Hij heet Daniel….

“Hey, ben je er weer? Sta je nu hier?”

Een jonge vrouw, lang bruin sluik haar en zonnebril op, opent op tien meter afstand haar armen en komt op me af. Ik herken haar niet. Ik glimlach en open mijn armen. 

Ik denk: ik zal haar vast een keer eerder hebben gehugd.

Ze komt nu voor me staan en we omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen, breng de aandacht naar mijn lijf. Ik hoor hoe ze uitademt en voel hoe haar lichaam een stukje naar beneden zakt. Ze ontspant. We houden elkaar zo even vast. Ik glimlach. We zijn samen in stilte. 

En dan laten we onze armen verslappen, naar beneden zakken en doen een stapje naar achteren. 

“Hoe is het met je vandaag?” vraag ik. 

“Beetje in de war,” begint ze, “ik ben heel blij dat ik navraag heb gedaan!”. 

“Hoezo, wat bedoel je?”

“Nou, heb je even?” vraagt ze. 

“Ik heb heel lang.”

Ze vertelt dat ze vorige week koffie zat te drinken in de lunchroom van een kennis van haar. Toen een onbekende man plots opdook van achteren en een gesprekje met haar begon. In dat gesprek was hij erg complimenteus naar haar. Door zijn verschijning en toon was ze zo geraakt, dat ze van haar apropos was gebracht en er nog lang mee in gedachten heeft gelopen. En dat terwijl ze eenendertig is en al jarenlang een vriend heeft.

Het incident had haar zo bezig gehouden, dat ze besloten had terug te gaan naar de lunchroom en navraag te doen. De vreemdeling blijkt nu een bekende, regelmatige bezoeker te zijn. En hij blijkt ook al jarenlang een vaste vriendin te hebben. Ze heeft net gehoord dat hij onlangs voor de tweede keer vader was geworden. En nu weet ze niet wat ze hier allemaal van moet vinden. 

“Ik ben zo blij dat ik navraag heb gedaan.” herhaalt ze zichzelf. En met zachte verzuchting in haar stem hoor ik: “Hij heet Daniel…..”

En verder gaat Puck

Het is Moederdag. Ik sta op de Grote Markt en vanuit de Barteljorisstraat zie ik twee jonge meiden in groene overalls mijn kant op komen. De ene zit op een bakfiets en draagt een fleurige bloemenketting om haar hals. De ander loopt langs de puien van de winkels langs en heeft een Mexicaans hoedje op. Ze kijkt strak naar de grond. Met een grijpstok raapt ze een blikje van de grond. Ze doet het blikje in een vuilniszak, die ze in haar andere hand bij zich draagt. 

Ik denk: hey, daar zijn ze weer, de Groene Muggen!

“Puck!” roept het meisje van de bakfiets naar de ander. Verder versta ik haar niet. 

Puck loopt nog een paar meter door, waarbij ze geconcentreerd naar de grond blijft kijken. Dan richt ze zich op, loopt naar de bakfiets. Nadat ze een paar passen heeft gedaan, kijkt ze langs het andere meisje en ziet mij staan. Loopt nu om de bakfiets heen en komt recht op me af. Ze opent haar armen, begint met verende tred te bewegen  en glimlacht.

“Jaaah!”, roept Puck. 

Ze houdt voor me stil en ik glimlach. We omarmen elkaar. 

Terwijl ik mijn mond naast haar rechteroor heb, fluister ik: “Kind, wat ben je goed bezig.”

Zonder een woord, laat ze haar armen weer zakken en maakt aanstalte om weer verder te lopen.

“Nog één ding,” zeg ik om haar aandacht weer te vangen, “vandaag is thema moederdag, besteed jij ook aandacht aan je moeder?”

Met vlakke stem antwoordt ze: “Ik heb cadeautjes en ga vanavond koken.”

En verder gaat Puck. 

Misschien toch iets meer?!

Het is Moederdag en ik sta op De Grote Markt in Haarlem. Op tien meter afstand kijken een jongeman en jonge vrouw naar mijn bordjes Free Hugs, die ik boven mijn hoofd houd. Ik schat ze beiden begin twintig. Hij draagt een baardje, zij heeft Aziatische trekken en een zonnebril met een gouden randje. Hij glimlacht en komt op me af lopen. 

“Ja, hoor!” zegt hij, “Van mij krijgt u wel een knuffel!”

Hij komt voor me staan en we omarmen elkaar. Hij is langer dan ik, dus mijn bovenlichaam is rechtop gestrekt. Ik sluit mijn ogen, breng mijn aandacht naar binnen in mijn lijf en voel een ontspannen lichaam tegen me aan. Ik glimlach. 

We laten elkaar weer los en doen een stapje naar achteren. 

“Fantastisch dat u dit doet, meneer!” zegt hij. 

“Dankjewel!” zeg ik. “Vandaag is moederdag, geef je haar ook aandacht vandaag?”

“We hebben een bos bloemen laten bezorgen, vanmorgen en we gaan zo bellen. Maar misschien moeten we nog iets meer?!” Er klinkt nu twijfel in zijn stem. 

“Weet ik niet,” antwoord ik, “wat vindt je moeder, denk je?”

“O, die is al blij met de bloemen.”

“Nou, dan is het voldoende, toch?!” suggereer ik. “Zo’n klein gebaar, vanuit je hart, dat pikken moeders op.” En ik maak met mijn rechterhand een gebaar van aanraken richting zijn hart. 

“Okay,” zegt hij.

Dan geeft de jongeman me een klopje op mijn schouder en zegt: “Bedankt, we gaan ergens koffie drinken!”

Een stoere cheek to cheek

Het is zaterdag eind van de middag en ik sta met mijn bordjes Free Hugs op het Klokhuisplein in Haarlem. In de verte zie ik een stoer ogende jongeman aan komen lopen met twee boodschappentassen, eentje in iedere hand. Hij draagt een zonnebril, wit t-shirt valt mij op en een zilveren ketting bengelt rond zijn nek. Ik kan niet zo goed inschatten hoe oud hij is. Rond de twintig vermoed ik, maar het zou zowel vijf jaar daaronder als daarboven kunnen zijn. 

Ik blijf hem aankijken en glimlach. Hij komt nu dichterbij en glimlacht terug. Ik blijf kijken en merk dat ik zin heb om hem uit te nodigen. En een beetje uit te dagen. 

Ik open mijn armen en vraag: ‘Do you want one, a hug?’

Hij glimlacht nog steeds en verlegt de richting waarin hij loopt. En komt recht op me af. 

Nu hij voor me staat, beweegt hij de boodschappentassen opzij en opent zijn armen. Hij slaat beide armen om me heen. Ik sluit mijn ogen en breng de aandacht naar mijn lichaam. En dan voel ik zijn wang tegen mijn wang. Zacht. Warm. Er komt een warmte vanuit mijn buik en ik voel een glimlach op mijn gezicht. 

‘Yeah!’ zegt hij. Zijn stem heeft een zware bas en ik hoor een Engelse tongval. ‘You’ll have a very nice day, Sir!’

‘You have a nice day, too!’ antwoord ik. 

Ik denk: gooohhh! Had ik niet verwacht, zijn wang tegen mijn wang, een stoere cheek to cheek.

Ik kijk hem na, met een warme glimlach. 

Reageer op open armen

Het is zaterdag eind van de middag en ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. Er is nu veel publiek om me heen. Voorbijgangers hebben af en toe weinig ruimte en tijd om te kijken naar de gekleurde letters op mijn bordje, die samen de woorden Free Hugs vormen. 

Een jongeman komt op me af lopen. Zwarte huidskleur zie ik, en Afrikaanse trekken. Ik vermoed dat hij uit Ethiopie komt. Hij draagt een zwarte trainingsbroek en een donkergrijze sweathshirt met capuchon. Terwijl hij op me afloopt en zijn armen opent, gaat flitsend snel een gedachte door me heen: ‘let op!’. 

Hij open armen, ik open mijn armen. We omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en breng de aandacht naar mijn lijf. Ik voel me omarmt, iemand oefent een zachte druk uit op mijn liichaam. En ik merk dat ik onder zijn laag van dikke kleding slechts in de diepte een mager, benig lichaam aantref. 

Ik denk: ‘wat zacht, en mager!’. 

We laten elkaar los. En wensen elkaar een prettige dag. 

Nu hij wegloopt en ik hem nakijk, verbaas ik me over die gedachte die zo snel bij mij omhoog kwam. Binnen een flits was er een oordeel, die niets te maken had met deze ervaring in dit moment. ik ben blij dat ik me daar niet door liet leiden en desondanks reageer op zijn open armen.