Breng de aandacht naar binnen

Vorige week donderdag vertrok ik heel vroeg naar de bossen bij Hilversum. Daar nam ik deel aan een training. Vier dagen bevond ik me als het ware in een afgeschermde bubbel. Nieuws drong minimaal binnen.

Zondagmiddag om half zes werd ik opgehaald. We wilden ergens wat gaan eten. De radio stond aan en ik hoorde dat met ingang van zes uur alle horeca dicht ging. Ik kwam thuis in een compleet veranderde wereld. 

Voor dinsdag stond een verre reis gepland. Ik zou weer naar Indonesie vliegen. Maar al vlot besloot ik dat ik dit niet ging doen. Ik ben in Nederland gebleven en weer aan het werk gegaan. 

Free Hugs uitdelen op straat is nu niet verstandig. Twee weken geleden was bij mij de ernst van de situatie nog niet goed doorgedrongen. En nu is dit wel het geval. Mijn voorraad aan verhaaltjes leg ik voorlopig op de plank.

In het nieuws van eergisteren werd veel aandacht besteed aan tal van initiatieven en acties die mensen met en voor elkaar doen. Het laat zien hoe wij deugen als mensen onder dit soort bijzondere omstandigheden. Hartverwarmend. 

Voorwaarde om dit te kunnen – blijven – doen is te beginnen met de goede zorg voor jezelf en je lijf. De aandacht voor een uitgerust lichaam, voldoende beweging en gezonde voeding. En de bijbehorende mindset. Van duurzaam omspringen met je mogelijkheden. 

In de komende weken wil ik hier aandacht aan besteden. Nog geen idee hoe, de tijd zal het laten zien. Hierbij is mijn koers vastgesteld, allereerst breng ik de aandacht naar binnen. Net zoals ik dat met Free Hugs ook altijd doe. En pas dan kan ik openhartig uitwisselen. En jou werkelijk ontmoeten.  

Helemaal 2020

Ik sta op de Grote Markt, het is zaterdag rond het middaguur, mijn bordjes Free Hugs in mijn rechterhand omhoog gestoken. De zon schijnt weer en ik heb mijn zonnebril op. Het is druk om mij heen. 

Een man van een jaar of zestig loopt langs. Een vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd loopt naast hem. Ik hoor hem zeggen: ‘Gratis knuffels…. , mag je kiezen met of zonder Corona!’

Tien minuten geleden stond ik op het Klokhuisplein en daar passeerde een vrouw met kinderwagen. Ze keek me aan, lachte met een gespannen gezicht en zei: ‘Not in this Corona age, you’re not likely… ‘

Een man van een jaar of veertig: ‘En dan Corona krijgen zeker?!’

Vandaag hoor ik het woord ‘Corona’ meerdere keren om me heen. Het weerhoud me niet om hier nu te staan. En te genieten. Daarnaast ontvang ik net zoveel hugs als anders.

Nadat ik vier jonge vrouwen uit de Philippijnen gedag heb gezegd, lopen een paar mensen langs me heen. En opeens, temidden van dit groepje, zie ik een jonge vrouw met lang blond haar een gebaar maken. Ze richt haar handen mijn kant op en er komt voor het eerst een hartje handen voorbij…. zo ‘helemaal 2020’.

Vluchtige knuffels en een houtgreep

Ik sta op de Grote Markt, het is zaterdagmiddag. Ik zie marktkraampjes en winkelende mensen om me heen. Vanuit de Barteljorisstraat wandelen vier mensen in een rustig tempo. Een man en vrouw van een jaar of veertig, beiden zwart kort haar. En rondom hen lopen een jongen en meisje, allebei ongeveer tien jaar oud. Ook beiden zwart haar. 

Het meisje ziet me als eerste. Ze brengt haar mobiel omhoog en richt deze mijn kant op. De jongen ziet dit en lacht. Ook de man en vrouw kijken nu en glimlachen. Het meisje zegt iets tegen de vrouw en nu lachen ze allemaal. De mobiel is nog steeds mijn kant op gericht. Ik draai mijn lichaam een beetje, kijk ze recht aan en open mijn armen. 

‘Do you want a Free Hug?’ roep ik.

Ze blijven me aankijken en glimlachen. Ik houd mijn armen uitgestrekt en open. En wacht af. Even is er geen beweging, dan lopen ze langzaam naar me toe.

Opeens versnelt het meisje haar pas en komt voor me staan. Ze opent haar armen en we omhelzen elkaar. Ik doe mijn ogen dicht en breng de aandacht naar mijn lichaam. Ik voel een zachte druk rond mijn middel van twee armen. En ze zijn alweer weg…. weg knuffel. Ik laat mijn armen ook zakken. 

Ik open mijn ogen weer en zie dat de anderen nu om ons heen staan. Ze glimlachen nog steeds. Ik richt mijn gezicht en armen naar de vrouw. 

‘Do you wanna a hug too?’ vraag ik. 

De vrouw komt voor me staan en we omhelzen elkaar. Er is een vluchtige knuffel. En we laten elkaar weer los. 

Ik kijk de jongen aan en richt mijn armen geopend naar hem. Weer een knuffel, vluchtig. 

De man tenslotte draait zich een kwartslag om en komt naast me staan. Hij brengt zijn rechterarm rond mijn nek. Hij lacht en beweegt nu enthousiast en klemt zijn arm krachtig en onhandig rond mijn nek. Er ontstaat een soort van houtgreep. In een vloeiende beweging zorg ik voor wat meer ruimte rondom mijn nek. De man laat zijn arm iets naar beneden zakken. En ik zie tegelijkertijd dat het meisje haar mobiel weer omhoog gebracht heeft. 

‘Do you want to make a close up?’ vraag ik.

We staan nu naast elkaar met onze armen om elkaars schouder. En ik houd mijn bordje Free Hugs voor mijn borstkas richting de camera. 

Als de foto genomen is, komt het meisje weer in beweging en laat de mobiel zakken. Ze knikt haar hoofd een beetje. 

‘Thank you!’ zeggen we over en weer. ‘Have a nice day!’

Jaren geleden op de Botermarkt

Een zaterdag en ik sta op de Grote Markt in Haarlem. Voor me zie ik marktkramen en mensen die aan het winkelen zijn. Er is een constante beweging om me heen, hier op mijn stekkie voor het VVV-kantoor. 

“Ik wil wel een Free Hug, meneer.” hoor ik opeens een stem achter me. 

Ik draai me om en kijk recht in het gezicht van een jongeman. Hij kijkt me met grote ogen aan van achter een montuurloze bril. Ik schat hem een jaar of dertig. Ik zie zijn korte, zwarte krullen en mijn aandacht wordt vooral getrokken naar zijn witte tanden en brede glimlach. 

“Wat leuk dat U nu hier staat.” zegt hij. “Ik ken U, ik heb U eerder hug gegeven, dat was toen bij de Botermarkt.”

Ik denk: de Botermarkt, daar sta zeker al twee jaar niet meer, ik zou echt niet weten wie je bent, jongeman, maar wat leuk!

Ik glimlach, open mijn armen. We omhelzen elkaar. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen, nieuwsgierig naar de sensaties in mijn lijf. Ik voel armen, die een gelijkmatige druk uitoefenen op mijn borstkas. En daarin een ontspannen aanwezigheid. En ik merk hoe de ander evenwichtig op eigen benen staat. We zijn samen en op dit moment, één. Ik voel nu de spanning in zijn armen afnemen en ze zakken naar beneden. En ik breng mijn armen weer naast mijn lichaam. 

Hij vertelt dat hij werkt voor de FNV. Werknemers die arbeidsrechtelijke vragen of problemen hebben, kunnen bij hem terecht.

“Hey,” zeg ik, “van de week zag ik een aankondiging, er komt een nieuw regiokantoor in Haarlem. Ik woon toevallig op honderd meter van die plek.”

Ik denk: dan kom ik iedere dag naar je toe, gaan we een hug uitwisselen op de hoek van de straat.

Ik glimlach bij de gedachte. 

“Ja,” zegt de jongeman, “klopt dat hier een vestiging geopend gaat worden, maar ik werk in Utrecht.”

Ik denk: wat jammer, maar gosh, dat je mij herinnerd hebt zeg, van zomaar een knuffel jaren geleden op de Botermarkt…..  

Tegen depressies

“Jaaaa!”, hoor ik een vrouwenstem achter me. “U staat er nog!”

Ik draai me om en kijk waar het geluid vandaan kwam. Op drie passen afstand zie ik een jonge vrouw staan. Ze is kleiner dan ik ben, heeft zwart krulletjeshaar en draagt een bril. Naast haar staat een jongeman. Ik schat ze beiden rond de twintig. 

“Ik zei net tegen mijn vriend, als die meneer er nog staat op de terugweg, dan ga ik een hug halen.”

“Wat leuk!” zeg ik. “Nou, kom maar hier dan.”

Ik open mijn armen, glimlach en kijk haar afwachtend aan. De jonge vrouw opent haar armen, glimlacht en doet drie pasjes naar voren. We omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen. Ervaar warmte en contact. Dan is er weer beweging in haar bovenlichaam en laat ze haar armen weer zakken. Ik laat mijn armen zakken en we doen allebei een pas achteruit. 

“Dit is niet de eerste keer dat je iemand op straat knuffelt.” zeg ik. “Klopt dat?!”

“Ik had het wel eens eerder gezien.” antwoordt ze. “In Dublin. We waren daar op vakantie. Bij de universiteit werd op het terrein een of ander onderzoek gedaan. Naar huidhonger. En daar stond een hele groep studenten hugs uit te delen. Toen ben ik daar ook een hug gaan halen.”

“En wat vindt je ervan?” vraag ik. 

“Het is zo belangrijk. Gewoon, af en toe een knuffel. Het schijnt dat je stemming er beter van wordt, en dat het helpt….. tegen depressies.”

Aan zijn trekken

Met een kratje aardappelen in zijn handen staat hij voor zijn marktkraam. De marktkoopman met grijze haren. Ik schat hem ongeveer een jaar of vijftig. Op zijn forse torso draagt hij meerdere lagen tshirts, truien en vesten. En een schort heeft hij voor zijn lijf. 

Een frisse zaterdag op de Grote Markt in Haarlem. En ik sta aan de andere kant van de weg met mijn bordjes Free Hugs hoog in de lucht gestoken. Zijn luide stem trok mijn aandacht zijn kant op. En nu ik naar hem kijk, houdt hij oogcontact met me en klinkt zijn zware stem nog luider. 

“Daar ken je hugs halen!” hoor ik. Ik zie op zijn gezicht een glimlach, ontspannen gelaatstrekken en een afwachtende blik. 

Ik denk: wat leuk, hij daagt me uit en verlangt een reactie. 

Naast hem staat een vrouw met een fiets. Ze kijkt mijn kant op, glimlacht en begint te schudden met haar hoofd. 

“En hij rolt je niet!”, zegt hij met harde stem. 

Ze draait haar lichaam nu richting haar stuur en zet zich met haar rechterbeen af. Terwijl ze opstapt en wegrijdt roept ze luid en duidelijk over het marktplein. 

“Die man met de hugs komt vast wel aan zijn trekken!” 

De brandweerman en het paard

Zaterdagmiddag, ik sta op de Grote Markt in Haarlem. De zon schijnt nu en bedekt de marktkramen en mensen met een glans. Mijn bordjes Free Hugs hoog in de lucht gestoken boven mijn hoofd.

In de verte zie ik een vrouw van een jaar of dertig heel langzaam aan komen lopen. Met een grote boodschappentas om haar linkerschouder, loopt aan haar rechterhand een klein meisje en aan haar linkerhand een kleine jongen. Ik schat ze beiden drie jaar oud. En nu ze dichterbij komen, is er duidelijk oogcontact. 

“Wil jij een knuffel van deze meneer?” hoor ik de vrouw vragen. 

Het drietal staat stil. De aandacht richt zich op het meisje. Haar schouders trekt ze een beetje omhoog, ik zie hoe ze haar hoofd subtiel schudt en een zich een klein beetje naar achteren beweegt. Dan is er plots beweging vanuit de andere hoek. Het jongetje doet een paar passen naar voren.

“Oooh,” zeg ik, “jij wilt wel een knuffel, zie ik! Nou, van harte welkom, jongen!”

Ik kniel en zet mijn recherknie op de grond. Ik open mijn armen. Het jongetje komt tegen mijn rechterschouder staan. Zijn kleine, magere lichaam verdwijnt diep in mijn borstkas. Ik sluit mijn ogen, ervaar warmte. Een fragiel lijfje dat stil tegen mij aan staat. Ontspannen en in rust. Tijdloos. Ik laat mijn armen weer ontspannen en breng mijn bovenlichaam weer naar achteren. Het jongetje blijft op dezelfde plek staan. 

“Wow” zeg ik, “wat een grote knuffel geef je mij, zeg, dankjewel!”

“Ik heb een brandweerman.” zegt hij. 

“En ik een paard!” roept het meisje nu. 

“Een paard?” zeg ik verrast. Ik laat even een stilte vallen, kijk theatraal om haar heen en zeg: “Maar uh…… ik zie helemaal geen paard!”

“In de tas!” zegt de kleine meid. 

“Laat maar even zien, als je wilt.” zegt de vrouw. 

Nu komt eerst de ene doos uit de boodschappentas. En dan de andere. Het jongetje laat me trots zijn Lego brandweerman zien. En het meisje toont me haar paard. 

“Nu we hier toch staan,” zegt de vrouw, “misschien kan die meneer helpen met jouw rits.”

Het kleine meisje komt vlak voor me staan. En ik pak haar ritssluiting, waar een randje van het stof tussen is geraakt. Hoe ik ook probeer, geen beweging in te krijgen. 

“Veel plezier vandaag. ” zeg ik als we even later afscheid nemen. “Veel plezier met de brandweerman en het paard!”

Schoon

Het is een zaterdagmiddag en ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. Het is fris, er schijnt een waterig zonnetje. Ik heb handschoenen aan en houdt in mijn rechterhand mijn bordjes Free Hugs omhoog. 

In de verte zie ik twee jonge vrouwen mijn kant op komen lopen. De ene draagt een zwarte jas, die tot haar knieen reikt. Daarboven zie ik een sjaal met een diversiteit aan kleuren. En zonnebril. De andere een lichtbruine jas met witte sjaal en  handschoenen. Een zwarte labrador loopt energiek om hen heen. 

Nu ze dichter bij me zijn, kijkt de vrouw met zwarte jas naar mijn bordjes. Ze glimlacht. En met nog tien passen te gaan, veranderd haar manier van lopen. Theatraal vertraagt ze haar bewegingen en – alsof ze stilletjes sluipt – stapt ze pasje voor pasje naar me toe. Ik kijk vol verwondering en glimlach breed. 

Een laatste theatrale pas. Nu staat ze vlak voor me. Zowel de vrouw als ik hebben een brede glimlach op ons gezicht. Ze strekt zich recht op, opent haar armen en staat krachtig voor me. Ik open mijn armen. 

“Goedemiddag!” zeg ik. “Je bent van harte welkom!”

We omarmen elkaar. Ik ben stil en ga met mijn aandacht naar binnen. Ik voel een duidelijke aanwezigheid van een ander lichaam tegen mij aan. Ik ervaar warmte, plezier en verbinding. 

Nadat we elkaar weer losgelaten hebben, hoor ik de zalvende tongval van het Vlaams. 

“Wa’ schoon da ge dit doe!”

Op jezelf, en met de ander

Het is vrijdagochtend en ik ben in de bossen bij Hilversum. Ik sta met vijftien deelnemers in een trainingszaal. Het is de eerste dag van een leiderschapstraining lichaamswerk, een intensief traject van een half jaar.

Nadat we onze lichamen hebben losgemaakt door te dansen op wat stevige muzieknummers, ronden we af en worden we uitgenodigd om de dichtsbijzijnde andere deelnemer te begroeten, middels een omarming. 

Op vijf passen voor me staat een jongeman met een kaalgeschoren hoofd en volle baard. Ik maak mijn gezicht zacht, til mijn wenkbrauwen op en geef met mijn hoofd een knikje zijn richting op. Hij glimlacht en komt op me af. Ik loop een paar passen naar hem toe en we staan voor elkaar stil. We spreiden onze armen en omarmen elkaar. Ik sluit mijn ogen, voel in mijn lijf. Ik voel stevig, warm, verbonden. 

“Let even op hoe je staat.” zegt de trainer met duidelijk, instruerende stem. “Kijk even.”

Ik laat los. En voel dat mijn lichaam ook losgelaten wordt. We draaien ons om en richten onze aandacht naar de trainer. We zien hem voordoen ‘hoe het niet werkt’ en ‘wat de bedoeling is’. 

Ik glimlach en denk aan de keren dat ik zelf demonstreerde hoe een oprechte hug werkt. Ik denk: was hier niet nodig, bij ons ging ie prima!

“Op jezelf, en met de ander.” zegt hij. 

Die middag zit ik in De Pyramide, de centrale ontvangstruimte van dit trainingscentrum. We hebben nu theepauze. Ik zit in een kring met acht andere deelnemers en ik praat met een vrouw van mijn leeftijd. De jongeman die ik vanmorgen heb gehugd is de enige die niet met een ander in gesprek is. Hij zit stil en kijkt naar de grond voor zich, lang. Dan staat hij op en komt voor mij en mijn gesprekspartner staan. 

“Sorry dat ik inbreek”, zegt hij, “maar mag ik van één van jullie een knuffel?”. 

Ik schiet overeind, zet mijn beker op het tafeltje neer en ga voor hem staan. We openen onze armen en huggen elkaar. 

“Doe niet zo mal, jongen,” zeg ik, “Tuurlijk krijg je een knuffel.”

Ik sluit mijn ogen en richt de aandacht naar binnen in mijn lijf. Ik voel warm, verbonden. En in mijn hoofd hoor ik weer de stem van de trainer: op jezelf, en met de ander. 

A hug from Tony

Het is zaterdagmiddag en ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. In de verte zie ik een jongeman, licht grijze jas aan en een petje op. Hij heeft een grote glimlach. Komt naar me toe. Opent armen. 

“Yes, ofcourse we’ll hug!”, zegt hij. 

Ik open mijn armen en loop naar hem toe. Kom bij hem staan. En sla mijn armen om hem heen. Sluit mijn ogen. Aandacht naar binnen.

Ik ben aanwezig. Er is warm, zacht. Aandacht. 

“Have a nice day, Sir!”, zegt hij. “And a hug from Tony from Australia.”