Geweldig grote knuffel

Een zondagmiddag op het Klokhuisplein in Haarlem. Ik kijk en zak naar beneden en laat mijn rechterknie landen op de grond. Ik ben in gesprek met een kleine, grote man. Hij draagt een beige regenjas en heeft een donkerblauw plastic speeltje in zijn hand. Ik schat hem een jaar of 4 oud. 

‘Wat heb jij voor moois gekregen?’, vraag ik. 

‘Kan je gooien.’ zegt hij. ‘Op de ijskast. Het blijft plakken op de ijskast.’

Ik kijk nauwkeuriger naar zijn speeltje. Het is een lange sliert van plastic, dat aan het eind de vorm van een handje heeft. En in het plastic zie ik strengen van verschillende kleuren verwerkt, zoals bij een knikker.

‘En ben je nu aan het winkelen met je ooms en tantes?’ vraag ik. 

Ik hoor hem antwoorden, iets over een tuin. Ik versta maar een paar woorden en begrijp er helemaal niets meer van.

Eerder zag ik hem met dit groepje volwassenen aan komen lopen. Drie vrouwen, vier mannen, waarvan er eentje in een rolstoel. Allemaal gelijksoortige jassen en kleding aan. Onmiskenbaar familie van elkaar. 

‘Kijk!’, had één van de vrouwen geroepen. ‘Bij die meneer kun je een gratis knuffel krijgen!’

En de hele groep concentreerde de aandacht op dit kind. Dus heb ik me op zijn hoogte gebracht. 

‘Zullen we elkaar gedag zeggen en een grote knuffel geven?’, stel ik hem voor. 

De kleine, grote man opent zijn armen en doet een paar passen naar voren. Ik open mijn armen. De kleine, grote man komt helemaal tegen mijn borstkas staan en ik voel hoe zijn handen nog maar net de zijkanten van mijn schouders kunnen omvatten. 

‘O, wat een geweldig grote knuffel krijg ik van je’, zeg ik verrukt. ‘Dankjewel!’

We laten elkaar weer los en hij loopt verder met alle volwassenen.

In gedachte zeg ik: dag, kleine grote man!

Plaats een reactie