Je open stellen

Ik was acht of negen jaar oud en woonde in Amsterdam West. De wijk Slotermeer was een groene oase met veel parken en veldjes om lekker te spelen. Tijdens buitenspelen met kinderen uit de buurt passeerde af en toe Martin. Martin was een paar jaar ouder dan ik, een kop groter en woonde in een buurt verderop. Hij was anders, vreemd. Martin had een verstandelijke beperking, hij praatte raar en reageerde vaak agressief. De meeste kinderen waren bang voor hem, scholden hem uit en liepen voor hem weg. Maar ik niet, ik stapte naar voren en maakte een praatje met hem. Ergens was ik ook best een beetje bang, maar ik ontdekte door hem gewoon aan te spreken en een praatje mee te maken, dat hij aardig tegen me deed. En als hij weer eens langs onze straat kwam, riep hij al van verre mijn naam en zwaaide naar me. 

Op dit moment doe ik onderzoek naar ‘hoe mijn systeem werkt’. In het kader daarvan begin ik iedere dag met een setje intensieve lichaams- en meditatieoefeningen. Daarnaast zijn er schrijfopdrachten. Herinneringen, soms diep weggezakt, vormen het materiaal voor hernieuwde inzichten. Om tot een duurzaam antwoord te komen op de vraag ‘waarvoor ben ik hier?’. En om onbewuste kwaliteiten aan het licht te brengen, die bijdragen aan mijn visie en hoe ik die wil leven. 

In deze prille herinnering aan Martin, zie ik hoe ‘mijn systeem’ kennelijk gedreven wordt om gewoon contact te maken. Onafhankelijk van hoe anderen reageren, veroordelen en buitensluiten. Een gedrevenheid, die ook sterker is dan de spanning die het soms met zich meebrengt voor mijzelf.

Dit doet me denken aan een NLP-interventie, die ik als coach af en toe gebruik. Daarbij stel ik mensen de vraag: ben je bereid om een beetje angst toe te laten om daardoor meer verbinding te ervaren? En nog sterker roept de herinnering aan Martin de associatie bij me op met mijn eigen Free Hugs. De knuffels die ik zo graag aanbied en uitwissel op straat. Een uitnodiging aan willekeurige voorbijgangers om contact met me te maken. Om elkaar te ontmoeten in een omarming, zonder oordeel des persoons. 

Ik zal je bekennen, ik mis die Free Hugs activiteiten enorm. De tijd is er nu niet naar. Ik kijk uit naar nieuwe mogelijkheden, waarbij mijn intentie en kwaliteit dezelfde is, namelijk compassie zichtbaar maken op straat. Wanneer dat weer zal zijn en hoe dat eruit gaat zien, kan ik nu nog niet zeggen. Maar de eerste stappen worden nu gezet door het stellen van de vraag: ben je bereid je open te stellen, ook voor een nieuwe vorm?

Deze is voor jou!

‘Het schijnt ook dat je libido in deze periode minder wordt,’ zegt ze en grinnikt. ‘Merk ik hier wel, jullie ook?!’

Ik grinnik en denk: ja, herken ik, maar dat speelde hier al langer, is ook gewoon een kwestie van leeftijd, lieverd.

‘Bij ons komt het ook omdat iedereen weer thuis is….. Nou zeg, kijk nou wie binnenkomt!’

Ik kijk naar mijn mobiel en zie het beeld veranderen. De camera vliegt met één draai door de huiskamer heen en komt tot stilstand bij een lange jongeman. Ik herken Gerald, de oudste zoon van mijn vriendin. Eenentwintig is ie inmiddels. Succesvol atleet, die na korte periode in Duitsland, weer tijdelijk terug is in het ouderlijk huis.

‘Dit is Rick, ‘ hoor ik de stem van mijn vriendin, ‘hebben elkaar zo lang niet gesproken….’

Gerald gaat zitten op de bank en mijn vriendin houdt haar mobiel op hem gericht. We praten over hoe het ons vergaat in deze bijzondere tijd. Een welbespraakte, zelfverzekerde jongeman. Ik ben aangenaam verrast en verwonderd. In mijn beleving lijkt het pas gisteren dat ik met ze meeliep naar de basisschool.

Na een poosje zeggen Gerald en ik elkaar gedag en mijn vriendin draait haar mobiel weer naar zich toe. Het beeldscherm toont haar gezicht nu van dichterbij. Ik zie de huid op haar gezicht dezelfde tekenen vertonen, waar ik me ‘s ochtends in mijn eigen spiegel over verwonder…. meer en meer lieve, kleine rimpeltjes. 

‘O, wat is het fijn om je weer te zien en spreken, lieverd.’ zegt ze. 

Ik voel een brede glimlach op mijn gezicht. 

‘Ja, dat heb ik ook.’

‘Want hoe lang kennen we elkaar nu? We worden zevenenvijftig, negentien…. ehm, acht-en-dertig jaar?! Knuffelen gaat voorlopig niet, he… Maar we kunnen wel onszelf knuffelen en dan afscheid nemen! Audrey deed me dat laatst voor, kijk….’ 

Ik zie haar opstaan van de bank en een paar stappen naar voren doen. Vanaf haar knieen is ze nu in beeld. Ze kijkt me aan, slaat de armen om zich heen en begint langzaam heen en weer om haar as te draaien.

‘Dag, lieverd! Deze is voor jou!’

Hugs Online

Het is maandagochtend tien uur. Ik log in voor een bijeenkomst van het netwerk Bewust Haarlem. Vanmorgen is er samenkomst van een aantal leden. En daarbij zijn twee ondernemers gevraagd iets te vertellen over hun initiatieven sinds het uitbreken van de coronacrisis. 

In mijn scherm zie ik twaalf andere gezichten; de helft van hen zijn bekenden voor me. We starten met een voorstelrondje. Iedereen doet een update of ie met de werkzaamheden online actief is gebleven. Ik luister naar de ervaringen van een kindercoach, een creatieve therapeute en een Mindfulness trainer. Een hypnotherapeut vertelt dat hij nog in Spanje zit en ervoor gekozen heeft om vanuit daar te blijven werken, online. Ik vertel dat ik twee maanden geleden mijn groepen ben gestopt. Dat ik mijn cursisten en intervisieklanten online individuele gesprekken aanbied. En dat ik me vervolgens langzaam eigen heb gemaakt hoe ik online bijeenkomsten kan hosten. Daar waar ik eerst een huiver en aversie tegen had, besef ik nu dat het voorlopig een gangbaar medium zal gaan zijn. 

De eerste gastspreker die wat langer zijn ervaringen deelt is een winkel- en webshop eigenaar. Hij blijkt net vandaag exact één jaar geleden van start te zijn gegaan. En onlangs een nieuwe winkel in Utrecht te hebben geopend.

De tweede gastspreker vertelt hoe ze met haar opstellingenwerk en trainingen direct mogelijkheden is gaan zoeken om voor haar klanten en deelnemers beschikbaar te zijn. Haar drive was om in verbinding te blijven. En, vertelt ze eerlijk, eigenlijk zat er niet een specifiek plan achter hoe dat eruit zou komen te zien. Ze heeft inmiddels een webinar gehouden. En er zijn net online twee nieuwe trainingsgroepen gestart.

Aan het eind van het uur wordt mij gevraagd om nog iets te delen. Ter afronding bedank ik de sprekers en deelnemers voor de ideeen die ze hebben gedeeld. En dat, terwijl ik naar ze luisterde, er in mij allerlei nieuwe ideeen opborrelde.

Free Hugs uitdelen op straat past niet bij deze tijd, hoe spijtig ook. Wat blijft is dat we elkaar kunnen ontmoeten, online. Samen komen, verhalen en ervaringen uitwisselen en er voor elkaar zijn. Een luisterend oor, zonder oordelen, als een warm welkom. 

Dus, deze zondag start ik met Hugs Online. Een uurtje samen over wat ons bezighoudt. Dit mag van alles zijn. Hoe het nu met je is. En misschien hebben we elkaar al een poosje niet gezien of gesproken. Dan kunnen we bijkletsen. Of misschien hebben we nog geen gelegenheid gehad elkaar te ontmoeten, dan biedt dit een kans. En het mooie van uitwisselen in groepen is de herkenning en steun die we aantreffen bij elkaar. 

Hugs Online, omdat het kan, omdat het mag. 

Als je erbij wil zijn, stuur een appje naar 06-44425612 vóór zondag 09.15 uur. Dan stuur ik je de ID en password van de zoommeeting terug om in te loggen. 

Ik zie je graag! 

Na de voorstelling

Het is donderdagmiddag en ik zit in mijn werkkamer. Links van mij hangen lamellen, die het zonlicht filteren. Daarachter een zon, die uitbundig straalt. 

Ik denk: eens kijken of ik uit mijn geheugen een ontmoeting voor de geest kan halen, die indruk maakte. 

Nu is er een glimlach op mijn gezicht. In mijn herinnering zie ik mezelf staan op het Klokhuisplein in Haarlem. Boven mijn hoofd houd ik mijn bordjes Free Hugs omhoog. Op driehonderd meter van deze plek bevindt zich een filmhuis.

Vanuit de verte zie ik twee vrouwen rustig wandelend mijn kant op komen. De ene vrouw schat ik een jaar of zeventig. De andere rond de vijftig. Als de twee dames dichterbij zijn, open ik mijn armen en vraag of ze een knuffel willen. Ze houden hun vaart een beetje in en kijken elkaar aan. De oudste vrouw gaat overstag. Ze opent haar armen en we omarmen elkaar rustig en met aandacht. Dan voel ik haar schouders een paar keer lichtjes schokken. 

“Is alles goed met u, mevrouw?”

Opeens heeft ze een zakdoekje in haar linkerhand en dept haar ogen.

Ze zegt: “Ik kom net met mijn dochter uit de bioscoop. We hebben een film gezien en die was zo mooi. Hij was verdrietig, maar zo mooi. Ik ben er nog helemaal ontdaan van.”

De jongere vrouw doet een stapje dichterbij en opent haar armen. Ik doe mijn armen ook wijd open en we omhelzen elkaar. Dan laten we elkaar weer los en ze doet een stapje achteruit. 

“Weet je, lieverd”, zegt de vrouw tegen haar dochter, “ik zei net al tegen je dat ik het zo’n prachtige film vond, maar nu merk ik dat ik er nog helemaal ontdaan van ben. Laten we even wat gaan drinken.” 

We nemen afscheid van ze en wensen elkaar een fijne dag.

Een half uur later zit ik in een lunchroom aan hetzelfde plein. En opeens zie ik de twee vrouwen in de verte bij het raam zitten. Op twee stoelen naast elkaar, jassen over de rugleuning. Ik voel een neiging om even naar ze toe te lopen. Mijn oog valt op de arm van de dochter, die op de rugleuning van haar moeder rust. Haar open hand ligt losjes tegen diens schouderblad aan.

Ik denk: stoor ze maar niet, ze zijn al met elkaar in verbinding, prachtig, zo na de voorstelling. 
 

In herinnering, voor altijd

“Bent U familie?” vraagt de medewerkster van het rouwcentrum. 

“Ja,” zeg ik, “ze was mijn tante.”

Op gepaste afstand loopt de jonge vrouw voor me uit en leidt ons door een lange gang. Aan het einde ervan opent ze een deur en doet een grote stap naar achteren. Met haar vrije hand maakt ze een gebaar, waarmee ze ons uitnodigt om naar binnen te gaan. Ik loop de familiekamer in en zie in de verte slechts één persoon zitten: een kleine, oude Indische vrouw. Ze kijkt me aan en glimlacht. 

Ik denk: ben jij het, Sandra? Ik herken je amper, wat ben je mager geworden…. en grijs!

De vrouw staat op. Langzaam loop ik op haar af. Als ik op twee meter afstand van haar ben, brengt ze haar onderarmen omhoog en beweegt zich naar voren.

“Wat fijn dat jullie er zijn.” zegt ze zacht. 

“Hai, Sandra….” 

Ik kom dichterbij en leg mijn handen op haar bovenarmen. Ze keert me haar linkerwang toe en ik geef haar een kus. En een kus op de andere wang. Achter me hoor ik de stem van mijn partner. Ik versta niet wat hij zegt, maar weet dat hij ons erop wijst om afstand te bewaren. Ik beweeg me opzij en draai me om. Mijn partner blijft op afstand staan, glimlacht en maakt een buigende beweging. 

We gaan zitten en praten wat. Na minuut of vijf verontschuldig ik me en bezoek het toilet. Als ik terugkom zitten behalve Sandra nog drie mensen in de ruimte. Ik ken ze niet en enkel met woorden stellen we ons aan elkaar voor. Als ik Sandra passeer om weer te gaan zitten, maakt ze aanstalte om me weer te begroeten. 

Ik zeg: “Nee, dat hoeft niet, lieverd, we hebben elkaar net al gegroet.”

Ik denk: ben je het alweer vergeten? 

Iets later arriveert José in de familiekamer. Zij heeft vijfenveertig jaar naast mijn tante en oom gewoond. Sandra staat op en loopt naar haar toe. Ze brengt haar onderarmen omhoog en beweegt zich naar voren. José trekt in ene snel haar schouders op en deinst naar achteren. Sandra schrikt en verstijft. 

Beduusd zegt ze: “Ik wilde je alleen maar bedanken voor alle jaren van vriendschap en hoe je voor mijn lieve tante Erna hebt gezorgd….. “

Sinds ik werd gebeld en uitgenodigd denk ik continu: hoe dan? Hoe werkt een uitvaart als je afstand moet houden? We komen samen om afscheid te nemen, om ons verdriet te delen en elkaar tot steun te zijn. Ook letterlijk, fysiek. Hoe dan?

Tijdens de dienst brengen de woorden van de dominee en drie sprekers herinneringen aan onze lieve tante weer tot leven. Ze was drieennegentig en de laatste van haar generatie. Een kleine, bescheiden, opgewekte vrouw, die hield van babbelen. Zelf had ze geen kinderen, maar wel altijd belangstelling voor iedereen en één en al compassie.

Sandra is nu halverwege de zeventig. Petekind en al een leven lang tante’s steun en toeverlaat. Sandra’s man is een paar dagen geleden opgenomen in een verpleeghuis, dus hier zit ze nu, zonder partner. Sandra’s dochter Anneke, enig kind, heeft de organisatie op zich genomen. Deze lieve behulpzame vrouwen, voor wie de aanwezigheid van een netwerk nooit vanzelfsprekend was. Maximaal dertig mensen mochten uitnodigd worden. Twaalf daarvan hebben in de afgelopen dagen afgezegd, bang om risico te lopen. Gaat mijn beleving en herinnering aan deze uitvaart overschaduwd worden door angst en beperkingen?

De dienst is afgelopen en we staan buiten. Ik zie Sandra onze kant op komen. Ze loopt langzaam, neemt kleine stappen en oogt fragiel. Anneke loopt naast haar, houdt één hand op haar moeders rug en één bij haar onderarm. Als Sandra voor me staat, brengt ze haar onderarmen omhoog. Ik hoor de stemmen van Anneke en mijn partner, maar doe geen moeite om de woorden te verstaan. Ik til mijn armen op en onze handen vinden elkaar. Ik sluit haar handen in de mijne. 

“Ik vond het een hele mooie, waardige dienst. Dankjewel, Sandra. En jij ook, Anneke, dankjewel!” 

De medewerkster van het rouwcentrum komt bij ons staan en reikt me een goodybag aan. Helemaal in de geest van mijn lieve tante. Want niemand is ooit bij haar vertrokken met een lege maag of een droge mond.

Zo nemen we nu afscheid. Ook van neef Barry en zijn vrouw, die ik zeker vijftien jaar niet heb gezien. We praten nog wat op de parkeerplaats. Op gepaste afstand van elkaar, geen handen schudden, niets. Later dit jaar hopen we elkaar weer te zien. Dan is er opnieuw een herdenking. Maar dan zoals tante het had gewenst en besproken. Met een koor, met lekkere broodjes. En met spekkoek. 

Dag tante Erna. Zo lief. In herinnering, voor altijd.   

Long-distance hug

Zaterdagochtend, vroeg. Ik doe een ademmeditatie, zet koffie en maak mijn ontbijt klaar. Als ik de krant uit de brievenbus haal, vind ik daarnaast een enveloppe waar mijn naam op staat. In de enveloppe zit een kaart. Ik open de kaart en er is een glimlach op mijn gezicht. Mijn hart klopt, warm. 

Later maak mijn partner wakker.  

“Als je straks beneden de krant gaat lezen, daar ligt iets naast. Een cadeautje dat ik heb gehad. Zo lief!”

“Hmmmm,” mompelt hij slaperig, “…..wat dan?!”

“Het ligt naast de krant.” zeg ik. “Het is heel groot.”

Enige tijd geleden heb ik een visitekaartje ontworpen samen met een grafische vormgever. Een inspirerende en creatieve vrouw uit Tilburg. Het resultaat ligt hier op de plank in mijn studeerkamer. De productie vraagt een behoorlijke financiele investering en daar heb ik nu het geld niet voor. Voortbordurend op onze ideeen, heeft ze het met haar creativiteit een nieuw leven gegeven. 

“Wat mooi!” zegt mijn partner. “Die moet je naar Bernard sturen. En naar Marco. En eentje voor Inge, voor Dolly en Mieneke, en……”

Ik luister en hoor zijn enthousiasme. Ik denk: als ik het geld had zou ik wel honderd van deze kaarten van haar kopen. 

Ik ben stil en ga met mijn aandacht naar binnen. 

“Weet je,” zeg ik, “dat ik de Free Hugs uitdelen echt wel begin te missen nu….” 

“En met lange armen of zo, dat werkt niet, he.” zegt mijn partner. “Kun je niet iets anders doen, bijvoorbeeld alleen oogcontact maken. In stilte.”

“Ja, dat ken ik, dat bestaat al lang. Kun je je dat niet herinneren, dat ik een keer heb meegedaan op De Grote Markt? Zittend op een yogamatje, twee meditatiekussentjes tegenover elkaar. Dan nodig je mensen uit te gaan zitten en in stilte oogcontact met je te maken, prachtig! Wat er dan kan ontstaan. Ken je dat bekende filmpje niet, van die Russische performing artist… kunstenares?”

Ik vertel….. en terwijl ik vertel, schieten opeens de tranen in mijn ogen. Mijn woorden stokken en ik huil. Ik voel kwetsbaarheid in mijn hart. 

Ik denk: het klopt, ontmoeten en ontroeren kan ook op afstand. 

Nabij

Het is dinsdag, ik heb zojuist online een teamvergadering afgesloten en het is tijd om te gaan lunchen. Ik loop mijn studeerkamer uit en met twee passen sta ik voor de studeerkamer van mijn partner.   

“Je raadt het nooit,” zeg ik tegen hem, “twee van mijn collega’s melden zich ziek. Allebei hebben ze pijn in de borst met ademhalen…..”

Mijn partner kijkt me verschrikt aan. Hij wendt zijn gezicht af, kijkt voor zich uit en is stil. 

“Ik ga Eline bellen.” zegt hij. “En ik ga haar vertellen dat ik tot de risicogroep behoor, dat mijn partner in de zorg werkt waar nu zieken zijn en dat ik de komende twee weken thuis wil blijven. Dan werk ik wel vanuit hier.”

Ik hoor de toon van zijn stem; die klinkt vlak en gespannen. Ik kijk hem aan, leun met mijn schouder tegen de deurpost en ontspan. 

“Nee, lieverd. Dit is een reactie vanuit angst. Gaan we niet doen. Tuurlijk schrikken we hiervan. En ja, ik wordt ook geraakt in mijn angst hierdoor. Maar er is nog niets vastgesteld en gediagnosticeerd. En we gaan niet reageren vanuit angst. Maar vanuit ‘wat is wijs’…..”

We zijn allebei stil. Er gaan veel gedachten door me heen. Twee collega’s van de vier, dat is direct de helft van ons team. Hoe gaan we dit doen met de bezetting komende week? Tuurlijk ga ik inspringen. Red ik dit? Ik slik en voel ook ‘iets schrapen’. Wordt ik nu ook ziek?  

Een paar minuten later staan mijn partner en ik beneden in de keuken. Ik loop naar de la en haal twee crackers uit het blik. Ik doe de ijskast open en pak de komijnenkaas. Ik draai me om en zie hem bij de tuindeuren staan. Hij heeft zijn handen in zijn broekzakken gestoken, is stil en kijkt naar buiten. 

Ik denk: wees stil, wees wijs en wees nabij. 

Ik loop op hem af en open mijn armen. Met handen in zijn broekzakken duwt hij beide ellebogen naar buiten. Ik steek mijn armen door zijn armen en sla ze om zijn rug. Ik omarm en houd hem goed vast. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen. Ik voel een mager lichaam stevig tegen mijn bovenlijf aangedrukt. En ik voel spanning in zijn spieren. We zijn samen. We zijn stil. We zijn nabij.

Alleen nog mijn sokken

De telefoon gaat over. Meer dan vijf keer. Ik wacht geduldig. 

“Goedemorgen, met Rick hier! Hoe is ‘t met je, José?”

“O, hallo!” zegt ze. Haar stem klinkt iets sneller en hoger dan normaal. Ze klinkt oprecht verrast. 

Vierentachtig is ze nu. Weduwe, en woont verderop bij ons in de wijk. José’s dochter woont op een kwartiertje rijden; haar auto zie ik regelmatig geparkeerd staan langs de stoep. José heeft ook een zoon, weet ik. Maar daar is ze al heel lang gebrouilleerd mee. Ze hebben elkaar al tientallen jaren niet gezien.

In onze buurt is er zichtbaar meer contact deze weken. Op straat staan mensen stil om een praatje met elkaar te maken. En via de buurtapp wordt er geregeld gecommuniceerd. Ik las: ‘ik ga morgen naar de Botermarkt in Haarlem, heeft iemand nog iets nodig?’ en ‘wie heeft nog een hometrainer staan die ik tijdelijk mag gebruiken?’. Ook vragen als ‘onze kinderen willen een boot knutselen, wie heeft plastic flessen over?’ En we betrekken ook onze alleenstaande senioren. Zoals mijn telefoontje nu, op deze dinsdagochtend om half tien. 

“Bel ik wel gelegen, José?” vraag ik. 

“Ja, hoor!” antwoordt ze. “Ik was al vroeg op…”

José gaf aan dat ze het fijn vindt om af en toe te worden opgebeld. Ze vertelt me dat ze het wel stil vindt in huis. En de aanloop van haar vriendinnen mist. En als ze mensen tegenkomt op straat, houdt ze de anderhalve meter afstand nauwgezet in de gaten. Ze zegt het niet expliciet, maar ik merk dat ze ook bang is. 

We praten een beetje over koetjes en kalfjes. Ik vertel haar dat wij gisterenavond weer in de voortuin hebben gegeten. Die ligt op het westen en vangt na vier uur volop de zon.

“Als je wilt, kunnen we een stoeltje voor je neerzetten en schuif je even aan. Op gepaste afstand van onze tuinbankjes.” stel ik haar gerust. 

“Wat een lief aanbod, ik zal het onthouden.”

“Ennuh.. o ja, waarom ik ook bel. Ik ga vanmiddag sowieso even naar de supermarkt. Als je straks iets te binnen schiet dat ik mee kan nemen voor je, laat het maar weten.”

“Wat lief van je.” zegt ze. “Ik heb nu niets nodig, dank je. Ik ga es naar beneden. Ik heb me al aangekleed. Zat net op de rand van mijn bed, hoef alleen nog mijn sokken aan te doen…. ” 

Geen seconde zonder

Ik werk deels in de zorg. Daar zijn de werkzaamheden aangepast in deze bijzondere tijden. Van de twintig bewoners die we begeleiden, kom ik slechts nog maar bij één binnen voor een huisbezoek. Voor de rest ben ik veel aan het bellen, appen en mailen. En we werken niet met twee medewerkers vanuit ons Steunpunt, maar alleen.  

Het is dinsdagavond zeven uur. Ik ben vanmorgen wat eerder begonnen. Na een drukke ochtend en middag is de vooravond nu rustig. Ik ga wat eerder naar huis. 

Ik loop naar de bushalte en mijn gedachten gaan naar bewoonster T., die zich nu zeer goed lijkt te hebben aangepast aan het nieuwe ritme. Voor deze tweeenvijftig jarige vrouw, licht verstandelijk beperkt en met een zwaar autistische gedragsstoornis, een wonderbaarlijke ontwikkeling. 

En ik denk terug aan mijn zeven telefoongesprekken met andere bewoonster T. Een drieendertigjarige, mondige Amsterdamse, die op straat gesprekken aangaat met groepjes hangjongeren of senioren. En steeds in verbaal agressieve situaties terechtkomt, omdat ze zich onrechtvaardig bejegend voelt. Licht verstandelijk beperkt, kan alleen impulsief reageren en bezit een minimaal vermogen tot zelfreflectie. 

Nu bij de bushalte aankom, lees ik een appje van een buurvrouw die verderop woont in mijn wijk. Ik ken haar persoonlijk niet zo goed en wat blijkt: ik heb van haar een presentje gekregen. Zomaar, omdat ik werk in de zorg. Ze stond om zes uur voor de deur, mijn partner was thuis en nam het in ontvangst. Hij bood haar een bosje bloemen aan, welke ze afsloeg. Ze appte me: Graag gedaan, lieve Rick. Jij doet jouw werk. Daar sta je niet zo bij stil. Alleen staat de wereld er nu bij stil hoe belangrijk jullie zijn. Ik werk voor het grootste advocatenkantoor van Nederland en besef: wij kunnen wel een tijdje zonder advocaten maar geen seconde zonder jullie!

Voldaan en moe, sta ik hier nu op de bushalte. Mijn lijf trilt, ik sta half te janken en merk: ik ben geraakt….

Op afstand samen

Mijn bordjes Free Hugs liggen op mijn werkkamer op de plank. Voorlopig houd ik ze binnen. In deze periode ontwikkelen we andere activiteiten waarbij verbondenheid een vorm krijgt. 

‘s Ochtends mediteer ik. Sinds een paar weken doe ik de begeleide meditatie ‘Aanvaarden en Vergeven’. Dit is een actieve meditatie, waarin ik een uur verbonden ademhaal. 

Het is dinsdagochtend en ik zit op de bank in onze woonkamer, in kleermakerzit. Ik heb een dekentje over mijn benen gelegd. Ik kijk naar het scherm van de laptop, die voor me op een tafeltje staat. In beeld zie ik de gezichten en schouders van zeven anderen. Op dit vroege uur klinken de paar woorden die we uitwisselen nog wat slaperig en ieder beweegt wat om zijn of haar houding te vinden. 

‘Als iedereen zover is, dan start ik het bandje.’ zegt Jonas die deze meeting heeft georganiseerd. 

Nu hoor ik de muziek, electronische klanken. ‘Zit ontspannen en maak het je makkelijk…’ zegt een mannenstem. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen. 

Een uur later en ik ben een ervaring rijker. Ik strek mijn armen. Naar de zijkanten en dan omhoog. Verfrist open ik mijn ogen. En zie op het beeldscherm hoe de een na de ander zich nog even uitrekt. 

‘Ik vond het fijn om het samen te doen’, zegt Mike. ‘Het helpt me om de regelmaat erin te houden.’

‘Ik vond het weer een bijzondere meditatie,’ zegt Lisette. ‘Maar ik heb het niet nodig voor mijn dagelijkse discipline om zo online af te spreken. Binnen mijn dagritme is het eigenlijk te vroeg, dus ik ga het bij deze ene keer laten.’

‘Ik vond het heel fijn.’ zegt Ymke. ‘Ook om het samen te doen, toch fijn om jullie even te zien en me zo verbonden te voelen. Ik zou het bijvoorbeeld wel iedere week een keer willen doen.’

‘Ik heb het nu via mijn mobiel gedaan,’ zegt Lorette ‘maar het geluid viel steeds weg, dus ik heb op gegeven moment mijn eigen bandje gestart en daar naar geluisterd. Dus heb soort van parallel met jullie samen meegedaan. Volgende keer haal ik dus echt mijn laptop hierbij tevoorschijn.’ 

Ik zeg: ‘Ik vind het fijn om jullie nu weer even te zien. Voor de meditatie en continuiteit daarin, heb ik deze afspraak niet nodig, maar vind het leuk om jullie stemmen weer even te horen en me zo verbonden te voelen. En ik wil volgende week best wel weer afspreken en meedoen.’ 

‘Ik vond het lastig om erin te komen,’ zegt Mirjam, ‘mijn kinderen liepen hier rond, dus ik zat me van alles te bedenken, ik kwam er niet zo in, het is nogal druk in mijn hoofd..’. 

We nemen afscheid van elkaar. Ik zie acht paar handen een namasté gebaar maken en lichte buiging naar voren maken.

Fijne dag!