Mannenwerk

Het is zaterdagmiddag en ik ben op een verjaardagsfeest. Ze is vijftig geworden. Ze heeft allemaal mensen uitgenodigd die haar dierbaar zijn: familie, schoonfamilie, goede vrienden, bekenden. Jong en oud zit, staat, lacht en speelt samen.

Op de uitnodiging stond ‘om 16.00 uur gaan we muziek maken’. Nu blijkt dat de drumleraar van haar neefje is gevraagd om een workshop te verzorgen. 

Na de workshop zie ik hem zitten. Aan de zijkant zit hij nu alleen en is aan het eten. Ik ga naast hem zitten. En na wat uitgewisseld te hebben over muziek, breng ik het gesprek op hem als persoon. Hij vertelt onder anderen dat hij twee trainingen heeft gevolgd, die hij ‘mannenwerk’ noemt. Ik nodig hem uit om me hier meer over te vertellen, wat hij met plezier en een ontwapenende openheid doet. 

Een klein uur later sta ik op het terras te praten met de jarige job. De drumleraar komt erbij en vertelt haar dat hij afscheid komt nemen. Ik doe een kleine pas naar achteren en geef ze de ruimte. Ze ronden het gesprek af met een hug.

Ik denk: ‘Nou, dan wil ik ook, jij met je lijfwerk, jongen!’ 

Hij laat haar los en kijkt mij aan. Ik doe een kleine stap achteruit en spreid demonstratief mijn armen wijd en richt me tot hem. 

‘Dan wil ik ook, hoor!’ zeg ik. ‘Mannenwerk!’

Hij lacht hardop en komt voor me staan. We omarmen elkaar. Ik voel een mager lichaam tegen me aan. Bij iedere uitademing zakt hij een stukje lager naar de grond. Er is vol contact. Ik ben verbonden. 

Een fijn leven!

Een zonnige maandagmiddag op de Grote Markt in Haarlem. Er is een continue stroom van mensen om me heen, lopend en op de fiets.

Een man en vrouw van een jaar of 60 komen uit een winkelstraat mijn richting op. Het valt me op dat de man een bijzondere manier van lopen heeft. De rechterkant van zijn lichaam lijkt bij elke stap iets trager mee te bewegen dan de linkerkant.

Ik denk: die heeft misschien een herseninfarct gehad. 

Met mijn bordje Free Hugs boven mijn hoofd, open ik mijn vrije arm. 

“Wil iemand een gratis knuffel?” vraag ik. 

Zowel de man als de vrouw kijken mijn richting op. De man houdt zijn blik op mij gericht. Met zijn hele lijf keert hij zich mijn richting op en loopt op mij af. 

“Ja hoor, van mij krijgt u wel een hug!” zegt de man.

“Wat een leuke, spontane reactie van u, meneer!” zeg ik, “U ook, mevrouw?’”

“Nee, dank u wel!” antwoordt ze van een afstand.

Vijftien minuten later zie ik ze weer. Dit keer naderen ze mij van de andere kant. En lopen vlak voor mij langs.

“Van mij heeft u al een hug gehad.” zegt de man in het voorbijgaan.

“Dat weet ik heel goed, ik herken u.” antwoord ik. “Dat was een fijne knuffel. En ik wens u nog een fijne dag, hoor!”

“U ook, meneer.” antwoordt hij. 

Twee passen verder staat hij stil en draait zijn hoofd een tikje om: “Een fijne dag?” mompelt hij, “Een fijn leven! Een dag is zo kort!”

Dankjewel, Niels!

Het is zondag, ik ben in Dordrecht en er is hier boekenmarkt. Ik ben bij het kraampje van Niels, loop langs de zijkant naar achter. Niels komt omhoog van zijn stoel, doet een paar passen zijwaarts en opent ook de armen. We omarmen elkaar en zijn in stilte. Samen. Met gesloten ogen richt ik mijn aandacht naar binnen en voel een ontspannen lichaam tegen me aan. Bij elke uitademing voel ik zijn lichaam iets meer naar beneden zakken. Ik doe hetzelfde. Ik ben verbonden. 

Een jaar geleden zag ik één van Niels’ gedichten op social media. En werd geraakt. Ik ben ‘vrienden met hem geworden’ en lees regelmatig nieuw werk van zijn hand. Vaak raakt het me diep. En ik las de aankondiging van zijn aanwezigheid op deze boekenmarkt. Omdat ik al langer een boek van hem wilde hebben en mijn uitje mooi kon combineren met andere zaken, besloot ik hem hier in Dordrecht op te zoeken. 

Toen ik zijn kraam naderde, zag ik hem zitten. Stil, zijn hoofd een beetje naar beneden gekeerd en voor zich uit kijkend. Hij reageerde niet op de aanhoudende stroom van mensen die aan zijn kraampje voorbij trokken. Zijn kraam was een toonbeeld van eenvoud en rust. Daar waar alle andere kramen overvol lagen met boeken en aanverwante artikelen, lagen er bij hem slechts vijf boeken op een rij. Met een uitgestrekte hand van mij doorbrak ik zijn concentratie. We maakten oogcontact en er volgde een lang, openhartig gesprek.

Niels is liever in stilte dan dat hij publieke optredens maakt of lezingen geeft, vertelde hij me. Deze boekenmarkt is dé uitzondering. Voor het derde jaar staat hij hier, misschien wel de laatste keer. Het is zijn geboortestad. Zijn geschiedenis ligt hier. 

Ik legde uit dat ik was gekomen, omdat ik een aantal werken van hem wil aanschaffen. En ik vertelde wie ik in gedachten had om er één van zijn boeken cadeau te doen. En waarom. Ik vroeg hem of hij mij een suggestie kon doen. Een onmogelijke opgave voor hem, zo bleek.

Ik nam de tijd om alle vijf de exemplaren door te bladeren en mijn intuitie te laten spreken. En maakte mijn keuzes. 

“En onzettend leuk je nu live te ontmoeten, Niels”, zeg ik.

“Jou ook, Rick”, antwoord hij.

“Mag ik je hug geven?”

“Natuurlijk!”

“Dankjewel, Niels.” 

Opwekkende praatje en knuffel

Zomaar een dinsdagochtend. Ik heb een volle agenda en krappe reistijd tussen afspraken. Op weg naar het station kom ik een oud collega tegen, waar ik aandacht aan besteed. Helemaal verbaasd haar hier te zien, blijken haar ouders een paar straten verderop te wonen. 

Boven op perron 1 gekomen wordt omgeroepen dat er een trein is uitgevallen. En ook de trein die daarna zou komen rijdt niet. Een paar minuten later kruipt er toch een sprinter het station binnen, die me naar Haarlem brengt.

Op Haarlem staat er een trein klaar die er niet had zullen staan en toch voor ons gaat rijden. Ik loop over het perron langs de trein naar voren. Terwijl ik daar loop, passeer ik een vrouw van een jaar of vijftig en in een flits herken ik haar gezicht en schiet me direct haar naam te binnen.

“Hey, Jorinda!”, roep ik uit.

Drie jaar geleden verzorgde ik inspiratiedagen voor vrouwen met een smalle beurs in een Dominicaner klooster. Zij was daar één van de deelneemsters. Bleek uit IJmuiden te komen en sindsdien zijn we elkaar wel es tegen gekomen in Haarlem. 

Ze draait zich om, kijkt me aan en er komt een glimlach. We begroeten elkaar met een kus en ik stel voor om direct met mij in te stappen. We gaan zitten en praten bij. 

“Hoe gaat het met je?” vraag ik. 

“Nou, niet zo best,” zegt ze, “Ik zit al een poosje ziek thuis. En ik ben toevallig nu net onderweg naar de bedrijfsarts voor een gesprek.” 

De reis tot Sloterdijk duurt een kwartiertje. Waarin we kunnen delen over wat ons bezig houdt. Ik vertel over onderdelen in mijn werk waar een enorme flow in is. En ik vertel ook over de periode, waarin ik overspannen was en ook een bedrijfsarts bezocht. Alweer twintig jaar geleden inmiddels. En hoe vervelend het was tijdens die fase. En hoe blij ik was met alle dingen die ik daar geleerd heb en sindsdien heb ingezien en ontwikkeld. En de andere keuzes die ik daarna heb gemaakt in mijn leven.

Als Jorinda de trein moet verlaten, staat ze op en doe ik dat ook. We geven elkaar een knuffel. Een kort moment is er rust. Bij elkaar. 

“Dankjewel voor het opwekkende praatje,” zegt ze, “en bedankt voor de knuffel.”