Nabij

Het is dinsdag, ik heb zojuist online een teamvergadering afgesloten en het is tijd om te gaan lunchen. Ik loop mijn studeerkamer uit en met twee passen sta ik voor de studeerkamer van mijn partner.   

“Je raadt het nooit,” zeg ik tegen hem, “twee van mijn collega’s melden zich ziek. Allebei hebben ze pijn in de borst met ademhalen…..”

Mijn partner kijkt me verschrikt aan. Hij wendt zijn gezicht af, kijkt voor zich uit en is stil. 

“Ik ga Eline bellen.” zegt hij. “En ik ga haar vertellen dat ik tot de risicogroep behoor, dat mijn partner in de zorg werkt waar nu zieken zijn en dat ik de komende twee weken thuis wil blijven. Dan werk ik wel vanuit hier.”

Ik hoor de toon van zijn stem; die klinkt vlak en gespannen. Ik kijk hem aan, leun met mijn schouder tegen de deurpost en ontspan. 

“Nee, lieverd. Dit is een reactie vanuit angst. Gaan we niet doen. Tuurlijk schrikken we hiervan. En ja, ik wordt ook geraakt in mijn angst hierdoor. Maar er is nog niets vastgesteld en gediagnosticeerd. En we gaan niet reageren vanuit angst. Maar vanuit ‘wat is wijs’…..”

We zijn allebei stil. Er gaan veel gedachten door me heen. Twee collega’s van de vier, dat is direct de helft van ons team. Hoe gaan we dit doen met de bezetting komende week? Tuurlijk ga ik inspringen. Red ik dit? Ik slik en voel ook ‘iets schrapen’. Wordt ik nu ook ziek?  

Een paar minuten later staan mijn partner en ik beneden in de keuken. Ik loop naar de la en haal twee crackers uit het blik. Ik doe de ijskast open en pak de komijnenkaas. Ik draai me om en zie hem bij de tuindeuren staan. Hij heeft zijn handen in zijn broekzakken gestoken, is stil en kijkt naar buiten. 

Ik denk: wees stil, wees wijs en wees nabij. 

Ik loop op hem af en open mijn armen. Met handen in zijn broekzakken duwt hij beide ellebogen naar buiten. Ik steek mijn armen door zijn armen en sla ze om zijn rug. Ik omarm en houd hem goed vast. Ik sluit mijn ogen en ga met mijn aandacht naar binnen. Ik voel een mager lichaam stevig tegen mijn bovenlijf aangedrukt. En ik voel spanning in zijn spieren. We zijn samen. We zijn stil. We zijn nabij.

Plaats een reactie