Schoon

Het is een zaterdagmiddag en ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. Het is fris, er schijnt een waterig zonnetje. Ik heb handschoenen aan en houdt in mijn rechterhand mijn bordjes Free Hugs omhoog. 

In de verte zie ik twee jonge vrouwen mijn kant op komen lopen. De ene draagt een zwarte jas, die tot haar knieen reikt. Daarboven zie ik een sjaal met een diversiteit aan kleuren. En zonnebril. De andere een lichtbruine jas met witte sjaal en  handschoenen. Een zwarte labrador loopt energiek om hen heen. 

Nu ze dichter bij me zijn, kijkt de vrouw met zwarte jas naar mijn bordjes. Ze glimlacht. En met nog tien passen te gaan, veranderd haar manier van lopen. Theatraal vertraagt ze haar bewegingen en – alsof ze stilletjes sluipt – stapt ze pasje voor pasje naar me toe. Ik kijk vol verwondering en glimlach breed. 

Een laatste theatrale pas. Nu staat ze vlak voor me. Zowel de vrouw als ik hebben een brede glimlach op ons gezicht. Ze strekt zich recht op, opent haar armen en staat krachtig voor me. Ik open mijn armen. 

“Goedemiddag!” zeg ik. “Je bent van harte welkom!”

We omarmen elkaar. Ik ben stil en ga met mijn aandacht naar binnen. Ik voel een duidelijke aanwezigheid van een ander lichaam tegen mij aan. Ik ervaar warmte, plezier en verbinding. 

Nadat we elkaar weer losgelaten hebben, hoor ik de zalvende tongval van het Vlaams. 

“Wa’ schoon da ge dit doe!”

Op jezelf, en met de ander

Het is vrijdagochtend en ik ben in de bossen bij Hilversum. Ik sta met vijftien deelnemers in een trainingszaal. Het is de eerste dag van een leiderschapstraining lichaamswerk, een intensief traject van een half jaar.

Nadat we onze lichamen hebben losgemaakt door te dansen op wat stevige muzieknummers, ronden we af en worden we uitgenodigd om de dichtsbijzijnde andere deelnemer te begroeten, middels een omarming. 

Op vijf passen voor me staat een jongeman met een kaalgeschoren hoofd en volle baard. Ik maak mijn gezicht zacht, til mijn wenkbrauwen op en geef met mijn hoofd een knikje zijn richting op. Hij glimlacht en komt op me af. Ik loop een paar passen naar hem toe en we staan voor elkaar stil. We spreiden onze armen en omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen, voel in mijn lijf. Ik voel stevig, warm, verbonden. 

“Let even op hoe je staat.” zegt de trainer met duidelijk, instruerende stem. “Kijk even.”

Ik laat los. En voel dat mijn lichaam ook losgelaten wordt. We draaien ons om en richten onze aandacht naar de trainer. We zien hem voordoen ‘hoe het niet werkt’ en ‘wat de bedoeling is’. 

Ik glimlach en denk aan de keren dat ik zelf demonstreerde hoe een oprechte hug werkt. Ik denk: was hier niet nodig, bij ons ging ie prima!

“Op jezelf, en met de ander.” zegt hij. 

Die middag zit ik in De Pyramide, de centrale ontvangstruimte van dit trainingscentrum. We hebben nu theepauze. Ik zit in een kring met acht andere deelnemers en ik praat met een vrouw van mijn leeftijd. De jongeman die ik vanmorgen heb gehugd is de enige die niet met een ander in gesprek is. Hij zit stil en kijkt naar de grond voor zich, lang. Dan staat hij op en komt voor mij en mijn gesprekspartner staan. 

“Sorry dat ik inbreek”, zegt hij, “maar mag ik van één van jullie een knuffel?”. 

Ik schiet overeind, zet mijn beker op het tafeltje neer en ga voor hem staan. We openen onze armen en huggen elkaar. 

“Doe niet zo mal, jongen,” zeg ik, “Tuurlijk krijg je een knuffel.”

Ik sluit mijn ogen en richt de aandacht naar binnen in mijn lijf. Ik voel warm, verbonden. En in mijn hoofd hoor ik weer de stem van de trainer: op jezelf, en met de ander. 

A hug from Tony

Het is zaterdagmiddag en ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. In de verte zie ik een jongeman, licht grijze jas aan en een petje op. Hij heeft een grote glimlach. Komt naar me toe. Opent armen. 

“Yes, ofcourse we’ll hug!”, zegt hij. 

Ik open mijn armen en loop naar hem toe. Kom bij hem staan. En sla mijn armen om hem heen. Sluit mijn ogen. Aandacht naar binnen.

Ik ben aanwezig. Er is warm, zacht. Aandacht. 

“Have a nice day, Sir!”, zegt hij. “And a hug from Tony from Australia.”

Doen we altijd

Het is zaterdagmiddag en ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. In de verte zie ik een oudere man en oudere vrouw mijn kant op komen lopen. De man draagt een korte, lichtbruine winterjas en steunt bij iedere pas op een wandelstok. De vrouw heeft een lichtblauwe winterjas aan, heeft wit haar en een zwarte bril op. Ik schat ze allebei rond de zeventig. 

Nu ze op tien passen afstand van me is, krijg ik oogcontact met de vrouw. Ze kijkt omhoog naar de woorden die er op mijn Free Hugs bordje staan. En ze staat stil. Ik zie haar mond bewegen, maar kan niet horen wat ze zegt. De man zie ik nu ook mijn kant op kijken. Hij kijkt naar mijn bordje en begint te glimlachen. 

“Ja, natuurlijk!” hoor ik de vrouw zeggen.”Dat doen we dan!”

Ze kijkt snel naar links en naar rechts en steekt dan rustig de kruising over. 

“Zo te zien zijn ze niet zo happig.” zegt ze. 

“Jawel, hoor,” antwoord ik, “ik heb al zoveel knuffels gehad vandaag.”

Nu ze voor me staat, opent ze haar armen. Ik open mijn armen. We doen allebei een stapje naar voren en omhelsen elkaar. Ik sluit mijn ogen, breng de aandacht in mijn lichaam. Ik voel nu twee ellebogen tegen mijn flanken drukken en twee handen die op mijn schouders rusten. En dan zijn ze weer weg. Ik laat mijn armen ontspannen, open mijn ogen en doe een stapje naar achteren.

Ze vraagt me of ik hier vaker sta. Ik vertel dat ik hier regelmatig sta en dat dit mijn favoriete plekje is. Ze vertelt met dat ze uit Haarlem komen en hier ieder weekend.langslopen. En me nog niet eerder hadden gezien. Meestal passeren ze hier iets later. Ik vraag of ze ooit eerder van het verschijnsel Free Hugs hadden gehoord. 

“Ja, natuurlijk!”, zegt de vrouw. “En iedere keer dat we dit tegenkomen, halen we een knuffel, hoor. Doen we altijd.”

Hemeltje, wat een overvloed!

Ik sta op een Kerstmarkt in Den Haag. De kramen staan opgesteld langs de zijden van het grote plein. In het midden zijn een aantal picknicktafels neergezet.

Nu ik hier naast een picknicktafel sta, zie ik een groepje mensen mijn kant op komen. Eén van de vrouwen, ik schat haar een jaar of veertig, ziet me staan en glimlacht. Aan haar linkerhand heeft ze een jongetje van een jaar of drie. Om hen heen lopen een andere vrouw, een man en nog drie kinderen.

“Kijk,” zegt ze “bij die meneer kun je een knuffel krijgen.”

Ze houdt haar pas een beetje in, draait mijn richting op en kijkt naar de kinderen om haar heen. Het langste meisje, een jaar of zeven, kijkt me nu recht aan en staat even stil. Ze trekt haar hoofd een beetje tussen haar schouders en komt dan plots in beweging. Ze stapt recht op me af en opent haar armen. Met een glimlach op haar gezicht, komt ze tegen me aan staan. Haar hoofd komt op de hoogte van mijn buik. Ik buig mijn hoofd naar beneden en leg zachtjes mijn rechterhand op haar rug. 

“Mmmmm,” zeg ik, “dankjewel voor deze fijne knuffel.”
Ze laat me los en ik zie een jongen in beweging komen. Ik schat hem zes jaar. Hij glimlacht nu ook, opent zijn armen en komt tegen me aan staan. Zijn hoofd komt ter hoogte van mijn heupen. 

“O,” zeg ik, “jij ook bedankt voor jouw knuffel!”

Dan laat hij los en een jonger meisje staat al voor me. Schat haar een jaar of vier. Opent haar armen en legt deze rondom mijn bovenbenen. Mijn hand breng ik naar beneden, leg ik op haar rug en ik wrijf zachtjes heen en weer. Het jongetje dat aan de hand van de vrouw liep, staat naast me. Ook hij komt tegen me aan staan, omarmt mijn bovenbenen en ik wrijf hem zachtjes over de rug. 

“Och,” zeg ik, “wat fijn allemaal, die knuffels! Dank jullie wel!”

“Zijn jullie zover?” vraagt de vrouw, “Gaan jullie mee verder?”

Het oudste meisje kijkt de vrouw aan en knikt. Dan kijkt ze mij nog een keer aan en doet heel snel weer een stap naar mij toe. Opnieuw opent ze haar armen en omhelst me. En laat vlot weer los. Ook de zesjarige jongen volgt nu haar voorbeeld en geeft me een tweede hug. En laat vlot weer los. En het derde meisje van vier komt opnieuw tegen me aan staan. En de vierde geeft me ook opnieuw een knuffel. 

Ik denk: kinderen, hemeltje, wat een overvloed!