Alleen nog mijn sokken

De telefoon gaat over. Meer dan vijf keer. Ik wacht geduldig. 

“Goedemorgen, met Rick hier! Hoe is ‘t met je, José?”

“O, hallo!” zegt ze. Haar stem klinkt iets sneller en hoger dan normaal. Ze klinkt oprecht verrast. 

Vierentachtig is ze nu. Weduwe, en woont verderop bij ons in de wijk. José’s dochter woont op een kwartiertje rijden; haar auto zie ik regelmatig geparkeerd staan langs de stoep. José heeft ook een zoon, weet ik. Maar daar is ze al heel lang gebrouilleerd mee. Ze hebben elkaar al tientallen jaren niet gezien.

In onze buurt is er zichtbaar meer contact deze weken. Op straat staan mensen stil om een praatje met elkaar te maken. En via de buurtapp wordt er geregeld gecommuniceerd. Ik las: ‘ik ga morgen naar de Botermarkt in Haarlem, heeft iemand nog iets nodig?’ en ‘wie heeft nog een hometrainer staan die ik tijdelijk mag gebruiken?’. Ook vragen als ‘onze kinderen willen een boot knutselen, wie heeft plastic flessen over?’ En we betrekken ook onze alleenstaande senioren. Zoals mijn telefoontje nu, op deze dinsdagochtend om half tien. 

“Bel ik wel gelegen, José?” vraag ik. 

“Ja, hoor!” antwoordt ze. “Ik was al vroeg op…”

José gaf aan dat ze het fijn vindt om af en toe te worden opgebeld. Ze vertelt me dat ze het wel stil vindt in huis. En de aanloop van haar vriendinnen mist. En als ze mensen tegenkomt op straat, houdt ze de anderhalve meter afstand nauwgezet in de gaten. Ze zegt het niet expliciet, maar ik merk dat ze ook bang is. 

We praten een beetje over koetjes en kalfjes. Ik vertel haar dat wij gisterenavond weer in de voortuin hebben gegeten. Die ligt op het westen en vangt na vier uur volop de zon.

“Als je wilt, kunnen we een stoeltje voor je neerzetten en schuif je even aan. Op gepaste afstand van onze tuinbankjes.” stel ik haar gerust. 

“Wat een lief aanbod, ik zal het onthouden.”

“Ennuh.. o ja, waarom ik ook bel. Ik ga vanmiddag sowieso even naar de supermarkt. Als je straks iets te binnen schiet dat ik mee kan nemen voor je, laat het maar weten.”

“Wat lief van je.” zegt ze. “Ik heb nu niets nodig, dank je. Ik ga es naar beneden. Ik heb me al aangekleed. Zat net op de rand van mijn bed, hoef alleen nog mijn sokken aan te doen…. ” 

Plaats een reactie