Een vader en zoon in verbinding

Een stralende zaterdagochtend en ik sta op het Klokhuisplein. Het is de eerste keer dit jaar dat ik hier kan staan in een overhemd met korte mouwen en mijn zonnebril op. Het centrum van Haarlem wordt op dit moment overspoeld door Chinese toeristen, die elkaar verdringen om de indrukwekkende kerk te fotograferen. Soms hoef ik mijn arm maar te strekken om ze aan te raken en toch lijkt het alsof ze mijn aanwezigheid hier niet eens hebben opgemerkt. 

In de verte zie ik twee blonde mannen naderen, de ene rijdt op een fiets en de ander loopt ernaast. De voetganger, ik schat hem halverwege de veertig, loopt in een spijkerbroek en een lichtblauw poloshirt. De fietser, een jongen van een jaar of vijftien, draagt een spijkerbroek en donkerblauw t-shirt. Nu ze dichterbij komen en ik hun gezichten duidelijker kan onderscheiden, zie ik de gelijkenissen en de kans is groot dat ze familie zijn. Ik vermoed een vader en zoon. 

Op tien meter afstand ziet de vader mijn bordjes Free Hugs. Terwijl hij mij aan blijft kijken, praat hij tegen zijn zoon. Ik kan niet verstaan wat hij zegt, de afstand is te groot. Ik zie op beide gezichten een glimlach komen. 

Zonder dat ik weet waarom, ben ik nieuwsgierig en kijk ik ze na. Er is nu veel te zien in hun fysieke communicatie: ze wenden hun hoofden naar elkaar toe en ook hun bovenlijven en ruggen zijn meer in beweging. De vader strekt zijn rechterarm en gaat met zijn hand door het haar van zijn zoon. De hand zakt af en rust op de schouder. En dat terwijl ze nog steeds doorlopen en rustig fietsen. Hij geeft nu een paar rukjes aan de schouder en de jongen op de fiets slingert een beetje heen en weer om zijn balans te houden. Zijn vaders hand zakt naar beneden en houdt hem vast rondom zijn schouderbladen. En zo gaan ze voort. 

Ik denk: ‘Ja, hoor, daar is het weer! Dan huggen ze niet mij, maar het effect van de woorden FREE HUGS en mijn aanwezigheid hier, heeft ze nu toch dichter bij elkaar hebben gebracht!’ 

Ik blijf kijken, voel een warmte in mijn buikstreek en een enorme glimlach op mijn gezicht. Ik ben blij voor deze twee mannen, ik gun ze dit fysieke contact. Een vader en zoon in verbinding. 

Met hoge ogen

Het is zaterdagmiddag en ik sta met mijn bordjes Free Hugs op het Klokhuisplein in Haarlem. Op het moment dat ik afscheid neem van een Amerikaanse moeder en haar dochter, voel ik tikjes op mijn linkerschouder.

Ik draai mijn hoofd naar links en mijn lichaam draait mee. Naast me is er opeens een lange man, die zijn hoofd al tot naast het mijne heeft gebracht. Ik zie een oranje kledingstuk, een zonnebril en een football-petje. Hij staat gebogen naar voren en brengt nu zijn armen om mijn schouders.

Vanuit een natuurlijke reflex open ik mijn armen en sla ze om zijn torso. Het lichaam dat ik ontmoet is zo lang, dat mijn armen ergens bij hem op heuphoogte uitkomen en ik automatisch een beetje op mijn tenen ga staan. 

We staan gearmd…. het is nu even stil.

Ik merk dat ik niet comformtabel sta. Breng mijn gewicht iets meer naar beneden en zet mijn hielen weer op de grond.

Dan laat hij me los. De man richt zijn hoofd weer omhoog en draait zich een kwartslag om. Ik zoek met mijn ogen contact met zijn ogen. Maar de man is al in beweging en trekt zich terug. 

Een beetje verrast door de snelheid van deze afronding, denk ik: ‘wat ben je lang! Waar zijn je ogen? Waar zijn je hoge ogen?’

Ik zie zijn rug, de achterkant van zijn rode pet en kijk hoe hij bij me vandaan loop. En ik denk: ‘met hoge ogen geen contact’. 

She’ll always have your hugs

Ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. Het is zaterdag, einde van de middag. Ondanks het frisse weer en de wind is het druk in de stad. Voorbijgangers hebben soms weinig ruimte en tijd om te kijken naar de gekleurde letters op mijn bordjes, die samen de woorden Free Hugs vormen. 

Ik hoor opeens een zachte achter me: ‘Yeeeeah, we’ll give you a free hug!’. Ik draai me naar links, zie een jonge vrouw naast me staan. Ik schat haar ongeveer twintig jaar oud, kort zwart haar omsiert haar ronde gezicht. 

Ik open mijn armen en omarm haar. Sluit mijn ogen en voel een lichaam dat zich tegen mij aandrukt. En direct weer afstand neemt. Dus ik laat haar weer los.

Als ze een stapje naar achteren doet, zie ik dat er een tweede, oudere vrouw naast haar staat. Ik vermoed halverwege de veertig. Ze draagt een zonnebril en heeft een fleurige sjaal om haar nek. Ze kijkt me met een grote glimlach aan en beweegt niet. 

Ik open mijn armen en richt ze tot haar. ‘Do you wanna hug too?’ vraag ik. 

‘Yeah, oh well!’ zegt ze. Ze doet een stapje dichterbij, opent haar armen en we huggen elkaar. Ik voel spanning in haar lichaam. Ze brengt haar armen weer naar beneden en ze stapt weer bij me weg. 

‘Do you know which way is the station?’, vraagt de jonge vrouw. 

‘Yes I do.’ zeg ik en ik geef ze mijn instructies.

‘You’re leaving Haarlem already?’ informeer ik. ‘Are you here on holiday?’

‘Actually, we’re here to find a house for my daughter to live. We wanna buy her a house, but we haven’t decided on which city yet. It’s either Haarlem of Laiden.’ antwoordt de oudere vrouw. 

Ze vertellen dat ze vandaag zijn wezen kijken naar twee huizen in Haarlem. En dat ze gisteren in Leiden drie huizen hebben bezichtigd. De dochter werkt in Amsterdam op de Zuidas. En de verbinding is van beide steden goed te doen. Ik vertel ze iets over mijn ervaringen met het openbaar vervoer tussen deze steden. 

‘You know, honestly I prefer Haarlem over Laiden,’ zegt de oudere vrouw, ‘it’s cosier and there’s a lot more nice little shops.’ 

‘And you?’ vraagt de jonge vrouw. ‘This Free Hugs is such a kind gesture!’. Ik vertel haar iets meer over mijn beweegreden en dat ik iedere week sta. 

‘Yeah, the people are really friendly here,’ zegt de oudere vrouw. ‘You know, it feels like a good place for my daughter to live and make friends here. And if she’s having a hard time, well, she’ll always have your hugs.’

Sixpack from Argentina

Een zaterdagmiddag, ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. In de verte zie ik een jongeman en jonge vrouw aan komen lopen; ik schat ze achter in de twintig. Ze lopen gearmd, waarbij mij opvalt dat hij zich zelfverzekerd voortbeweegt alsof hij alleen loopt en zij zich als het ware mee laat voeren. De man draagt een halfllange zwarte jas die van voren open is. En ik zie een lichtblauw overhemd dat strak zit en een sixpack accentueert. Het trekt mijn aandacht volledig nu ze mijn kant op komen. 

Op tien meter afstand kijkt hij me recht aan en glimlacht breed. Zijn gezicht blijft op mij gericht en hij opent zijn armen. En komt recht op me afgelopen.

‘Good morning!’ zegt hij. ‘How are you?’

‘Good morning!’ antwoord ik. ‘You’re welcome!’ zeg ik terwijl ik mijn armen open. 

Nu hij voor me staat komt hij tot stilstand. En hij slaat zijn armen om me heen. Ik sluit mijn ogen en voel een gelijkmatige, stevige druk van zijn armen rond mijn borstkas. En ik merk nu dat ik mijn gewicht op dit moment onevenwichtig verdeeld heb. Mijn aandacht wordt getrokken naar zijn omarming en ook mijn benen. Ik breng nu mijn voeten parallel naast elkaar en verander mjin lichaamshouding naar comfortabeler stand. 

‘Are you okay?’ vraagt hij. De kracht die hij met zijn armen op me uitoefent veranderd niet. 

Terwijl ik mijn fysiek en gedachten aan het registreren ben, antwoord ik met een melodieus  ‘hm-hm!’. 

Ik voel zijn lichaam, armen die me tegen de spieren van zijn borstkas aanhouden. Ik ervaar geen contact. Ik laat de spanning in mijn armen iets afnemen. De armen om mijn borstkas reageren niet. Ik denk: ‘nog steeds hetzelfde? Lijkt wel een machine!’

‘Are you okay?’ hoor ik hem nogmaals zeggen. 

‘Yes, I’m fine.’ antwoord ik. Ik laat de spanning in mijn armen weer afnemen. Er veranderd niets in de kracht van zijn omarming. Nu leg ik mijn rechterhand op zijn rug, wrijf en geef zachtjes wat tikjes. En hij laat los.

Ik merk dat ik de hoeveelheid aan indrukken en gedachten op dit moment verwarrend vind. Ik denk: ‘eerst maar een praatje’.

‘Where are you from?’, vraag ik ze. 

‘I’m from Argentina.’ zegt hij. ‘And she’s from You-trecht. She’s showing me some touristical sites in Holland. It’s our first time in Haarlem.’

Met de jongevrouw wissel ik in het Nederlands kort wat uit over hun uitstapje. En we gaan weer verder in het Engels. 

‘I bet I’m the first one from Argentina to hug you’, zegt de jongeman. 

‘That’s right,’, vertel ik hem, ‘you’re the first one from Argentina.’

Wanneer ze weer gearmd doorlopen, kijk ik ze na. ‘En de eerste sixpack die me in verwarring achterlaat…’ denk ik.