Meet a stranger

Zondagmiddag op het Klokhuisplein in Haarlem. Ik sta op het plein en heb mijn Free Hugs bordjes omhoog gestoken in mijn rechterhand. 

Vanuit de verte zie ik een oudere man en vrouw mijn kant op komen lopen. Ik schat ze halverwege de zestig. Allebei dragen ze een regenjas, die van voren geopend is. Hij heeft een paraplu in handen en zij een foldertje. 

Nu ze dichterbij zijn lopen ze in een rustig, slenterend tempo. De vrouw kijkt me aan en blijft staren. Haar gezicht verandert niet van uitdrukking. Dan kijkt ze naar mijn bordjes, en ik zie haar gezicht zachter worden en een glimlach vertonen. Ze wijzigt de richting van haar lopen en komt naar me toe. 

‘Oh, yes!’, hoor ik haar zeggen. 

Ze staat voor me, opent haar armen en we omhelzen elkaar. 

Ik hoor haar zeggen: ‘Meet a stranger, pass it forward.’

Geweldig grote knuffel

Een zondagmiddag op het Klokhuisplein in Haarlem. Ik kijk en zak naar beneden en laat mijn rechterknie landen op de grond. Ik ben in gesprek met een kleine, grote man. Hij draagt een beige regenjas en heeft een donkerblauw plastic speeltje in zijn hand. Ik schat hem een jaar of 4 oud. 

‘Wat heb jij voor moois gekregen?’, vraag ik. 

‘Kan je gooien.’ zegt hij. ‘Op de ijskast. Het blijft plakken op de ijskast.’

Ik kijk nauwkeuriger naar zijn speeltje. Het is een lange sliert van plastic, dat aan het eind de vorm van een handje heeft. En in het plastic zie ik strengen van verschillende kleuren verwerkt, zoals bij een knikker.

‘En ben je nu aan het winkelen met je ooms en tantes?’ vraag ik. 

Ik hoor hem antwoorden, iets over een tuin. Ik versta maar een paar woorden en begrijp er helemaal niets meer van.

Eerder zag ik hem met dit groepje volwassenen aan komen lopen. Drie vrouwen, vier mannen, waarvan er eentje in een rolstoel. Allemaal gelijksoortige jassen en kleding aan. Onmiskenbaar familie van elkaar. 

‘Kijk!’, had één van de vrouwen geroepen. ‘Bij die meneer kun je een gratis knuffel krijgen!’

En de hele groep concentreerde de aandacht op dit kind. Dus heb ik me op zijn hoogte gebracht. 

‘Zullen we elkaar gedag zeggen en een grote knuffel geven?’, stel ik hem voor. 

De kleine, grote man opent zijn armen en doet een paar passen naar voren. Ik open mijn armen. De kleine, grote man komt helemaal tegen mijn borstkas staan en ik voel hoe zijn handen nog maar net de zijkanten van mijn schouders kunnen omvatten. 

‘O, wat een geweldig grote knuffel krijg ik van je’, zeg ik verrukt. ‘Dankjewel!’

We laten elkaar weer los en hij loopt verder met alle volwassenen.

In gedachte zeg ik: dag, kleine grote man!

De bouwvakker-hug

Ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem. Mijn bordjes Free Hugs in mijn rechterhand omhoog gestoken. 

Een vrouw en een jongeman komen vanuit de verte dichterbij. Ik schat haar een jaar of 40 en hem 20. Allebei dragen ze een lichtgekleurde regenjas. Ze kijken naar mijn bordje. En er veranderd niets aan tempo van lopen. 

Nu ze dichterbij gekomen zijn, kijkt de vrouw door de donkere glazen van haar bril me langer aan. Ik ondersteun mijn boodschap en spreid mijn armen. 

“Wil er iemand een knuffel?”, vraag ik.

De vrouw glimlacht en loopt in hetzelfde tempo recht op me af.

“Hahahaha…. Nou, vooruit dan maar, omdat je er zo aardig om vraagt.”

Vlak voor me staat ze stil, slaat haar armen om me heen geeft met haar rechterhand vier flinke kloppen op mijn rug. Mijn aandacht is nu in mijn rug. Ik voel haar kloppen, verder niets. Ik denk: ja, hoor, hier is ‘t ie: de bouwvakker!

Na de laatste rugklop laat ze direct weer los.

“Hahaha… Je bent een mooie, jij!”. Ze kijkt de jonge man aan, wend zich van me af en loopt direct weer door.

Ik denk: had jij nou contact?!

Ik hoef geen knuffel, hoor!

Ik sta op het Klokhuisplein in Haarlem, één van mijn favoriete plekken. Het is een plein, hartje centrum, waar vier autoloze straten samenkomen. Vanaf deze hoek heb ik zicht op twee lunchrooms en twee restaurants. Het is een stralende zomerdag en er staan nu vier terrasjes buiten. Mensen die daar zitten hebben dus volop zicht op: mijn bordje Free Hugs!

Ik zie een Hindoestaande jongeman en jongevrouw opstaan van hun stoelen en ze komen mijn richting op. Zij loopt voorop met haar hand recht vooruit gestoken naar mij toe.

“Ik hoef geen knuffel, hoor, ik hoef geen knuffel!” roept ze. “Ik hoef geen knuffel, hoor!”

Ze is nu vlakbij me, staat stil en steekt haar rechterhand nog verder uit. Ik antwoord door mijn rechterhand ook uit te steken. We schudden elkaar de hand.

“Ik hoef geen knuffel, hoor, maar ik vind het zo mooi wat u doet!”

Een dag is zo kort!

Een zonnige maandagmiddag op de Grote Markt in Haarlem. Er is een continue stroom van mensen om me heen, lopend en op de fiets.

Een man en vrouw van een jaar of 60 komen uit een winkelstraat mijn richting op. Het valt me op dat de man een bijzondere manier van lopen heeft. De rechterkant van zijn lichaam lijkt bij elke stap iets trager mee te bewegen dan de linkerkant.

Ik denk: die heeft misschien een herseninfarct gehad. 

Met mijn bordje Free Hugs boven mijn hoofd, open ik mijn vrije arm. 

“Wil iemand een gratis knuffel?” vraag ik. 

Zowel de man als de vrouw kijken mijn richting op. De man houdt zijn blik op mij gericht. Met zijn hele lijf keert hij zich mijn richting op en loopt op mij af. 

“Ja hoor, van mij krijgt u wel een hug!” zegt de man.

“Wat een leuke, spontane reactie van u, meneer!” zeg ik, “U ook, mevrouw?’”

“Nee, dank u wel!” antwoordt ze van een afstand.

Vijftien minuten later zie ik ze weer. Dit keer naderen ze mij van de andere kant. En lopen vlak voor mij langs.

“Van mij heeft u al een hug gehad.” zegt de man in het voorbijgaan.

“Dat weet ik heel goed, ik herken u.” antwoord ik. “Dat was een fijne knuffel. En ik wens u nog een fijne dag, hoor!”

“U ook, meneer.” antwoordt hij. 

Twee passen verder staat hij stil en draait zijn hoofd een tikje om: “Een fijne dag?” mompelt hij, “Een fijn leven! Een dag is zo kort!”

Omarm mijn verhaal en ontspan

Donderdagmiddag 15 augustus, lunchtijd. Ik ben vrij, thuis en uitgeput van een aantal fysieke klussen van deze ochtend. Ik zit op de bank en besluit de TV aan te zetten. Ik val in de live uitzending van de Nationale Indie-herdenking. 

Ik denk: ja, natuurlijk!

Afgelopen dagen is deze jaarlijkse herdenking al een paar keer in gedachten gepasseerd. Ik behoor zelf tot de 2e generatie Indische mensen. Mijn beide ouders zijn daar geboren en getogen en hebben als jong-volwassenen jarenlang in verschillende Japanse kampen gevangen gezeten. Ik ben opgegroeid met de gevolgen hiervan.

Ik besluit te blijven kijken. En luisteren. Hoewel er het grootste gedeelte van de tijd enkel stilte is. Er is veel te zien. De beelden wisselen zich in een rustig tempo af. En tonen de aanwezigen vanuit verschillende posities. Ik herken direct een aantal politici. En Indische mensen die ‘Bekende Nederlander’ zijn. Ik zie hoe de camera ook de rest van het publiek registreert. Ik zie vertrouwde gelaatstrekken, gelaatskleuren, schakeringen van wit, lichtbruin, donkerbruin. En bij de haarkleuren veel zwart, grijs, wit en alle tinten ertussen.

Ineens is daar emotie in mijn lijf en wordt ik geraakt. Het is alsof ik naar mijn familie kijk. Mijn ooms, tantes, neven en nichten. Op een handjevol na, allemaal leven ze niet meer.

Een jonge blanke vrouw spreekt. Ze vertelt over haar oma die in Indie geboren en getogen is. Met treffende beelden en een doorleefde spreekstijl vertelt ze dat deze ook haar kleindochter een ‘Brandend Verlangen’ heeft meegegeven. Een heimwee naar een Indie dat niet meer bestaat. En de verwarring wanneer je als toerist nu in het huidige Indonesie bent, dat niet overeenkomt met het land wat de 1e generatie gedwongen was te verlaten. 

Ik volg mijn impuls. Ik pak het kussen dat naast me ligt, breng het voor mijn borstkas en sla mijn armen er omheen. Ik voel nu duidelijk emoties door mijn lijf gaan. Het trekt zich samen en ik laat het los. Mijn ogen zijn vochtig en er lopen tranen over mijn wangen. En ik voel hoe de spieren in mijn onderarmen, schouders en bovenbenen zich weer ontspannen. 

Nu, met een kussen alleen op de bank voor de TV, omarm ik mijn levensverhaal en ontspan. 

Volgend jaar ben ik er weer bij in Den Haag. 

Maakt dit nu mogelijk

Een groep van viijf vrouwen komt mijn kant op lopen. Ik schat ze allemaal zo rond de veertig. Ze kijken druk om zich heen, kletsen, staan stil, wijzen. Er klinkt een lachsalvo. Ik zie een blonde vrouw een ander op de schouder tikken. 

‘Kijk, Free Hugs, dit is iets voor jou!’ roept ze.

De vrouw met kort, bruin krulletjeshaar kijkt om zich heen en draait rond. Ze staat op vijf meter bij me vandaan.

‘Kijk hier, deze meneer! Hij heeft Free Hugs in zijn hand.’

Ze ziet me nu, kijkt naar mijn gezicht en kijkt dan omhoog naar het bordje in mijn hand. Haar gezicht ontspant en er verschijnt een glimlach. 

‘O ja hoor,’ zegt ze, ‘dat wil ik wel.’

Ze loopt een paar kleine passen naar me toe en omarmt me. Ik buig me een beetje voorover, ze is korter dan ik. We blijven omarmd staan. En ik voel een ontspannen aanraking. Dan laten we elkaar los. Ze kijkt me aan.

‘O, dit is zo mooi,’ zegt ze, ‘dat ik dit tegen kom vandaag.’

‘Hoezo?’ vraag ik. ‘Is het je verjaardag of vrijgezellenfeestje?’

Ze glimlacht en legt uit dat dit niet het geval is. Haar vriendinnen hebben vandaag uitgeroepen tot haar dag. En laten haar alllemaal dingen doen die ze prettig vindt. ‘En dat ik jou op mijn pad tegenkom dat is zo…. dankjewel!’

In haar gezicht zie ik een verscheidenheid aan uitdrukkingen elkaar opvolgen. Ze slaat haar ogen neer en is stil.

‘Jij dankjewel!’ zeg ik. ‘Of beter, bedank jezelf! Jij stelt je open, jij komt een knuffel uitwisselen. Dus jij maakt dit mogelijk nu.’

Zo goed gebruiken

Een zaterdagmiddag en ik sta in het centrum van Haarlem. Boven mijn hoofd houd ik een bordje met Free Hugs omhoog. In de verte zie ik een zwartharige vrouw mijn kant op komen lopen. Ik schat haar halverwege de dertig.

Ze is nu op vijftien meter afstand en ik zie een brede glimlach op haar gezicht verschijnen. Behalve haar mond, doet haar hele gezicht mee. Ze verlegt haar looprichting en komt nu recht op me af.

Ik kijk haar aan en ben me ook gewaar van de omgeving. Ik zie van links drie fietsers aankomen. De fietsers rijden hard en zigzaggen tussen voetgangers door.

Ik kijk naar de vrouw en met mijn handen gebaar ik dat ze oplet. De vrouw staat stil. De fietsers passeren haar met een snelle vaart. Ze loopt door en staat nu voor me. 

‘Ben je daar weer?’ zegt ze. Haar stem klinkt intiem en liefdevol. ‘Het is altijd fijn om je hier te zien en een knuffel te ontvangen.’

We omarmen elkaar en zijn stil. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen. Ik voel een omhelzing, die afgestemd is op de mijne. Allebei staan we op onze eigen benen, in ons centrum. Allebei houden we elkaar ontspannen vast. Met aandacht. Ik voel me compleet aanwezig in nu. Tijd……

We laten los. 

‘O,’ zegt ze, ‘dit kan ik nu even zo goed gebruiken.’

Ik kijk haar aan, zij kijkt mij aan. Ik glimlach, zij glimlacht.

‘Ik heb niet zoveel tijd.’ zegt ze. ‘Heb om half twee een afspraak voor een cranio sacraal massage. Dus, tot de volgende keer!’

‘Heel graag,’ zeg ik, ‘tot de volgende keer.’

Mannenwerk

Het is zaterdagmiddag en ik ben op een verjaardagsfeest. Ze is vijftig geworden. Ze heeft allemaal mensen uitgenodigd die haar dierbaar zijn: familie, schoonfamilie, goede vrienden, bekenden. Jong en oud zit, staat, lacht en speelt samen.

Op de uitnodiging stond ‘om 16.00 uur gaan we muziek maken’. Nu blijkt dat de drumleraar van haar neefje is gevraagd om een workshop te verzorgen. 

Na de workshop zie ik hem zitten. Aan de zijkant zit hij nu alleen en is aan het eten. Ik ga naast hem zitten. En na wat uitgewisseld te hebben over muziek, breng ik het gesprek op hem als persoon. Hij vertelt onder anderen dat hij twee trainingen heeft gevolgd, die hij ‘mannenwerk’ noemt. Ik nodig hem uit om me hier meer over te vertellen, wat hij met plezier en een ontwapenende openheid doet. 

Een klein uur later sta ik op het terras te praten met de jarige job. De drumleraar komt erbij en vertelt haar dat hij afscheid komt nemen. Ik doe een kleine pas naar achteren en geef ze de ruimte. Ze ronden het gesprek af met een hug.

Ik denk: ‘Nou, dan wil ik ook, jij met je lijfwerk, jongen!’ 

Hij laat haar los en kijkt mij aan. Ik doe een kleine stap achteruit en spreid demonstratief mijn armen wijd en richt me tot hem. 

‘Dan wil ik ook, hoor!’ zeg ik. ‘Mannenwerk!’

Hij lacht hardop en komt voor me staan. We omarmen elkaar. Ik voel een mager lichaam tegen me aan. Bij iedere uitademing zakt hij een stukje lager naar de grond. Er is vol contact. Ik ben verbonden. 

Een fijn leven!

Een zonnige maandagmiddag op de Grote Markt in Haarlem. Er is een continue stroom van mensen om me heen, lopend en op de fiets.

Een man en vrouw van een jaar of 60 komen uit een winkelstraat mijn richting op. Het valt me op dat de man een bijzondere manier van lopen heeft. De rechterkant van zijn lichaam lijkt bij elke stap iets trager mee te bewegen dan de linkerkant.

Ik denk: die heeft misschien een herseninfarct gehad. 

Met mijn bordje Free Hugs boven mijn hoofd, open ik mijn vrije arm. 

“Wil iemand een gratis knuffel?” vraag ik. 

Zowel de man als de vrouw kijken mijn richting op. De man houdt zijn blik op mij gericht. Met zijn hele lijf keert hij zich mijn richting op en loopt op mij af. 

“Ja hoor, van mij krijgt u wel een hug!” zegt de man.

“Wat een leuke, spontane reactie van u, meneer!” zeg ik, “U ook, mevrouw?’”

“Nee, dank u wel!” antwoordt ze van een afstand.

Vijftien minuten later zie ik ze weer. Dit keer naderen ze mij van de andere kant. En lopen vlak voor mij langs.

“Van mij heeft u al een hug gehad.” zegt de man in het voorbijgaan.

“Dat weet ik heel goed, ik herken u.” antwoord ik. “Dat was een fijne knuffel. En ik wens u nog een fijne dag, hoor!”

“U ook, meneer.” antwoordt hij. 

Twee passen verder staat hij stil en draait zijn hoofd een tikje om: “Een fijne dag?” mompelt hij, “Een fijn leven! Een dag is zo kort!”