Plof!

…. eerste wat ik hoor: plof! 

Ik kijk naar links waar het geluid vandaan kwam. Ik zie een lange, forse jongeman van een jaar of dertig  En vlak voor hem op de grond een grote vierkante sporttas. Het lijkt alsof hij opeens in een kramp is geschoten.

Ik denk: die is iets vergeten!

Hij draait zich abrupt naar links en komt in een hoog tempo op me af lopen. Ik zie nu zijn gezicht, de spieren staan strak. Hij kijkt mij recht aan en komt snel dichterbij. Zijn gezichtsuitdrukking blijft strak.  

Ik denk: gaat dit goed of moet ik opletten?

In mijn lijf gaat een knop om en ik voel: zacht. Ik spreid mijn armen en denk: ik heb niets te vrezen…

‘Je bent welkom, jongen.’ zeg ik. 

Hij staat nu voor me. Opent zijn armen en we omarmen elkaar. Met mijn gezicht kom ik tegen zijn linkerschouder. Ik sluit mijn ogen en voel een groot, stevig lichaam tegen me aan. Stil.

En we laten los. Ik doe een stapje naar achteren. Zie hoe zijn hoofd van me wegdraait. En een gezicht dat nog steeds strak gespannen staat. Hij draait zich verder om en loopt in vlot tempo naar zijn sporttas toe.

Ik kijk hem na. Draai me om naar mijn mede hugster. Ik kijk haar aan.

‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt’,  zeg ik tegen haar. ‘Iemand die opeens zijn tas op de grond laat vallen en een hug komt halen.’

Meet a stranger

Zondagmiddag op het Klokhuisplein in Haarlem. Ik sta op het plein en heb mijn Free Hugs bordjes omhoog gestoken in mijn rechterhand. 

Vanuit de verte zie ik een oudere man en vrouw mijn kant op komen lopen. Ik schat ze halverwege de zestig. Allebei dragen ze een regenjas, die van voren geopend is. Hij heeft een paraplu in handen en zij een foldertje. 

Nu ze dichterbij zijn lopen ze in een rustig, slenterend tempo. De vrouw kijkt me aan en blijft staren. Haar gezicht verandert niet van uitdrukking. Dan kijkt ze naar mijn bordjes, en ik zie haar gezicht zachter worden en een glimlach vertonen. Ze wijzigt de richting van haar lopen en komt naar me toe. 

‘Oh, yes!’, hoor ik haar zeggen. 

Ze staat voor me, opent haar armen en we omhelzen elkaar. 

Ik hoor haar zeggen: ‘Meet a stranger, pass it forward.’

Geweldig grote knuffel

Een zondagmiddag op het Klokhuisplein in Haarlem. Ik kijk en zak naar beneden en laat mijn rechterknie landen op de grond. Ik ben in gesprek met een kleine, grote man. Hij draagt een beige regenjas en heeft een donkerblauw plastic speeltje in zijn hand. Ik schat hem een jaar of 4 oud. 

‘Wat heb jij voor moois gekregen?’, vraag ik. 

‘Kan je gooien.’ zegt hij. ‘Op de ijskast. Het blijft plakken op de ijskast.’

Ik kijk nauwkeuriger naar zijn speeltje. Het is een lange sliert van plastic, dat aan het eind de vorm van een handje heeft. En in het plastic zie ik strengen van verschillende kleuren verwerkt, zoals bij een knikker.

‘En ben je nu aan het winkelen met je ooms en tantes?’ vraag ik. 

Ik hoor hem antwoorden, iets over een tuin. Ik versta maar een paar woorden en begrijp er helemaal niets meer van.

Eerder zag ik hem met dit groepje volwassenen aan komen lopen. Drie vrouwen, vier mannen, waarvan er eentje in een rolstoel. Allemaal gelijksoortige jassen en kleding aan. Onmiskenbaar familie van elkaar. 

‘Kijk!’, had één van de vrouwen geroepen. ‘Bij die meneer kun je een gratis knuffel krijgen!’

En de hele groep concentreerde de aandacht op dit kind. Dus heb ik me op zijn hoogte gebracht. 

‘Zullen we elkaar gedag zeggen en een grote knuffel geven?’, stel ik hem voor. 

De kleine, grote man opent zijn armen en doet een paar passen naar voren. Ik open mijn armen. De kleine, grote man komt helemaal tegen mijn borstkas staan en ik voel hoe zijn handen nog maar net de zijkanten van mijn schouders kunnen omvatten. 

‘O, wat een geweldig grote knuffel krijg ik van je’, zeg ik verrukt. ‘Dankjewel!’

We laten elkaar weer los en hij loopt verder met alle volwassenen.

In gedachte zeg ik: dag, kleine grote man!

De bouwvakker-hug

Ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. Mijn bordjes Free Hugs in mijn rechterhand omhoog gestoken. 

Een vrouw en een jongeman komen vanuit de verte dichterbij. Ik schat haar een jaar of 40 en hem 20. Allebei dragen ze een lichtgekleurde regenjas. Ze kijken naar mijn bordje. En er veranderd niets aan tempo van lopen. 

Nu ze dichterbij gekomen zijn, kijkt de vrouw door de donkere glazen van haar bril me langer aan. Ik ondersteun mijn boodschap en spreid mijn armen. 

“Wil er iemand een knuffel?”, vraag ik.

De vrouw glimlacht en loopt in hetzelfde tempo recht op me af.

“Hahahaha…. Nou, vooruit dan maar, omdat je er zo aardig om vraagt.”

Vlak voor me staat ze stil, slaat haar armen om me heen geeft met haar rechterhand vier flinke kloppen op mijn rug. Mijn aandacht is nu in mijn rug. Ik voel haar kloppen, verder niets. Ik denk: ja, hoor, hier is ‘t ie: de bouwvakker!

Na de laatste rugklop laat ze direct weer los.

“Hahaha… Je bent een mooie, jij!”. Ze kijkt de jonge man aan, wend zich van me af en loopt direct weer door.

Ik denk: had jij nou contact?!