Jaren geleden op de Botermarkt

Een zaterdag en ik sta op de Grote Markt in Haarlem. Voor me zie ik marktkramen en mensen die aan het winkelen zijn. Er is een constante beweging om me heen, hier op mijn stekkie voor het VVV-kantoor. 

“Ik wil wel een Free Hug, meneer.” hoor ik opeens een stem achter me. 

Ik draai me om en kijk recht in het gezicht van een jongeman. Hij kijkt me met grote ogen aan van achter een montuurloze bril. Ik schat hem een jaar of dertig. Ik zie zijn korte, zwarte krullen en mijn aandacht wordt vooral getrokken naar zijn witte tanden en brede glimlach. 

“Wat leuk dat U nu hier staat.” zegt hij. “Ik ken U, ik heb U eerder hug gegeven, dat was toen bij de Botermarkt.”

Ik denk: de Botermarkt, daar sta zeker al twee jaar niet meer, ik zou echt niet weten wie je bent, jongeman, maar wat leuk!

Ik glimlach, open mijn armen. We omhelzen elkaar. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen, nieuwsgierig naar de sensaties in mijn lijf. Ik voel armen, die een gelijkmatige druk uitoefenen op mijn borstkas. En daarin een ontspannen aanwezigheid. En ik merk hoe de ander evenwichtig op eigen benen staat. We zijn samen en op dit moment, één. Ik voel nu de spanning in zijn armen afnemen en ze zakken naar beneden. En ik breng mijn armen weer naast mijn lichaam. 

Hij vertelt dat hij werkt voor de FNV. Werknemers die arbeidsrechtelijke vragen of problemen hebben, kunnen bij hem terecht.

“Hey,” zeg ik, “van de week zag ik een aankondiging, er komt een nieuw regiokantoor in Haarlem. Ik woon toevallig op honderd meter van die plek.”

Ik denk: dan kom ik iedere dag naar je toe, gaan we een hug uitwisselen op de hoek van de straat.

Ik glimlach bij de gedachte. 

“Ja,” zegt de jongeman, “klopt dat hier een vestiging geopend gaat worden, maar ik werk in Utrecht.”

Ik denk: wat jammer, maar gosh, dat je mij herinnerd hebt zeg, van zomaar een knuffel jaren geleden op de Botermarkt…..  

Tegen depressies

“Jaaaa!”, hoor ik een vrouwenstem achter me. “U staat er nog!”

Ik draai me om en kijk waar het geluid vandaan kwam. Op drie passen afstand zie ik een jonge vrouw staan. Ze is kleiner dan ik ben, heeft zwart krulletjeshaar en draagt een bril. Naast haar staat een jongeman. Ik schat ze beiden rond de twintig. 

“Ik zei net tegen mijn vriend, als die meneer er nog staat op de terugweg, dan ga ik een hug halen.”

“Wat leuk!” zeg ik. “Nou, kom maar hier dan.”

Ik open mijn armen, glimlach en kijk haar afwachtend aan. De jonge vrouw opent haar armen, glimlacht en doet drie pasjes naar voren. We omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen. Ervaar warmte en contact. Dan is er weer beweging in haar bovenlichaam en laat ze haar armen weer zakken. Ik laat mijn armen zakken en we doen allebei een pas achteruit. 

“Dit is niet de eerste keer dat je iemand op straat knuffelt.” zeg ik. “Klopt dat?!”

“Ik had het wel eens eerder gezien.” antwoordt ze. “In Dublin. We waren daar op vakantie. Bij de universiteit werd op het terrein een of ander onderzoek gedaan. Naar huidhonger. En daar stond een hele groep studenten hugs uit te delen. Toen ben ik daar ook een hug gaan halen.”

“En wat vindt je ervan?” vraag ik. 

“Het is zo belangrijk. Gewoon, af en toe een knuffel. Het schijnt dat je stemming er beter van wordt, en dat het helpt….. tegen depressies.”

Aan zijn trekken

Met een kratje aardappelen in zijn handen staat hij voor zijn marktkraam. De marktkoopman met grijze haren. Ik schat hem ongeveer een jaar of vijftig. Op zijn forse torso draagt hij meerdere lagen tshirts, truien en vesten. En een schort heeft hij voor zijn lijf. 

Een frisse zaterdag op de Grote Markt in Haarlem. En ik sta aan de andere kant van de weg met mijn bordjes Free Hugs hoog in de lucht gestoken. Zijn luide stem trok mijn aandacht zijn kant op. En nu ik naar hem kijk, houdt hij oogcontact met me en klinkt zijn zware stem nog luider. 

“Daar ken je hugs halen!” hoor ik. Ik zie op zijn gezicht een glimlach, ontspannen gelaatstrekken en een afwachtende blik. 

Ik denk: wat leuk, hij daagt me uit en verlangt een reactie. 

Naast hem staat een vrouw met een fiets. Ze kijkt mijn kant op, glimlacht en begint te schudden met haar hoofd. 

“En hij rolt je niet!”, zegt hij met harde stem. 

Ze draait haar lichaam nu richting haar stuur en zet zich met haar rechterbeen af. Terwijl ze opstapt en wegrijdt roept ze luid en duidelijk over het marktplein. 

“Die man met de hugs komt vast wel aan zijn trekken!” 

De brandweerman en het paard

Zaterdagmiddag, ik sta op de Grote Markt in Haarlem. De zon schijnt nu en bedekt de marktkramen en mensen met een glans. Mijn bordjes Free Hugs hoog in de lucht gestoken boven mijn hoofd.

In de verte zie ik een vrouw van een jaar of dertig heel langzaam aan komen lopen. Met een grote boodschappentas om haar linkerschouder, loopt aan haar rechterhand een klein meisje en aan haar linkerhand een kleine jongen. Ik schat ze beiden drie jaar oud. En nu ze dichterbij komen, is er duidelijk oogcontact. 

“Wil jij een knuffel van deze meneer?” hoor ik de vrouw vragen. 

Het drietal staat stil. De aandacht richt zich op het meisje. Haar schouders trekt ze een beetje omhoog, ik zie hoe ze haar hoofd subtiel schudt en een zich een klein beetje naar achteren beweegt. Dan is er plots beweging vanuit de andere hoek. Het jongetje doet een paar passen naar voren.

“Oooh,” zeg ik, “jij wilt wel een knuffel, zie ik! Nou, van harte welkom, jongen!”

Ik kniel en zet mijn recherknie op de grond. Ik open mijn armen. Het jongetje komt tegen mijn rechterschouder staan. Zijn kleine, magere lichaam verdwijnt diep in mijn borstkas. Ik sluit mijn ogen, ervaar warmte. Een fragiel lijfje dat stil tegen mij aan staat. Ontspannen en in rust. Tijdloos. Ik laat mijn armen weer ontspannen en breng mijn bovenlichaam weer naar achteren. Het jongetje blijft op dezelfde plek staan. 

“Wow” zeg ik, “wat een grote knuffel geef je mij, zeg, dankjewel!”

“Ik heb een brandweerman.” zegt hij. 

“En ik een paard!” roept het meisje nu. 

“Een paard?” zeg ik verrast. Ik laat even een stilte vallen, kijk theatraal om haar heen en zeg: “Maar uh…… ik zie helemaal geen paard!”

“In de tas!” zegt de kleine meid. 

“Laat maar even zien, als je wilt.” zegt de vrouw. 

Nu komt eerst de ene doos uit de boodschappentas. En dan de andere. Het jongetje laat me trots zijn Lego brandweerman zien. En het meisje toont me haar paard. 

“Nu we hier toch staan,” zegt de vrouw, “misschien kan die meneer helpen met jouw rits.”

Het kleine meisje komt vlak voor me staan. En ik pak haar ritssluiting, waar een randje van het stof tussen is geraakt. Hoe ik ook probeer, geen beweging in te krijgen. 

“Veel plezier vandaag. ” zeg ik als we even later afscheid nemen. “Veel plezier met de brandweerman en het paard!”