoord zijn omarming met eenzelfde kracht. En zo blijven we staan. In een zeer stevige hug. 

Dan voel ik de spanning in zijn armen afnemen. En laat de kracht in mijn eigen armen ook afnemen. We laten elkaar los. 

“Aaaarrrrgggghhhhh, this was so good.” zegt hij op een uitademing. 

De man kijkt verrukt, draait zich om en ziet één van de vrouwen, die nu vlak bij ons staat. 

“Have a nice day!” zegt ze. 

Ontspannen bij de bakker

Een vrijdagmiddag, lunchtijd. Ik sta ontspannen bij de bakker te wachten op mijn beurt. Voor mij staat een jonge vader met zijn zoontje, die wordt geholpen door de oudere medewerkster. 

“Zegt u het maar, meneer.” zegt de jongeman achter de toonbank tegen mij. Ik schat hem een jaar of zeventien. Ik heb hem hier nog niet eerder gezien.

Ik vertel hem wat ik wil hebben. Hij loopt bij me vandaan om mijn bestelling klaar te maken.

Mijn aandacht wordt nu getrokken naar buiten. Ik zie een vrouw met een fiets op de stoep voor de winkel. Door de glazen pui van de winkel kan ik zien hoe ze afstapt, de fiets op de standaard zet en op slot draait. Ik herken haar nu opeens. Het is Elly.

Een paar jaar terug huurde ik regelmatig een cursusruimte in een yoga- en meditatiecentrum. Tijdens een open dag heeft zij daar een lezing verzorgd. Toen hebben we elkaar gesproken en ook knuffels uitgewisseld. Ze vroeg me haar lezing bij te wonen en daar feedback op te geven. Haar presentatie was een toonbeeld van onzekerheid en ongemakkelijk om bij te wonen. Mijn eerlijke feedback heeft ze als pijnlijk ervaren.

Nu stapt ze de winkel binnen. Haar tred is zelfverzekerd en ook haar blik. 

“Ken ik u?” vraagt ze me. Ze loopt iets dichter naar me toe en kijkt me nu gefocused aan, “O, hoi! Nu zie ik het, jij bent van de hugs!”

Ik knik en glimlach naar haar. 

Ze opent spontaan haar armen en ik doe hetzelfde. We omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en ervaar ontspanning. Tijdloos.

Dan is er de gedachte: ‘Je staat bij de bakker!’

Ik open mijn ogen en zie de jonge medewerker mij aankijken. En ik zie mijn bestelling voor hem op de toonbank liggen. Hij staat er stil bij, zijn blik is strak op mij gericht, mondhoeken zijn naar beneden getrokken en ik zie allemaal rimpels op zijn voorhoofd. 

“Sorry, ik moet even afrekenen.” zeg ik tegen Elly. En ik wend mijn lichaam van haar af en loop richting de kassa. 
 “Ja, natuurlijk!” zegt ze, “Tot ziens!”

De jonge man haalt weer adem en komt langzaam in beweging. Ik reken af. 

Als ik even later op de fiets naar huis rijd, denk ik: meestal veroorzaakt een hug ontspanning, maar deze knul werd er wel erg gespannen door. Ik glimlach.